30 Meerkeuzevragen op HBO+ Niveau
Inclusief Uitgebreide Antwoorden & Toelichtingen
STUDIEMATERIAAL VOOR DE VERLOSKUNDIGE PRAKTIJK
• Niveau: HBO+ / Bachelor Verloskunde & Obstetrische Zorg
• Aantal Vragen: 30 Meerkeuzevragen (A, B, C, D) met antwoordsleutel en toelichtingen
• Focusgebieden: Farmacokinetiek (ADME), Farmacodynamiek, Zwangerschapsfysiologie,
Teratogeniteit, Zelfzorgmedicatie en Verloskundige Farmacotherapie
• Richtlijnen: Gebaseerd op de geldende standaarden van het CBG, Lareb en de KNOV
• Doel: Ideaal voor zelfstudie, tentamenvoorbereiding en klinisch redeneren in de verloskunde
, Oefentoets Farmacologie in de Verloskunde (HBO+)
Deel 1: Oefenvragen (30 Meerkeuzevragen)
Deze oefentoets is ontworpen om uw kennis van de farmacologie binnen de verloskunde
grondig te testen op HBO+ niveau. De vragen dekken zowel de basisprincipes (farmacokinetiek
en farmacodynamiek) als de specifieke fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap,
risico's op teratogeniteit, veelvoorkomende zelfzorgadviezen en obstetrische medicatie. Kies bij
elke vraag het meest juiste antwoord. De antwoorden en uitgebreide klinische toelichtingen
vindt u in Deel 2.
Vraag 1: Wat beschrijft de farmacokinetiek in tegenstelling tot de farmacodynamiek?
A) Wat het geneesmiddel met het lichaam doet (zoals binding aan receptoren).
B) Wat het lichaam met het geneesmiddel doet (de processen absorptie, distributie,
metabolisme en excretie).
C) De fysiologische effecten en therapeutische breedte van de werkzame stof.
D) De exacte binding aan specifieke weefselreceptoren om een gewenst klinisch effect te
bewerkstelligen.
Vraag 2: Een zwangere patiënte slikt een oraal geneesmiddel dat een sterk 'first-pass-
effect' ondergaat. Wat is het directe farmacologische gevolg hiervan?
A) Het middel passeert de bloed-hersenbarrière direct voordat het in de systemische
circulatie komt.
B) De biologische beschikbaarheid wordt verlaagd omdat de actieve stof eerst via de
poortader de lever passeert en deels wordt omgezet.
C) Het middel wordt direct via de gal en feces uitgescheiden zonder in de circulatie te
worden opgenomen.
D) De absorptiesnelheid in de dunne darm wordt verdubbeld vanwege de toegenomen
darmperistaltiek.
Vraag 3: Tijdens de zwangerschap daalt de plasmaconcentratie van het eiwit albumine.
Wat is hiervan het farmacologische gevolg voor geneesmiddelen met een hoge
eiwitbinding?
A) De vrije fractie van het geneesmiddel stijgt, waardoor de werkzaamheid en het risico
op bijwerkingen en toxiciteit kunnen toenemen.
B) Het geneesmiddel bindt sterker aan de overgebleven albumine, waardoor er minder
actieve stof beschikbaar is voor effect.
C) De uitscheiding via de nieren stopt volledig omdat albumine niet meer door de
glomerulus gefiltreerd kan worden.
D) Het geneesmiddel verliest zijn lipofiele eigenschappen en kan de bloed-hersenbarrière
niet meer passeren.
Pagina 2