,Hoofdstuk 1 – Adviseur
1.1 Adviseren
Een professioneel advies onderscheidt zich door:
een duidelijke probleem- en doelstelling;
analyse van relevante feiten en belangen;
logisch onderbouwde alternatieven;
een haalbaar en concreet advies.
De adviseur neemt het probleem niet automatisch over. De verantwoordelijkheid voor besluitvorming en
uitvoering blijft in beginsel bij de opdrachtgever. Adviseren vereist daarom zowel inhoudelijke deskundigheid
als het vermogen om onafhankelijk, kritisch en klantgericht te handelen.
1.2 Interne en externe adviseur
Een interne adviseur is werkzaam binnen dezelfde organisatie als de opdrachtgever. Een externe adviseur staat
organisatorisch buiten de opdrachtgever en wordt ingehuurd vanwege specifieke expertise, capaciteit of een
onafhankelijke blik.
Interne adviseur Externe adviseur
Kent organisatie en cultuur Brengt externe expertise mee
Toegankelijk en doorgaans langdurig betrokken Meer afstand en onafhankelijkheid
Beschikt over interne contextkennis Kan nieuwe perspectieven introduceren
Mogelijk beïnvloed door organisatiebelangen Kan onafhankelijker positioneren
De keuze hangt af van de aard van het vraagstuk, benodigde expertise, beschikbare capaciteit en gewenste
onafhankelijkheid. Een externe positie betekent overigens niet automatisch volledige objectiviteit: iedere
adviseur moet belangen, aannames en mogelijke belangenconflicten expliciet herkennen.
1.3 Verschillende adviseursrollen
De adviseur kan afhankelijk van de situatie verschillende rollen vervullen. Een effectieve adviseur wisselt
bewust tussen rollen zonder de professionele onafhankelijkheid te verliezen.
Belangrijke rollen zijn:
expert: levert specialistische kennis en inhoudelijke beoordeling;
onderzoeker: verzamelt, analyseert en interpreteert informatie;
procesbegeleider: ondersteunt betrokkenen bij analyse, besluitvorming en samenwerking;
sparringpartner: stelt kritische vragen en helpt alternatieven beoordelen.
, 1.4 Competent adviseur
Competentie omvat de geïntegreerde toepassing van kennis, vaardigheden, gedrag en professionele houding.
Een competente adviseur beschikt daarom niet alleen over vakinhoudelijke kennis, maar kan deze kennis
doelgericht toepassen binnen een specifieke organisatorische en sociale context.
Een professioneel competentieprofiel omvat:
analytisch en kritisch denken;
communicatieve en sociale vaardigheden;
structureren, plannen en organiseren;
professioneel en ethisch handelen.
1.5 Competent genoeg?
Een adviseur is competent genoeg wanneer hij of zij beschikt over voldoende capaciteit om de specifieke
adviesopdracht verantwoord, onafhankelijk en professioneel uit te voeren. Competentie is dus
contextafhankelijk. Iemand kan zeer deskundig zijn op één terrein, maar onvoldoende competent voor een
ander type vraagstuk.
Voorafgaand aan een opdracht moet daarom worden vastgesteld:
welke expertise noodzakelijk is;
welke kennis of ervaring ontbreekt;
welke risico's de opdracht bevat;
of aanvullende deskundigheid nodig is.
Een professionele adviseur kent zijn grenzen. Het erkennen van onvoldoende deskundigheid is geen zwakte,
maar onderdeel van professioneel handelen. Indien nodig worden specialisten betrokken of wordt de opdracht
aangepast.
1.6 Stagiair of afstudeerder als adviseur
Een stagiair of afstudeerder kan een adviesfunctie vervullen, maar opereert binnen een leer- en
beoordelingscontext. De opdracht moet daarom voldoende afgebakend zijn en aansluiten bij het
opleidingsniveau.
Een professionele aanpak vereist:
een heldere probleemstelling en onderzoeksdoelstelling;
duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden;
methodisch verzamelen en analyseren van informatie;
begeleiding, feedback en toetsing.