Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's
College aantekeningen

Werkgroep Week 8 Strafprocesrecht Bachelor jaar 3. Universiteit Leiden 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's

Deze werkgroepnotities behandelen week 8 van het college Strafprocesrecht () aan de Universiteit Leiden en focussen op het ondervragingsrecht en het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM. De aantekeningen bespreken de ratio van het ondervragingsrecht, de 'Sole or Decisive Rule' uit de rechtspraak van het EHRM (zaak Schatschawilli t. Duitsland), compenserende maatregelen, en de relatie met het onmiddellijkheidsbeginsel. Dit materiaal is waardevol voor het begrijpen van sleutelconcepten in strafprocesrecht en biedt praktische inzichten in hoe het EHRM de toetsingskaders toepast.

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroep week 8
Strafprocesrecht
1. Ratio van het ondervragingsrecht: al het bewijsmateriaal moet worden geproduceerd op
een openbare terechtzitting in het bijzijn van de verdachte voordat hij op basis hiervan kan
worden veroordeeld. Het is dus van belang dat de verdachte in staat wordt gesteld om het
tegen hem verzamelde bewijsmateriaal aan te vechten/te betwisten.
- Waarheidsvinding (betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal kan worden getoetst door het
uitoefenen van het ondervragingsrecht)
- Verdedigingsrecht

2. Als de verdediging niet de volledige mogelijkheid heeft gehad om het om het
ondervragingsrecht uit te oefenen, is dit niet per definitie een schending van het recht op
een eerlijk proces. Holistisch beeld of de procedure in zijn algeheel eerlijk is geweest.
- Een inbreuk op het ondervragingsrecht hoeft niet automatisch tot een schending van
art. 6 Evrm te leiden. Het gaat om de procedure ‘as a whole’
- Onder omstandigheden kan de uitoefening van het ondervragingsrecht in de voorprocedure
ook verdragsconform zijn.

3. Kader uit EHRM Schatschawilli t. Duitsland
- Is er een goede reden om de getuige niet te horen? (bijv. de dood van de getuige,
onbereikbaarheid of ziekte)
- Is de getuigenverklaring sole of decisive? (enig of beslissend)
- Zijn er compenserende maatregelen genomen die de beperking van het ondervragingsrecht
kunnen compenseren?

De 'Sole or Decisive Rule' is ontwikkeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
(EHRM) en is gebaseerd op Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
(EVRM), dat het recht op een eerlijk proces garandeert.
In de praktijk betekent dit dat als het enige of beslissende bewijs tegen een beklaagde is
verkregen door middel van een schending van de mensenrechten, de rechter dit bewijs moet
uitsluiten en de beklaagde moet vrijspreken, tenzij er ander, legitiem bewijs is dat de schuld
van de beklaagde aantoont.
Het Hof heeft de 'Sole or Decisive Rule' in zijn rechtspraak genuanceerd. In de zaak
Schatschaschwili t. Duitsland oordeelde het Hof dat de 'sole or decisive rule' niet van
toepassing was omdat het onrechtmatig verkregen bewijs niet het enige of beslissende
bewijs was tegen de beklaagde.
Deze uitspraken tonen aan dat het Hof de rule niet strikt toepast, maar rekening houdt met
de omstandigheden.

4. Verhouding in het toetsingskader: Als de eerste twee vragen met ja beantwoord worden,
moet je altijd ook kijken naar de compenserende factoren.
- Als de eerste vraag negatief beantwoord wordt, betekent dit niet per definitie dat het
proces oneerlijk zou zijn?

, 5. RO. 123: Sole evidence: De getuigenverklaring is het enige bewijs tegen de verdachte
Decisive evidence: Bewijs van dusdanige significantie en belang, wat hoogstwaarschijnlijk
bepalend zal zijn voor de uitkomst van de zaak.
Nuancering; Het bewijs hoeft niet ‘sole’ of ‘decisive’ te zijn, het kan ook een verklaring van
‘significant weight’ zijn.
Nuancering: Het EHRM is geen vierde instantie, het is aan de nationale rechter om te
bepalen of een getuigeverklaring als enig of beslissend bewijsmiddel aangemerkt moet
worden.

6. Het bewijs hoeft dus niet per se ‘sole’ of ‘decisive’ zijn om een schending van het
ondervragingsrecht aan te nemen; focus op het bewijs van het meeste gewicht neemt af?
Nadruk ligt meer op het geheel van de procedure i.p.v. de individuele bewijselementen.

7. Relatie met het onmiddellijkheidsbeginsel: Het EHRM benadrukt dat bewijsmateriaal ter
terechtzitting moet worden geproduceerd, zodat de verdediging hier op kan reageren.
Hoewel artikel 6 EVRM is geschreven voor het onderzoek ter terechtzitting, is het niet
noodzakelijk dat de verdachte de gelegenheid tot ondervraging wordt geboden in de
rechtszaal ten overstaan van de beslissende rechter. Een daartoe geboden mogelijkheid in
het vooronderzoek zal in beginsel volstaan (Betrouwbaar getuigenbewijs, 4.5.2.1
Ondervragen van getuigen ter terechtzitting?

8. Het niet uitoefenen van het ondervragingsrecht kan ertoe leiden dat de rechter het bewijs
dat de getuige levert, minder zwaar weegt of zelfs negeert. Dit komt doordat het
ondervragingsrecht essentieel is om de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van een
getuigenverklaring te toetsen. Als er geen mogelijkheid tot ondervraging is, blijft de
verklaring ongetoetst en is het lastiger om deze als betrouwbaar te beschouwen voor de
bewijsbeslissing.

Analyse vraag
Zou het wenselijk zijn om ook in de Nederlandse strafrechtspleging een vorm van leken- of
juryrechtspraak in te voeren?


Onmiddellijkheidsbeginsel
 ‘De rechter moet rechtstreeks, onmiddellijk, uit de mond van de getuige zelf horen
wat hij of zij heeft waargenomen.’ (Keulen & Knigge 2024, p. 540). ‘De zittingsrechter
doet recht op basis van materiaal dat ter terechtzitting door hemzelf of ten overstaan
van hemzelf naar voren is gebracht.’ (Corstens/Borgers & Kooijmans 2018, p. 54).
 In Nederland ligt met name de nadruk op het vooronderzoek en bestaat niet de
verplichting om een getuige op de zitting nog een keer te laten horen. Het
onmiddellijkheidsbeginsel is in de Nederlandse strafrechtspleging sterk gerelativeerd:
het is niet nodig om eerder gehoorde getuigen (ook) op de terechtzitting te horen en
die eerder afgelegde verklaringen kunnen voor het bewijs worden gebruikt.

Documentinformatie

Geüpload op
2 september 2026
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Van noorloos
Bevat
Alle colleges
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
3
Volgers
0
Items
27
Laatst verkocht
1 dag geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen