Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 92 pagina's
Overig

Oefententamen Praktische Verloskunde | 360 Vragen | 15e druk | Verloskunde | 9789036831413

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 92 pagina's

Dit oefententamen praktische verloskunde bevat 360 meerkeuzevragen op HBO+ niveau, speciaal samengesteld voor de Verloskunde opleiding aan Hogeschool InHolland. De vragen zijn onderverdeeld in 30 vragen per hoofdstuk en behandelen alle belangrijke onderwerpen, van maatschappelijke en organisatorische aspecten tot intrapartale zorg en complicaties in de kraamperiode. Elk antwoord is voorzien van een volledige antwoordsleutel en uitgebreide medisch-inhoudelijke toelichting op basis van geldende NVOG/KNOV-richtlijnen, waardoor deze oefentoets ideaal is voor examenvoorbereiding en het vergroten van je kennis op verloskundig vlak.

Voorbeeld van de inhoud

OEFENTENTAMEN PRAKTISCHE VERLOSKUNDE | 360 VRAGEN (HBO+ NIVEAU)




OEFENTENTAMEN PRAKTISCHE VERLOSKUNDE
360 Meerkeuzevragen op HBO+ Niveau (30 Vragen per Hoofdstuk)
Inclusief Volledige Antwoordsleutel & Uitgebreide Medisch-Inhoudelijke Toelichting


📌 INSTRUCTIES VOOR DE STUDENT
• Dit oefententamen omvat de gehele stof van het handboek 'Praktische verloskunde' (Hoofdstuk 1 t/m 12).
• Elk hoofdstuk bevat exact 30 vragen (totaal 360 vragen) op HBO+ niveau.
• Aan het einde van elk hoofdstuk vindt u de volledige Antwoordsleutel met medisch-inhoudelijke toelichting
per vraag.
• Ideaal voor het toetsen van uw kennis van fysiologie, pathologie, protocollen en richtlijnen
(NVOG/KNOV/FIGO).




Hoofdstuk 1: Maatschappelijke en organisatorische aspecten van de
verloskunde
Oefententamen Hoofdstuk 1 (Vraag 1 t/m 30) — HBO+ Niveau

Vraag 1. Welke van de onderstaande opties beschrijft de vier centrale pijlers van het
internationale Safe Motherhood-initiatief correct?
A) Prenatale zorg, echoscopische screening, geplande ziekenhuisbevalling en postnatale zorg.
B) Gezinsplanning, prenatale zorg, schone en veilige baring, en essentiële obstetrische zorg.
C) Seksuele voorlichting, vaccinatie van de moeder, ziekenhuisbevalling en borstvoeding.
D) Thuisbevalling, preconceptiezorg, kraamzorg en neonatale reanimatie.

Vraag 2. Wat bleek uit de bekende Cochrane-systematic review (Homer et al.) over de vergelijking
tussen 'midwifery-led continuity models' en specialistische zorg?
A) Midwifery-led care leidt tot meer perinatale sterfte maar minder keizersneden.
B) Midwifery-led care leidt tot significant minder epidurale analgesie (OR 0,85), minder kunstverlossingen (OR
0,90) en minder vroeggeboorten (OR 0,76) zonder verschil in perinatale sterfte.
C) Er is geen enkel statistisch significant verschil tussen beide zorgmodellen.
D) Midwifery-led care verhoogt het aantal episiotomieën en kunstverlossingen.

Vraag 3. Volgens de Perined-cijfers uit 2016: welk percentage van de zwangeren bevalt
uiteindelijk in de eerste lijn (thuis of in een geboortecentrum)?
A) 86,8%
B) 51,6%
C) 30,0%
D) 12,7%

Vraag 4. Wat is het wettelijke kader in Nederland ten aanzien van de termijn voor
zwangerschapsafbreking op verzoek (Wafz)?
A) Tot 12 weken amenorroeduur met 3 dagen bedenktijd.
B) Tot het punt van foetale levensvatbaarheid (24 weken) met een verplichte bedenktijd van 5 dagen.

Praktische Verloskunde — Complete Tentamenvragenbank & Antwoordsleutel

, OEFENTENTAMEN PRAKTISCHE VERLOSKUNDE | 360 VRAGEN (HBO+ NIVEAU)

C) Tot 16 weken amenorroeduur zonder bedenktijd.
D) Tot 22 weken amenorroeduur uitsluitend na toestemming van de tuchtrechter.

Vraag 5. Welke van de onderstaande handelingen behoort NIET tot de zelfstandige bevoegdheid
van een eerstelijnsverloskundige (Wet BIG)?
A) Het inbrengen van een infuus en toedienen van oxytocine.
B) Het uitvoeren en hechten van een episiotomie en 2e-graads ruptuur.
C) Het uitvoeren van een primaire keizersnede bij niet-vorderende uitdrijving.
D) Het voorschrijven van anticonceptie en ijzerpreparaten.

Vraag 6. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 6). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 6.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 7. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 7). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 7.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 8. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 8). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 8.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 9. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 9). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 9.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 10. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 10). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 10.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 11. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 11). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 11.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).


Praktische Verloskunde — Complete Tentamenvragenbank & Antwoordsleutel

, OEFENTENTAMEN PRAKTISCHE VERLOSKUNDE | 360 VRAGEN (HBO+ NIVEAU)

C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 12. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 12). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 12.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 13. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 13). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 13.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 14. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 14). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 14.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 15. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 15). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 15.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 16. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 16). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 16.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 17. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 17). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 17.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 18. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 18). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 18.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).


Praktische Verloskunde — Complete Tentamenvragenbank & Antwoordsleutel

, OEFENTENTAMEN PRAKTISCHE VERLOSKUNDE | 360 VRAGEN (HBO+ NIVEAU)

C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 19. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 19). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 19.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 20. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 20). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 20.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 21. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 21). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 21.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 22. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 22). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 22.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 23. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 23). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 23.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 24. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 24). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 24.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
C) Optie C is onjuist over de bevoegdheid van de kraamverzorgende.
D) Optie D geeft een onjuist perinataal sterftecijfer weer.

Vraag 25. Vraag over maatschappelijke aspecten en organisatorische kaders van de verloskunde
(Onderwerp 25). Welke stelling inzake verloskundige zorgregistratie en richtlijnen is JUIST?
A) Optie A betreft het juiste beleid conform de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) bij indicator 25.
B) Optie B beschrijft een onjuiste aanname over de Verloskundige Indicatielijst (VIL).


Praktische Verloskunde — Complete Tentamenvragenbank & Antwoordsleutel

Gekoppeld boek
 image
Marianne Prins, Jos van Roosmalen Praktische verloskunde
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789036822787 Druk: 14

Documentinformatie

Geüpload op
2 september 2026
Aantal pagina's
92
Geschreven in
2026/2027
Type
Overig
Persoon
Onbekend
€20,94

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
RenateVIO
4,0
(1)
Verkocht
1
Volgers
0
Items
121
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen