MD-K 1.5: Hart en zwangerschap
Studiehandleiding en Samenvatting: Cardiovasculaire Aanpassingen en
Zwangerschapssymptomen
Moduledoel 5: Je legt de veranderingen aan hart en bloedvaten ten gevolge van de
zwangerschap uit en licht de bijbehorende symptomen toe.
1. Fysiologische Cardiovasculaire Aanpassingen
Tijdens de zwangerschap ondergaat het maternale cardiovasculaire systeem ingrijpende, fysiologische
en reversibele veranderingen. Deze aanpassingen zijn noodzakelijk om te voldoen aan de metabole
eisen van de groeiende foetus, de uteriene perfusie te waarborgen en een voldoende bloedreservoir op
te bouwen voor de bevalling. Deze hemodynamische transformaties beginnen al extreem vroeg in het
eerste trimester en worden voornamelijk gemedieerd door de toegenomen spiegels van circulerend
progesteron, oestrogenen, prostacyclines en stikstofmonoxide (NO).
1.1 Bloedvolume en de Fysiologische Hemodilutie
• Toename van het Bloedvolume: Het totale circulerende bloedvolume stijgt aanzienlijk met 40% tot
50% (ongeveer 1200 tot 1600 ml) ten opzichte van de preconceptionele waarde. Deze expansie start
rond de 6e tot 8e zwangerschapsweek, stijgt snel tijdens het eerste en tweede trimester, en bereikt zijn
maximum (piek) rond de 32 tot 34 weken amenorroe, waarna het tot de à terme datum stabiliseert op
een plateau.
• Fysiologische Hemodilutie (Verdunning): De volumetoename is niet gelijkmatig verdeeld over de
bloedcomponenten. Het plasmavolume stijgt met ongeveer 50%, terwijl de totale massa van de rode
bloedcellen (erytrocyten) slechts met 18% tot 30% (ongeveer 250 tot 450 ml, afhankelijk van
ijzersuppletie) toeneemt. Doordat de toename van het plasmavolume relatief veel groter is dan de
toename van de erytrocytenmassa, treedt er een sterke fysiologische verdunning (hemodilutie) van het
bloed op.
• Klinische Consequentie (Fysiologische Anemie): Als direct gevolg van deze hemodilutie dalen de
concentraties van het hemoglobine (Hb) en de hematocrietwaarde (Ht) fysiologisch. Dit fenomeen staat
bekend als de fysiologische anemie van de zwangerschap en vertoont een karakteristieke U-vormige
curve met het dieptepunt (nadir) tussen 26 en 34 weken. De WHO hanteert voor de zwangerschap een
ondergrens van normaal van 6,8 mmol/l voor het Hb-gehalte. Tevens daalt de viscositeit van het bloed
met circa 20%, wat de stroomweerstand in de capillairen verlaagt en de cardiale pompkracht ontlast.
MD-K 1.5 Samenvatting | Pagina 1
, Stuva Academische Samenvatting - MD-K 1.5
1.2 Systemische en Pulmonale Vaatweerstand (SVR & TPVR)
• Daling van de Totale Perifere Vaatweerstand (TPVR/SVR): De systemische vaatweerstand daalt
fysiologisch zeer sterk met 20% tot 30%. Deze daling begint al extreem vroeg (meetbaar vanaf de 5e
week) en bereikt zijn laagste punt (nadir) halverwege de zwangerschap (tussen 14 en 24 weken), waarna
de weerstand geleidelijk weer stijgt tot bijna preconceptionele waarden aan term.
• Pathofysiologische Mechanismen: De massale vasodilatatie wordt veroorzaakt door drie
hoofdcomponenten:
1. Hormonale vasodilatatie: Progesteron en oestrogenen hebben een direct relaxerend effect op het
gladde spierweefsel in de vaatwanden. Tevens stimuleren ze de lokale afgifte van krachtige endotheel-
afhankelijke vasodilatatoren zoals stikstofmonoxide (nitric oxide / NO) en prostacyclines.
2. Uteroplacentair shunt-effect: De placenta fungeert als een enorm, laag-resistief arterioveneus
vaatbed dat aan het einde van de zwangerschap tot wel 10% tot 15% (ongeveer 750 ml/min) van het
totale maternale hartminuutvolume ontvangt.
3. Verhoogde thermoregulatie: De verhoogde warmteproductie door de foetale en maternale
stofwisseling vereist extra warmteafgifte via de huid, wat leidt tot fysiologische vasodilatatie van met
name de cutane vaten (warme, roze handen).
1.3 Hartminuutvolume (HMV / CO), Slagvolume (SV) en Hartfrequentie (HF)
• Stijging van het Hartminuutvolume (HMV / Cardiac Output): Het HMV stijgt tijdens de zwangerschap
aanzienlijk met 30% tot 50% (een stijging van ongeveer 1,5 liter per minuut, van gemiddeld 4,3 L/min
naar 6,2 L/min). Ongeveer de helft van deze stijging is al rond de 8e zwangerschapsweek voltooid. Het
HMV bereikt zijn piek tussen de 25 en 30 weken amenorroe en blijft gedurende het derde trimester
hoog, hoewel er aan het einde van de zwangerschap een milde daling kan optreden als gevolg van
mechanische compressie in bepaalde houdingen.
• De Rol van het Slagvolume (SV): Het HMV is de mathematische resultante van het slagvolume en de
hartfrequentie (HMV = SV x HF). In de eerste helft van de zwangerschap wordt de stijging van het HMV
voornamelijk gedreven door een toename van het slagvolume. Het SV stijgt vroegtijdig met 25% tot 30%
(tot een piek rond 16-24 weken) door de verhoogde ventriculaire vulling (eind-diastolisch volume) en
een fysiologische hypertrofie van het myocard (de linker ventrikelmassa stijgt aan termijn met 30% tot
35%). In het derde trimester daalt het SV fysiologisch weer richting de prepregne-waarden.
• De Rol van de Hartfrequentie (HF): Terwijl de stijging van het slagvolume in de tweede helft van de
zwangerschap afvlakt, stijgt de hartfrequentie progressief door tot in het derde trimester. De HF neemt
geleidelijk toe met 10 tot 15 slagen per minuut (tot maximaal 15 tot 20 bpm boven de preconceptionele
waarde rond 32 weken). De stijging van de hartfrequentie compenseert de daling van de SVR en de
latere daling van het SV, en wordt voornamelijk gemedieerd door een verhoogde gevoeligheid van de
bèta-receptoren in het myocard onder invloed van oestrogenen.
Tabel 1: Centrale Hemodynamische Veranderingen in de Zwangerschap (Clark et al.)
Parameter Preconceptioneel / Zwangerschap (36-38 Procentuele
MD-K 1.5 Samenvatting | Pagina 2