MD-K 2.16 Voorbereiding op de
bevalling
30 Oefenvragen op HBO+ Niveau met uitgebreide toelichtingen
PRODUCTSPECIFICATIES & FOCUS
• Vakgebied: Obstetrie, Eerstelijns Verloskunde en Klinische Geboortezorg
• Onderwijsniveau: HBO+ / Bachelor (ideaal voor Verloskunde en Obstetrie-verpleegkunde)
• Toetsvorm: 30 Multiple Choice Questions (MCQ) met A, B, C, D opties
• Richtlijn-focus: MD-K 2.16 (Eerstelijns beleid bij (naderende) serotiniteit en de holistische
voorbereiding)
• Wetenschappelijke basis: Inclusief bewijsvoering uit de INDEX-, SERINAM- en De Miranda-
studies (met OR, RR, NNT)
• Kenmerken: Hoogwaardige klinische casuïstiek, perfect voor tentamenvoorbereiding
, Oefentoets | Eerstelijns Obstetrische Zorg & Holistische Voorbereiding
Introductie & Richtlijnen
Beste student, voor je ligt een oefentoets bestaande uit 30 representatieve meerkeuzevragen
op HBO+ niveau (bachelor verloskunde, gynaecologie-verpleegkunde en obstetrische
specialisaties). Deze toets is specifiek gebouwd rond de landelijke klinische richtlijn en
praktijkstandaarden voor het eerstelijns beleid bij (naderende) serotiniteit en de holistische
voorbereiding op de baring.
De toets is verdeeld in vier overzichtelijke hoofdthema's:
Thema 1: Fysiologische Termijn, Serotiniteit en Klinische Risico's (Vragen 1 t/m 8)
Thema 2: Eerstelijns Interventies en Beleidsmogelijkheden bij Naderende Serotiniteit
(Vragen 9 t/m 19)
Thema 3: Keuze van de Beval-Locatie en Organisatie van de Baring (Vragen 20 t/m 25)
Thema 4: De Holistische Voorbereiding: Mentaal, Fysiek en Praktisch (Vragen 26 t/m 30)
Aan het einde van deze toets vindt je de uitgebreide antwoordsleutel. Elke vraag is voorzien
van een diepgaande fysiologische of klinische toelichting waarmee je direct jouw eventuele
kennishiaten kunt wegwerken. Veel succes met je voorbereiding!
Deel 1: Oefenvragen
Thema 1: Fysiologische Termijn, Serotiniteit en Klinische Risico's
Vraag 1: Een zwangere patiënte meldt zich voor haar eerste controle bij een termijn van 40
weken. Wat is de fysiologische definitie van de 'à terme periode' in de obstetrie,
uitgedrukt in dagen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie?
A) 250 tot 290 dagen
B) 259 tot 293 dagen
C) 260 tot 294 dagen
D) 266 tot 280 dagen
Vraag 2: Vanaf welke exacte termijn (weken + dagen en bijbehorende cumulatieve dagen)
spreekt men in de medische literatuur formeel van een serotiene of overdragen
zwangerschap (post-term pregnancy)?
A) Vanaf 41+0 weken (287 dagen)
B) Vanaf 41+5 weken (292 dagen)
C) Vanaf 42+0 weken (294 dagen)
D) Vanaf 42+1 weken (295 dagen)
Vraag 3: In de Nederlandse geboortezorg is het percentage zwangeren dat daadwerkelijk
na 42 weken bevalt de afgelopen decennia sterk gedaald. Wat is het huidige percentage
serotiene bevallingen in de Nederlandse praktijk, en wat is de voornaamste oorzaak
hiervan?
A) Circa 1,5% tot 4%; door actieve counseling en inleidingen rondom de 41e week.
B) Circa 5% tot 8%; door een stijging in het aantal geplande keizersneden.
C) Minder dan 1%; door de routinematige toepassing van strippen vanaf 39 weken.
D) Circa 10%; door een toename van risicofactoren zoals obesitas en hogere leeftijd.
Pagina 2