Klinische Oefentoets op HBO+ Niveau
Module MD-K 1.1: De Vroege Zwangerschap & Zwangerschapsdatering
Richtlijn & Niveau: Deze toets is geformuleerd op bachelor- en masterniveau (HBO+/WO) voor
verloskunde en klinische verloskunde. De vragen testen het vermogen tot kritisch klinisch
redeneren en de directe toepassing van de KNOV-, NVOG-, NHG- en RIVM-richtlijnen op
complexe praktijkcasussen. De antwoordsleutel met uitgebreide medische en fysiologische
verklaringen bevindt zich onderaan het document.
Deel 1: 30 Meerkeuzevragen (Casus & Kennis)
Vraag 1. [Klinische Casus]
Een 31-jarige vrouw meldt zich voor haar eerste prenatale controle. In haar obstetrische
voorgeschiedenis noteert u: een spontane miskraam bij 9 weken zwangerschap in 2020, een
abortus provocatus bij 7 weken in 2022, en een bevalling van een gezonde tweeling bij 37+4 weken
zwangerschap in 2024. Hoe dient u haar huidige graviditeit (G) en pariteit (P) te registreren op haar
zwangerschapskaart?
A) G3 P1
B) G4 P1
C) G4 P2
D) G3 P2
Vraag 2. [Kennisvraag]
Vanaf welke exacte zwangerschapsduur telt het beëindigen van een zwangerschap fysiologisch en
administratief mee voor de bepaling van de pariteit (Para) volgens de Nederlandse
registratienormen (Perined/RIVM)?
A) Vanaf 12 weken + 0 dagen (84 dagen)
B) Vanaf 16 weken + 0 dagen (112 dagen)
C) Vanaf 20 weken + 0 dagen (140 dagen)
D) Vanaf 22 weken + 0 dagen (154 dagen)
Vraag 3. [Klinische Casus]
Een zwangere vrouw geeft aan dat de eerste dag van haar laatste menstruatie (ELM) 15 januari
2026 was. Zij heeft een stabiele, maar verlengde menstruele cyclus van exact 35 dagen. U past de
Regel van Naegele toe inclusief de cycluscorrectie. Wat is haar berekende à terme datum
(uitgerekende datum)?
A) 22 oktober 2026
B) 29 oktober 2026
C) 15 oktober 2026
D) 5 november 2026
Pagina 1
, MD-K 1.1: De Vroege Zwangerschap — Professionele Oefentoets
Vraag 4. [Kennisvraag]
Welke fysiologische verklaring onderbouwt waarom de menstruele cyclusduur bij vrouwen met een
irregulaire cyclus zo sterk kan variëren, en welk deel van de cyclus is hiervoor verantwoordelijk?
A) De luteale fase is zeer variabel door schommelingen in de levensduur van het corpus luteum.
B) De folliculaire fase is zeer variabel door schommelingen in de tijd die nodig is voor de selectie
en rijping van een dominant follikel.
C) Zowel de folliculaire als de luteale fase variëren in gelijke mate onder invloed van LH-
schommelingen.
D) De menstruatiefase zelf varieert door een trage shedding van het endometrium onder invloed
van progesteron.
Vraag 5. [Klinische Casus]
Een 27-jarige primigravida met een regulaire cyclus van 28 dagen komt voor een termijnecho. Op
basis van haar ELM is de zwangerschapsduur vandaag exact 10 weken + 3 dagen. De
echoscopische meting van de kruin-romplengte (CRL) geeft echter een zwangerschapsduur aan van
11 weken + 0 dagen (verschil van 4 dagen). Welk beleid dient u te voeren met betrekking tot haar
uitgerekende datum volgens de NVOG-richtlijn 'Datering van de zwangerschap'?
A) U handhaaft de datering op basis van de ELM, omdat het verschil kleiner is dan 7 dagen.
B) U danteert de zwangerschap op het gemiddelde van de ELM en de echometing (10 weken + 5
dagen).
C) U corrigeert de uitgerekende datum direct naar de echoscopische termijn van 11 weken + 0
dagen.
D) U herhaalt de echo over 2 weken om te zien of de groei consistent is alvorens de datum aan te
passen.
Vraag 6. [Kennisvraag]
Binnen welk echoscopisch CRL-interval (kruin-romplengte) is de termijnbepaling fysiologisch het
meest nauwkeurig en dient de zwangerschapsdatering bij voorkeur plaats te vinden?
A) Tussen een CRL van 10 mm en 45 mm
B) Tussen een CRL van 20 mm en 84 mm
C) Tussen een CRL van 30 mm en 95 mm
D) Tussen een CRL van 5 mm en 35 mm
Vraag 7. [Klinische Casus]
Bij een zwangere met milde vaginaal bloedverlies verricht u een transvaginale echo. U meet een
embryonale kruin-romplengte (CRL) van 6,2 mm, maar u kunt ondanks zorgvuldig instellen geen
hartactie waarnemen. Hoe interpreteert u deze bevinding volgens de geldende echoscopische
criteria voor een vroege zwangerschap?
A) Er is sprake van een zekere niet-vitale zwangerschap (miskraam), omdat bij een CRL > 5 mm
altijd hartactie zichtbaar moet zijn.
B) De zwangerschap is nog te jong; u plant een herhalingsecho over één week om de vitaliteit
definitief te beoordelen.
C) Dit is een fysiologische bevinding passend bij een amenorroeduur van 5 weken; er is geen
reden tot ongerustheid.
Pagina 2