verpleegkundige interventie om
postoperatieve misselijkheid en
braken te verminderen bij
kinderen met een cerebrale
parese?
Student
Student nummer
Klas
Studieonderdeel Klinisch
Redeneren
Studiegidsnummer 3522KE3AOP
,Aantal woorden 3250
woorden
Inleverdatum 24-06-2026
Inhoudsopgave
1. Casusbeschrijving Max (fictieve naam)........................................................3
2. Gevalsbeschrijving.....................................................................................4
2.1 Voorgeschiedenis...................................................................................................... 4
2.2 Pathofysiologie......................................................................................................... 4
2.3 Gevolgen voor het dagelijks leven............................................................................5
2.4 Verpleegkundige diagnosen (PES & PR)....................................................................5
2.5 Behandeling en multidisciplinair team......................................................................6
3. Het gezondheidsprobleem..........................................................................7
4. Methoden..................................................................................................8
5. Verdieping............................................................................................... 11
5.1 Flowchart................................................................................................................ 11
5.2 Beschrijving van de gevonden interventies............................................................12
5.3 Kwaliteitsbeoordeling.............................................................................................. 13
5.4 Samenvatting resultaten........................................................................................13
5.5 Praktijkonderzoek................................................................................................... 14
6. Bespreking............................................................................................... 15
7. Discussie.................................................................................................. 17
8. Conclusie................................................................................................. 18
9. Aanbeveling............................................................................................. 19
10. Bronvermelding......................................................................................19
Bijlage: Verklaring Gebruik Generatieve AI....................................................20
2
, 1.Casusbeschrijving Max (fictieve naam)
Max is een 7-jarige jongen met een bilateraal spastische cerebrale parese.
Hij is opgenomen voor een selectieve dorsale rhizotomie om zijn
spasticiteit te verminderen. De operatie is goed verlopen. Postoperatief
heeft Max veel last van misselijkheid en moet hij meerdere keren
overgeven. Daarnaast ervaart hij pijn, waarvoor hij morfine via een PCA-
pomp krijgt. Ondanks toediening van anti-emetica, zoals ondansetron,
blijft hij misselijk en is zijn voedsel- en vochtinname beperkt.
Max woont samen met zijn ouders en zijn jongere zusje van 4 jaar in een
woonwijk aan de rand van de stad. Hij gaat normaal gesproken naar groep
4 van de basisschool en houdt erg van voetballen en Lego bouwen. Door
de ziekenhuisopname en zijn herstel kan hij momenteel niet naar school
en mist hij het spelen met klasgenootjes.
Max ligt op de afdeling waarbij zijn ouders elkaar afwisselen. Zijn moeder
geeft aan bezorgd te zijn over het gebruik van medicatie. Zij heeft in het
verleden zelf misselijkheid ervaren bij het gebruik van morfine en vraagt
zich af of dit bij Max ook een rol speelt. De ouders geven aan dat zij het
gebruik van medicatie zo veel mogelijk willen beperken. Tegelijk is het
verminderen van misselijkheid belangrijk, zodat Max zich beter voelt en
zijn voedsel- en vochtinname kan herstellen.
Op de afdeling blijkt dat verpleegkundigen bij postoperatieve misselijkheid
vaak standaard anti-emetica toedienen en het effect daarvan afwachten.
Bij Max lijkt dit onvoldoende effect te hebben. Daarnaast is er een verschil
in handelen: sommige zorgverleners richten zich vooral op
medicamenteuze behandeling, terwijl anderen ook niet-medicamenteuze
interventies overwegen, zoals houding, rust en voedingsopbouw.
Op de afdeling is een algemeen protocol voor postoperatieve pijn- en
misselijkheidsbestrijding aanwezig, waarin ondansetron als eerste anti-
emeticum wordt voorgeschreven. Dit protocol beschrijft echter geen
vervolgstap voor het geval de misselijkheid, zoals bij Max, ondanks
ondansetron aanhoudt. Hierdoor is het aan de verpleegkundigen om te
bepalen of, en welke, aanvullende niet-medicamenteuze interventie wordt
ingezet. Dit verklaart waarom collega’s hier verschillend mee omgaan, en
dit zal niet de eerste keer zijn dat dit probleem zich voordoet.
Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag: “Wat is de meest geschikte
verpleegkundige interventie om postoperatieve misselijkheid en braken te
verminderen bij kinderen met een cerebrale parese?”
3