OEFENTOETS: EMBRYOLOGIE & ORGANOGENESE
30 Premium Oefenvragen op HBO+ / WO Niveau | Met Uitgebreide Verklaringen
Over deze oefentoets
Deze oefentoets is ontworpen voor studenten in de medische, biomedische en gezondheidszorgopleidingen
(zoals Geneeskunde, Biomedische Wetenschappen, en Verloskunde) op HBO- en WO-niveau. De toets beslaat
de fasen van de humane embryologie vanaf week 2 (tweelagige kiemschijf), de gastrulatie en neurulatie
(week 3-4), tot en met de vroege organogenese (week 3-8) en de geslachtsorganenontwikkeling.
De toets bestaat uit 30 uitdagende meerkeuzevragen die aansluiten op landelijke eindtermen en leerdoelen.
Onderaan het document vind je een compleet antwoordmodel inclusief uitgebreide, klinisch en biologisch
onderbouwde verklaringen per vraag.
DEEL I: DE EXAMENVRAGEN
Beantwoord de onderstaande 30 meerkeuzevragen. Er is telkens slechts één antwoord correct.
Vraag 1
Welke twee cellagen ontstaan in de tweede week na de bevruchting uit de embryoblast, waardoor de
bilaminaire kiemschijf wordt gevormd?
A) De trofoblast en de embryoblast
B) De epiblast en de hypoblast
C) Het ectoderm en het endoderm
D) De cytotrofoblast en de syncytiotrofoblast
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Vraag 2
Waaruit ontstaan de amnioblasten die de bekleding van de amnionholte vormen?
A) Direct uit de cytotrofoblast
B) Uit de migrated hypoblastcellen
C) Als afsplitsing uit de epiblast
D) Uit het extra-embryonaal mesoderm
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Pagina 1
, Premium Studiehulp | Embryologie & Organogenese (HBO+)
Vraag 3
Welke structuur vormt samen met de hypoblast de wand van de primaire dooierzak (umbilical vesicle)?
A) Het exocoelome membraan (gevormd door gemigreerde hypoblastcellen)
B) De amnionholte
C) Het extra-embryonaal mesoderm
D) De prechordale plaat
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Vraag 4
Welk specifiek weefsel omgeeft de amnionholte en de primaire dooierzak, en ondergaat holtevorming om
de chorionholte te vormen?
A) De epiblast
B) Het endometrium
C) Het extra-embryonaal mesoderm
D) Het axiaal mesoderm
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Vraag 5
Het embryo blijft via één specifieke mesodermale verbinding verbonden met de trofoblastlaag, terwijl de
rest gescheiden wordt door de chorionholte. Wat is de naam van deze verbinding?
A) De primitiefstreep
B) De hechtsteel (connecting stalk)
C) De chorda dorsalis
D) De prechordale plaat
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Vraag 6
In de hypoblast ontstaat aan het einde van week 2 een lokale verdikking van cilindrische cellen. Wat is de
naam en klinische betekenis van deze structuur?
A) De primitiefknop; markeert het begin van de neurulatie
B) De prechordale plaat; markeert de toekomstige craniale zijde en de mondopening
C) De cloacale membraan; markeert de toekomstige anus
D) De cardiogene plaat; markeert de plaats van de hartontwikkeling
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Vraag 7
Welk proces start de gastrulatie aan het begin van de derde week van de ontwikkeling?
A) De vorming van de chorda dorsalis
B) De vorming van de primitiefstreep op het oppervlak van de epiblast
C) Het sluiten van de neurophorus anterior
Pagina 2