Goederenrecht
Opdracht 1
18 februari 2025: Glasbank heeft onderhandse pandakte geregistreerd bij Belastingdienst
voor kredietovereenkomst die G en C op 17 februari hebben gesloten. Het gaat om een stil
pandrecht op alle huidige en toekomstige roerende zaken en rechten, daaronder mede
begrepen voorwaardelijke rechten.
7 juli 2025: Onnes heeft voor 10.000.000 een chipmachine verkocht en geleverd onder
eigendomsvoorbehoud aan Chipmakers.
1 september 2025: faillietverklaring C.
5 september 2025: O ontbindt de koopovereenkomst en vordert afgifte van chipmachine.
Glasbank is echter van mening dat zij een stil pandrecht heeft en verlangt ook afgifte.
a) Aan wie moet de curator de chipmachine afgeven: O, G of geen van beiden?
Ten eerste moet gekeken worden of G een pandrecht heeft verkregen op de machine. De
vereisten voor de vestiging van beperkte rechten gaan via de schakelbepaling van art. 3:98 jo.
3:84 lid 1 BW. Geldig pandrecht indien aan de volgende vereisten wordt voldaan:
1. Geldige titel: Dit is de kredietovereenkomst met daarin het verpanding beding.
Krediet overeenkomst op zichzelf is niet voldoende voor verpanding. Daarom is de GT
het verpandingsbeding in de kredietovereenkomst: alle huidige en toekomstige.
2. Vestiging: het gaat hier om een machine waar stil pandrecht op wordt gevestigd.
Uit art. 3:237 lid 1 BW vloeit dan het volgende voort: ‘Pandrecht op een roerende
zaak, op een recht aan toonder, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of
recht, kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse
akte, zonder dat de zaak of het toonderpapier wordt gebracht in de macht van de
pandhouder of van een derde.’ Nodig voor de vestiging van een stil pandrecht is
dus het volgende: een authentieke akte of een onderhandse akte die is
geregistreerd bij de Belastingdienst.
In casu wordt hieraan voldaan, want op 18 februari wordt de pandakte uit hoofde
van de kredietovereenkomst tussen Glasbank en Chipmakers geregistreerd bij de
Belastingdienst. Ook aan het vestigingsvereiste wordt dus voldaan. Kijk in casu
goed waar het pandrecht op is gevestigd en of het gaat om een stil of openbaar
pandrecht, dit is namelijk relevant voor het wetsartikel dat moet worden
gebruikt.
Op het moment dat het pandrecht tussen Glasbank en Chipmakers wordt
gevestigd zit de machine echter nog niet in het vermogen van Chipmakers, het
gaat dus om een toekomstige zaak. Uit art. 3:97 lid 1 BW volgt dan dat
toekomstige goederen bij voorbaat kunnen worden geleverd. Als dit artikel wordt
gelezen in samenhang met de schakelbepaling van art . 3:98 BW, kan op