Goederenrecht
Casus 1
1 september 2025: Pieter brengt de boeken naar Oudbloed BV. Zij krijgen de opdracht om de
boeken in eigen naam, maar voor Pieters rekening, gezamenlijk te verkopen voor minimaal
250 euro. Deze boeken mogen uitsluitend aan personen verkocht worden die aan de Uni
Leiden studeren.
8 september 2025: Pieter ontdekt dat Oudbloed op 5 september de boeken voor 275 euro
aan Julia heeft verkocht, die in de Uni Nijmegen studeert en deze boeken op 6 september
heeft geleverd.
Pieter stelt nog steeds eigenaar te zijn van de studieboeken, omdat Oudbloed zich niet aan
de consignatieovereenkomst heeft gehouden. Julia wist hier niks van.
Pieter is de achterman, Oudbloed de tussenpersoon en Julia de verkrijger.
Wie is op 8 september 2025 eigenaar van de studieboeken?
Vertegenwoordiging via een tussenpersoon kan op 2 manieren:
1. Middellijk: de tussenpersoon handelt in eigen naam, maar voor rekening van de
achterman. Hier is sprake van, want Oudbloed BV handelt in eigen naam, maar voor
rekening van Pieter.
2. Onmiddellijk: de tussenpersoon handelt in naam van de achterman en voor rekening
van de achterman. Dit is in casu niet het geval.
Pieter is de eigenaar en middellijk bezitter, want de zaak bevindt zich bij een ander (art.
3:107 lid 2 & 3 BW). Oudbloed is de onmiddellijke houder, want hij houdt de boeken voor
Pieter en houdt zonder dat een ander de boeken houdt (art. 3:107 lid 4 BW). Julia had
voordat de boeken aan haar werden verkocht geen goederenrechtelijke positie.
De vraag hier is of Julia eigenaar is geworden. Er moet gekeken worden of er een geldige
overdracht heeft plaatsgevonden op grond waarvan Julia eigenaar van de boeken is
geworden. Dit moet getoetst worden aan de hand van art. 3:84 lid 1 BW.
i. Er moet sprake zijn van een geldige titel: Het gaat hierbij om een rechtsverhouding
die de overdracht rechtvaardigt en aangeeft waarom het goed moet worden
overgedragen. Er bestaat een koopovereenkomst tussen Oudbloed en Julia. Hiervoor
moet Julia 275 euro betalen en Oudbloed de boeken leveren. Er is dus een geldige
titel.
ii. Er moet sprake zijn van een levering. Aangezien het boek een roerende zaak is, is er
volgens art. 3:90 lid 1 BW bezitsverschaffing nodig. Roerende zaken die geen
registergoederen zijn kunnen op 3 manieren worden geleverd:
1. Volgens art. 3:90 lid 1 BW: bezitsverschaffing
2. Volgens art. 3:91 BW: onder eigendomsvoorbehoud (opschortende voorwaarde)
3. Volgens art. 3:95 BW: vangnetbepaling wanneer vorige 2 artikelen n.v.t. zijn.
Voor de toepassing van art. 3:90 lid 1 BW moet de zaak in de macht van de
vervreemder zijn en wordt de feitelijke macht over een zaak uitgeoefend.