Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 9 pagina's
Overig

Oefentoets MD-K 1.12 Thermoregulatie | Verloskunde | InHolland | 2026/27 | AVAG

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 9 pagina's

Deze klinische oefentoets bevat 30 oefenvragen op HBO+ niveau voor het onderdeel MD-K 1.12 Thermoregulatie uit de Medisch Deskundige Module 1 aan Hogeschool InHolland. De vragen behandelen homeostase, centrale thermostaat (hypothalamus), centrale en perifere thermoreceptoren, basaalmetabolisme, schildklierhormonen, niet-rillende thermogenese in bruin vet, UCP-1, neonatale koude stress, en praktische klinische symptomen van hypo- en hyperthermie. Ideaal voor examenvoorbereiding op het gebied van verloskunde, met uitgewerkte antwoorden en fysiologische verklaringen voor elk vraagstuk.

Voorbeeld van de inhoud

Klinische Oefentoets | MD-K 1.12: Thermoregulatie




Klinische oefentoets op HBO+ Niveau
MD-K 1.12: Thermoregulatie - 30 Oefenvragen

1. Oefenvragen (Vragen 1 t/m 30)
Vraag 1. [MD-K 1.12]
Wat verstaat men onder de 'homeostase' van de lichaamstemperatuur (thermoregulatie)?
A) Het fysiologische vermogen om de kerntemperatuur binnen zeer nauwe grenzen stabiel te
houden, onafhankelijk van de omgevingstemperatuur.
B) Het gelijkmatig laten dalen van de temperatuur tijdens de slaap.
C) Het fysiologische proces waarbij de schiltemperatuur altijd gelijk is aan de kerntemperatuur.
D) Het passief overnemen van de omgevingstemperatuur.

Vraag 2. [MD-K 1.12]
Welk deel van de hersenen fungeert als de 'centrale thermostaat' van het lichaam en reguleert het
fysiologische setpoint?
A) De cerebellum.
B) De pons.
C) De hypothalamus (met name de pre-optische regio).
D) De amygdala.

Vraag 3. [MD-K 1.12]
Welke receptoren registreren de kerntemperatuur van het lichaam door direct de temperatuur van
het passerende arteriële bloed in de hersenen te meten?
A) Perifere thermoreceptoren in de huid.
B) Nociceptoren in de spieren.
C) Centrale thermoreceptoren in de hypothalamus.
D) Baroreceptoren in de aorta.

Vraag 4. [MD-K 1.12]
Wat is het functionele verschil tussen het basaalmetabolisme (BMR) en de ruststofwisseling (RMR)?
A) BMR is de energieconsumptie tijdens zware lichamelijke inspanning, RMR in rust.
B) BMR wordt gemeten onder strikte nuchtere en thermoneutrale omstandigheden; RMR is de
stofwisseling in rust zonder nuchterheidsvoorwaarden en ligt fysiologisch iets hoger.
C) BMR is uitsluitend anabool, RMR is uitsluitend katabool.
D) Er is geen fysiologisch verschil; beide termen zijn volledig synoniem.



Pagina 1

, Klinische Oefentoets | MD-K 1.12: Thermoregulatie



Vraag 5. [MD-K 1.12]
Welke schildklierhormonen hebben een direct 'calorigeen effect' door de celademhaling en het
basaalmetabolisme te stimuleren via de opregulatie van de Na+/K+-atpase-pomp?
A) TSH en TRH.
B) Calcitonine en Parathormoon.
C) Tri-joodthyronine (T3) en Thyroxine (T4).
D) Progesteron en Oestrogenen.

Vraag 6. [MD-K 1.12]
Een pasgeborene kan fysiologisch NIET rillen om warmte te produceren. Welk gespecialiseerd
weefsel gebruikt de neonaat voor de actieve warmteproductie, en hoe wordt dit mechanisme
genoemd?
A) Wit vetweefsel; Shivering thermogenesis.
B) Bruin vetweefsel (bruin vet); Niet-rillende (non-shivering) thermogenese.
C) Skeletspieren; Anaerobe glycolyse.
D) De lever; Glycogenolyse.

Vraag 7. [MD-K 1.12]
Welk specifiek mitochondriaal ontkoppelingseiwit is aanwezig in bruin vet en zorgt ervoor dat de
protonengradiënt wordt kortgesloten, waardoor energie direct als warmte vrijkomt in plaats van
ATP?
A) UCP-1 (Uncoupling Protein-1 / thermogenine).
B) ATP-synthase complex V.
C) Cytochroom c-oxidase.
D) Aquaporine-4.

Vraag 8. [MD-K 1.12]
Wat is het belangrijkste fysiologische risico van aanhoudende 'koude stress' (cold stress) bij een
pasgeborene?
A) Een plotselinge stijging van de bloedsuiker (hyperglykemie).
B) Zuurstofgebrek (hypoxie), metabole acidose (verzuring) en hypoglykemie door extreme metabole
uitputting.
C) Een fysiologische daling van de ademhalingsprikkel.
D) Het ontstaan van een links-rechtsshunt door de ductus arteriosus.

Vraag 9. [MD-K 1.12]
Welk warmteverliesmechanisme treedt op wanneer een natte neonaat direct na de geboorte
blootgesteld wordt aan de lucht, waarbij vloeistof op de huid verandert in damp?
A) Conductie (geleiding).
B) Convectie (stroming).



Pagina 2

Documentinformatie

Geüpload op
3 september 2026
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2026/2027
Type
Overig
Persoon
Onbekend
€4,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
RenateVIO
4,0
(1)
Verkocht
1
Volgers
0
Items
121
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen