Samenvatting Historisch denken:
Wat is geschiedenis?
De beelden (verhalen) over het verleden zoals ze door
geschiedwetenschappers worden vastgesteld.
Want:
Het verleden bestaat niet meer
Historici onderzoeken niet het verleden, maar bronnen (overblijfselen)
uit het verleden.
Geschiedenis gaat over het verleden van de menselijke cultuur en
menselijk handelen.
Geschiedenis is een wetenschap:
Wetenschappelijke werkwijze:
Het verzamelen van bronnen en gegevens en vaststellen van feiten.
Ordenen van feiten in perioden en thema’ s.
Het verklaren van wat er gebeurde door analyses van oorzaken &
gevolgen.
Het vormen van een beeld: een interpretatie van geheel dat een
betekenis geeft.
Tijdbesef: het onderscheiden van voorbije tijden van de eigen tijd.
Periodiseren:
Geschiedenis indelen in eigen tijdvakken.
Elke tijd is uniek en heeft eigen kenmerken.
Historici proberen:
Anachronisme = iets dat in de verkeerde tijd is geplaatst te vermijden.
Verkeerde kleding in films/ telefoons in de middeleeuwen.
Historische distantie:
Besef van historische distantie: gevoel van afstand tussen eigen wereld
(het heden) & verleden.
Bijvoorbeeld: emotioneel verbonden zijn/ interesse in iets hebben. Kan je
bril kleuren.
Contingentie: aandacht voor het toevallige en grillige verloop van de
geschiedenis.
1
,Historisch denken: context en proces
Context: niet een gebeurtenis op zichzelf beschouwen, maar in de context
van de tijd.
Proces: relaties tussen gebeurtenissen door de tijd.
Niet historisch denken: traditie -> continuïteit
Wordt vaak gebruikt om het heden te legitimeren (invented traditions)
Nationalisme: 19e eeuwse geschiedschrijvers maakten zich schuldig aan
nation building (natie, ras (etniciteit) en cultuur worden als een eenheid en
constante factor gezien)
Onderdrukt verschillen en verandering
Tradities gaat tegen tijdbesef in -> vroeger zo…, nu zo….
-maar eigenlijk verandert traditie -> Sinterklaas.
Niet historisch denken: nostalgie -> verandering
Nostalgie is terugkijken naar het verleden met weemoed.
I.p.v het ontkennen van verandering interpreteert nostalgie verandering
als een verandering naar slechtere tijden.
Komt vooral voor in tijden van grote veranderingen (revoluties)
Verleden is beter en simpeler (bijv. jaren 50!)
Niet historisch denken: vooruitgangsdenken
Tegenovergestelde van nostalgie.
Multiperspectiviteit: Er bestaan heel veel visies op het verleden!
Doel geschiedwetenschap: de geschiedwetenschap streeft naar het
vaststellen van ‘waarheden’ over het verleden.
Het nut van historisch denken en redeneren
Problematisch 1. Bronnen
Over de meeste gebeurtenissen zijn er helemaal geen bronnen!
2
, Problematisch 2. Taal
‘Vertaal-probleem’: we zijn gebonden aan onze hedendaagse taal, normen
en waarden.
Problematisch 3. Interpretatie
De normen en waarden van historici en het wereld -en mensbeeld dat zij
hebben is van invloed op de wijze waarop zij bronnen bekijken.
Gebeuren -> bron (is altijd een interpretatie van de ‘werkelijkheid’
Taal, waarheden en hermeneutiek
De werkelijkheid/het verleden kan nooit direct worden waargenomen,
maar altijd via taal/begrijpen gereconstructueerd.
De historicus moet het verleden recht doen door zich zo goed mogelijk te
verplaatsen in de omstandigheden van destijds. Hij lijkt daarin op een tolk.
Hermeneutiek= vertalen/uitleggen van teksten en begrippen.
Historici over nut van geschiedenis:
Historici zullen niet zeggen dat de geschiedenis een identiteit vormende,
staatsburgerlijke en/of religieuze functie hebben.
Nut:
1) tegengaan van mythevorming
2) aanscherpen van moreel besef: het verleden en heden is niet
zwart-wit.
3) in twijfel trekken van ‘natuurlijke’ zaken: zaken die als vaststaand,
‘natuurlijk’, onveranderlijk, logisch worden gezien maar dat eigenlijk
helemaal niet zijn.
4) Andere functies:
- Relativering van het heden en van jezelf
- Inzicht geven in het menselijk bestaan
- Geen nut/ functie, maar gewoon omdat het leuk en interessant is.
Samengevat: wat is historisch denken?
Het besef van tijdsverschil. Het verleden verschilt van het heden.
Kenmerken:
- Periodiseren
- Chronologie
- Voorkomen van anachronisme
- Houden van historische distantie
- Besef van contingentie
3
Wat is geschiedenis?
De beelden (verhalen) over het verleden zoals ze door
geschiedwetenschappers worden vastgesteld.
Want:
Het verleden bestaat niet meer
Historici onderzoeken niet het verleden, maar bronnen (overblijfselen)
uit het verleden.
Geschiedenis gaat over het verleden van de menselijke cultuur en
menselijk handelen.
Geschiedenis is een wetenschap:
Wetenschappelijke werkwijze:
Het verzamelen van bronnen en gegevens en vaststellen van feiten.
Ordenen van feiten in perioden en thema’ s.
Het verklaren van wat er gebeurde door analyses van oorzaken &
gevolgen.
Het vormen van een beeld: een interpretatie van geheel dat een
betekenis geeft.
Tijdbesef: het onderscheiden van voorbije tijden van de eigen tijd.
Periodiseren:
Geschiedenis indelen in eigen tijdvakken.
Elke tijd is uniek en heeft eigen kenmerken.
Historici proberen:
Anachronisme = iets dat in de verkeerde tijd is geplaatst te vermijden.
Verkeerde kleding in films/ telefoons in de middeleeuwen.
Historische distantie:
Besef van historische distantie: gevoel van afstand tussen eigen wereld
(het heden) & verleden.
Bijvoorbeeld: emotioneel verbonden zijn/ interesse in iets hebben. Kan je
bril kleuren.
Contingentie: aandacht voor het toevallige en grillige verloop van de
geschiedenis.
1
,Historisch denken: context en proces
Context: niet een gebeurtenis op zichzelf beschouwen, maar in de context
van de tijd.
Proces: relaties tussen gebeurtenissen door de tijd.
Niet historisch denken: traditie -> continuïteit
Wordt vaak gebruikt om het heden te legitimeren (invented traditions)
Nationalisme: 19e eeuwse geschiedschrijvers maakten zich schuldig aan
nation building (natie, ras (etniciteit) en cultuur worden als een eenheid en
constante factor gezien)
Onderdrukt verschillen en verandering
Tradities gaat tegen tijdbesef in -> vroeger zo…, nu zo….
-maar eigenlijk verandert traditie -> Sinterklaas.
Niet historisch denken: nostalgie -> verandering
Nostalgie is terugkijken naar het verleden met weemoed.
I.p.v het ontkennen van verandering interpreteert nostalgie verandering
als een verandering naar slechtere tijden.
Komt vooral voor in tijden van grote veranderingen (revoluties)
Verleden is beter en simpeler (bijv. jaren 50!)
Niet historisch denken: vooruitgangsdenken
Tegenovergestelde van nostalgie.
Multiperspectiviteit: Er bestaan heel veel visies op het verleden!
Doel geschiedwetenschap: de geschiedwetenschap streeft naar het
vaststellen van ‘waarheden’ over het verleden.
Het nut van historisch denken en redeneren
Problematisch 1. Bronnen
Over de meeste gebeurtenissen zijn er helemaal geen bronnen!
2
, Problematisch 2. Taal
‘Vertaal-probleem’: we zijn gebonden aan onze hedendaagse taal, normen
en waarden.
Problematisch 3. Interpretatie
De normen en waarden van historici en het wereld -en mensbeeld dat zij
hebben is van invloed op de wijze waarop zij bronnen bekijken.
Gebeuren -> bron (is altijd een interpretatie van de ‘werkelijkheid’
Taal, waarheden en hermeneutiek
De werkelijkheid/het verleden kan nooit direct worden waargenomen,
maar altijd via taal/begrijpen gereconstructueerd.
De historicus moet het verleden recht doen door zich zo goed mogelijk te
verplaatsen in de omstandigheden van destijds. Hij lijkt daarin op een tolk.
Hermeneutiek= vertalen/uitleggen van teksten en begrippen.
Historici over nut van geschiedenis:
Historici zullen niet zeggen dat de geschiedenis een identiteit vormende,
staatsburgerlijke en/of religieuze functie hebben.
Nut:
1) tegengaan van mythevorming
2) aanscherpen van moreel besef: het verleden en heden is niet
zwart-wit.
3) in twijfel trekken van ‘natuurlijke’ zaken: zaken die als vaststaand,
‘natuurlijk’, onveranderlijk, logisch worden gezien maar dat eigenlijk
helemaal niet zijn.
4) Andere functies:
- Relativering van het heden en van jezelf
- Inzicht geven in het menselijk bestaan
- Geen nut/ functie, maar gewoon omdat het leuk en interessant is.
Samengevat: wat is historisch denken?
Het besef van tijdsverschil. Het verleden verschilt van het heden.
Kenmerken:
- Periodiseren
- Chronologie
- Voorkomen van anachronisme
- Houden van historische distantie
- Besef van contingentie
3