SAMENVATTING PRAKTISCHE VERLOSKUNDE
Hoofdstuk 12: Complicaties in de kraamperiode (Maternale & Neonatale
Pathologie)
📌 EXAMEN-SAMENVATTING | OPTIMAAL VOOR TENTAMENVOORBEREIDING
• Focus: Volledige, brongetrouwe samenvatting van Hoofdstuk 12 voor verloskunde-, geneeskunde- en
HBO-V studenten.
• Kernonderwerpen: De 'Tien B's' van het puerperium, Puerperale endometritis/sepsis, Secundaire HPP
& placenta-resten, Mastitis vs. stuwing, DVT/LE, Postpartum psychose/depressie (EPDS), Neonatale
hypoglykemie, Hyperbilirubinemie & EOS/LOS sepsis.
• Examentip: Let op de exacte diagnostische afkapwaarden (temperatuur >38.5 °C, glucose <2.6 mmol/l,
EPDS ≥12/13) en het onderscheid tussen fysiologische en pathologische icterus!
1. Systematiek van de Kraamcontrole: De 'Tien B's'
Tijdens het puerperium (de eerste 6 weken post partum) dient de verloskundige of kraamverzorgende
de kraamvrouw en neonaat gestructureerd te bewaken. Hiervoor wordt in de Nederlandse verloskunde
de systematiek van de **'Tien B's'** gehanteerd om vroegtijdig complicaties te onderkennen.
Brein (Psychisch welzijn): Beoordeling van stemmingsschommelingen, slaapgebrek, angst,
kraamtranen (blues) vs. depressie/psychose.
Borsten: Inspectie op soepelheid, tepelkloven, stuwing, roodheid, warmte en toeschietreflex.
Buik: Palpatie van de uterus-involutie (fundusstand t.o.v. navel), soepelheid van de buik en
eventueel wondinspectie na sectio.
Blaas: Controle op mictie (voldoende uitplassen, uitsluiten van urinretentie/overflow blaas, cystitis).
Baarmoeder: Hardheid van de veiligheidsbol, involutiesnelheid (dagelijks 1-2 cm daling) en
gevoeligheid bij druk.
Bekkenbodem & Perineum: Inspectie van perineumwond/episiotomie (REEDA-score: Redness,
Edema, Ecchymosis, Discharge, Approximation), hemorroïden en hechtgenezing.
Bloedverlies (Lochia): Beoordeling van kleur (rubra/serosa/alba), hoeveelheid (stolsels) en geur
(weeïg vs. stinkend/foetide).
Benen: Controle op eenzijdige kuitpijn, zwelling, roodheid, warmte of Homan-teken (verdenking
DVT).
Beleving: Evaluatie van de baringservaring, verwerking van traumatische baring en partner-
hechting.
Baby: Bewaking van de vitale functies, gewichtsverloop (max 7-10% gewichtsverlies), geelzien,
navelstomp en mictie/defecatie.
Hoofdstuk 12: Complicaties in de kraamperiode — Pagina 1
, Praktische Verloskunde | Samenvatting Hoofdstuk 12
2. Puerperale Infecties & Wondcomplicaties
Een puerperale infectie (kraamvrouwenkoorts) wordt gedefinitiëerd als een temperatuur van **≥ 38,0
°C** op twee opeenvolgende dagen in de eerste 10 dagen post partum (exclusief de eerste 24 uur), of
**≥ 38,5 °C** op één enkel moment.
Endometritis Puerperalis (Kraamvrouwenkoorts)
Endometritis is de meest voorkomende puerperale infectie. Het risico is **5 tot 20 keer hoger na een
sectio caesarea** dan na een vaginale baring (met name na langdurig gebroken vliezen of langdurige
baring).
Verwekkers: Vaak polymicrobieel: Groep B Streptokokken (GBS / *Streptococcus agalactiae*),
*Escherichia coli*, Anaeroben (*Bacteroides*) en *Enterococcus*.
Symptomen: Hoge koorts, rillingen, **pijnlijke/drukgevoelige uterus (vertraagde involutie)** en
**stinkende (foetide) lochia**.
Behandeling: Breedspectrum i.v. antibiotica (bijv. Amoxicilline/Clavulaanzuur of Combinatie
Cefuroxim + Metronidazol) bij matige/ernstige ziekte; orale antibiotica bij milde poliklinische
endometritis.
Wondinfecties & Urineweginfecties
Wondinfectie Perineum / Sectio: Roodheid, zwelling, dehiscentie (opengaan wond) en pusuitvloed.
Behandeling: spoelen, eventueel debridement of antibiotica.
Urineweginfectie (Cystitis / Pyelonephritis): Urineretentie door progesteron en peri-urethraal
oedeem bevoordeelt bacterie-ingroei. Diagnostiek: urinekweek (vaak *E. coli*). Pyelonephritis geeft
flankpijn en slagpijn in de nierstreek.
3. Secundaire Postpartum Hemorragie (Secundaire HPP)
Primaire HPP treedt op binnen 24 uur post partum (>500 ml bij vaginaal, >1000 ml bij sectio).
**Secundaire HPP** treedt op **tussen 24 uur en 6 weken post partum** (piekincidentie tussen dag 8
en dag 14).
Oorzaak Klinisch Beeld Beleid & Interventie
Placenta-rest (Residu Aanhoudend of plotseling hevig helderrood Echoscopische evaluatie. Bij
placentae) bloedverlies met stolsels, achterblijvende persisterend residu: uterotonica
fundusstand (subinvolutie), week voelende (Oxytocine / Methylergometrine) of
uterus. Geen of milde koorts. hysteroscopische/vacuüm curettage
(MyoSure).
Endometritis / Infectie Ruikende/foetide lochia, koorts (>38,0 °C), Orale of i.v. breedspectrum
drukpijnlijke uterus, malaise. antibiotica. Uterotonica om uitdrijving
Hoofdstuk 12: Complicaties in de kraamperiode — Pagina 2