,Hoofdstuk 1 – Inleiding in het belastingrecht
Belastingbeginselen
De wettelijke basis ligt in de Grondwet, de AWR en afzonderlijke heffingswetten. Voor 2026 zijn belangrijke
wijzigingen opgenomen in het Belastingplan 2026.
Directe en indirecte belastingen
Directe belastingen worden rechtstreeks geheven over inkomen of winst, zoals inkomstenbelasting en
vennootschapsbelasting.
Indirecte belastingen worden geheven bij transacties of consumptie, zoals omzetbelasting en accijnzen.
Direct: inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting.
Indirect: omzetbelasting, accijnzen.
Het onderscheid ziet vooral op het heffingsobject en de economische draagplicht.
Rijksbelastingen en overige heffingen
Belangrijke rijksbelastingen zijn inkomstenbelasting, loonbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting,
schenkbelasting en erfbelasting.
Daarnaast bestaan decentrale heffingen, zoals gemeentelijke en provinciale belastingen en
waterschapsheffingen.
Voor 2026 geldt de fiscale wetgeving zoals die op 1 januari 2026 van kracht is. Toekomstige of nog niet
ingevoerde wetgeving moet daarvan worden onderscheiden.
Belastingplichtige en inhoudingsplichtige
De belastingplichtige is degene bij wie de belastingschuld ontstaat. De inhoudingsplichtige houdt belasting in
en draagt deze af aan de Belastingdienst.
De AWR bevat algemene regels over onder meer aangifte, informatieverplichtingen, aanslagen, navordering,
naheffing en fiscale sancties.
Aangifte, aanslag en voldoening
Aangifte is het verstrekken van fiscale gegevens en de berekening van de verschuldigde belasting.
Bij een aanslagbelasting stelt de inspecteur de belastingschuld vast via een aanslag.
Bij een aangiftebelasting berekent de belastingplichtige of inhoudingsplichtige de belasting zelf en betaalt of
draagt deze af.
Aangifte: gegevens verstrekken en berekenen.
Aanslag: formele vaststelling door de inspecteur.
Voldoening/afdracht: betaling van de belasting.
Voor 2026 gelden onder meer inkomstenbelastingtarieven van 35,75%, 37,56% en 49,50% voor
belastingplichtigen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.
, Hoofdstuk 2 – Algemene wetgeving en belastingheffing
Algemene Wet inzake Rijksbelastingen
De AWR vormt het algemene procedurele kader van het Nederlandse belastingrecht. De wet regelt onder meer
aangifte, aanslag, controle, navordering, naheffing, informatieverplichtingen en fiscale sancties. De materiële
belastingschuld volgt uit de afzonderlijke heffingswet.
Het legaliteitsbeginsel vereist een wettelijke grondslag voor belastingheffing en fiscale bevoegdheden.
Belastingaangifte
Aanslagbelasting: inspecteur stelt de aanslag vast.
Aangiftebelasting: belastingplichtige berekent en voldoet de belasting zelf.
Een onjuiste of te late aangifte kan leiden tot belastingrente en boeten.
Een btw-suppletie moet sinds 1 januari 2025 binnen 8 weken na ontdekking van de fout worden
ingediend.
Aanslagregeling
Bij een aanslagbelasting beoordeelt de inspecteur de aangifte en stelt de aanslag vast. Hij kan daarvan afwijken
wanneer daarvoor een wettelijke grond bestaat.
Belangrijke vormen zijn:
voorlopige aanslag;
definitieve aanslag;
navorderingsaanslag;
naheffingsaanslag.
De AWR bepaalt vooral de procedure; de afzonderlijke heffingswet bepaalt de materiële belastingplicht.
Navordering en naheffing
Navordering corrigeert een te laag vastgestelde aanslag. Een nieuw feit is een belangrijk uitgangspunt. Onder
voorwaarden kan ook worden nagevorderd bij onder meer kwade trouw of een kenbare fout. De normale
navorderingstermijn is 5 jaar. Voor bepaalde buitenlandse inkomens- en vermogensbestanddelen geldt 12 jaar.
Naheffing ziet vooral op aangiftebelastingen wanneer te weinig belasting is aangegeven of afgedragen.
Bezwaar en beroep
Tegen een voor bezwaar vatbare aanslag of beschikking kan bezwaar worden gemaakt. Tegen de beslissing op
bezwaar staat in beginsel beroep bij de bestuursrechter open. Daarna zijn onder voorwaarden hoger beroep
en cassatie mogelijk.
Belangrijke rechtsbeginselen zijn:
legaliteitsbeginsel;
motiveringsbeginsel;
evenredigheidsbeginsel;
fair-trial-beginselen.