Onderzoeksvoorstel en
onderzoeksdesign
Onderzoeksvoorstel
‘Onderzoek stap voor stap’
Deel 1: Fundamentele keuzes en hun combinaties
1 Fundamentele keuzes en hun combinaties
Of zij dat nu willen of niet, iedereen die empirisch criminologisch
onderzoek doet, zal onvermijdelijk een antwoord moeten formuleren op 5
fundamentele vragen:
1.1Vijf fundamentele keuzes
1. Positivistisch – constructivistisch
2. Deductief – inductief
3. Waardevrij – normatief
4. Verklarend – beschrijvend
5. Kwantitatieve data – kwalitatieve data
Vijf keuzes verwijzen naar vijf fundamentele vragen die beantwoord
moeten worden bij elk empirisch onderzoek.
- Of je het nu wil of niet, bij een onderzoek heb je zoizo een standpunt
ingenomen.
Het is niet een of/of keuze: het zijn uiteinden op een continuüm.
- Indien niet expliciet, dan impliciet
- In de praktijk vaak door de globale onderzoeksstrategie
( ‘kwantitatief’ vs. ‘kwalitatief’) aan te geven
- Begrip hiervan is essentieel om de sterktes en beperkingen van een
onderzoek te begrijpen
- Niet alle vijf even fundamenteel
A) Positivistisch – constructivistisch
- De meest fundamentele: verwijst naar ontologie en epistemologie
o Ontologie (leer over wat er is/bestaat)
, o Epistemologie (leer over kennis)
- Positivisme
o Er is een externe wereld buiten ons die kenbaar is door de
wetenschappelijke methode
o Dankzij wetenschap kunnen we de wereld leren kennen.
o Weten zoals wetten van de fysica maar dan over wetten van
de mens
Methoden zijn sterk geïnspireerd door
natuurwetenschappelijk onderzoek
o Empirisch onderzoek wil direct waarneembare sociale
fenomenen beschrijven en verklaren
o Op zoek naar wetmatigheden
- (Sociaal) constructivisme
o Sociale fenomenen en hun betekenis worden voortdurend
gecreëerd door sociale actoren
o Samen door interactie en taal maken we een weren
(construeren)
of die wereld die we construeren bestaat, dat weten we niet.
Geen externe wereld die wordt beschreven, maar een
voortdurende constructie
Of er iets bestaat buiten ons weten we niet, maar we
construeren mensen die zich op bepaalde manieren
gedragen en zelf betekenis geven.
o Ook empirisch onderzoek is een proces van constructie door
betekenisgeving (wet. Onderzoek is dus ook constructie)
Een wetenschapper construeert de werkelijkheid.
o Veel aandacht voor de ‘representatie’ van de werkelijkheid en
de effecten ervan (hoe wordt de werkelijkheid voorgesteld)
Veel aandacht voor taal.
Labels en connotaties hebben een groot gevolg
- Extreem positivisme
o Sociale fenomenen verschillen niet van natuurlijke fenomenen
o Eerder een verwijt
o Een persoon onderzoeken is hetzelfde als een biljartbal
onderzoeken.
Het is meer een verwijt geworden dan een soc label
- Gematigd positivisme (postpositivisme)
o Experimenten als beste methode om causaliteit vast te stellen
Link met experimenten die veel gebruikt worden in de
fysica
, o Bv. experimenten als ‘goudstandaard’
- Extreem constructivisme
o We weten alleen dat we een werkelijkheid construeren
o Er is geen externe werkelijkheid die als maatstaf kan dienen:
Wetenschap is eigenlijk onmogelijk
Door het niet geloven in een externe wereld kan er niks
weerlegd worden. Dus geen spraken van wetenschap.
- Gematigd constructivisme
o Termen als ‘criminaliteit’ zijn geen ‘objectieve’ termen’, maar
sociale constructies met vaak belangrijke gevolgen.
Geldt ook voor onderzoeksdata: politiestatistieken,
citaten uit interviews, …
- Kritisch realisme
o Is min of meer tussenpositie
o Ontologisch: er is externe werkelijkheid (neigen naar
positivisme)
o Epistemologisch: wetenschappelijke blik is steeds
geconstrueerd (constructivisme: en dus voorlopig en gekleurd)
Gekleurd: je gaat de werkelijkheid anders zien op basis van
bias, leeftijd, woonplaats, ….
Gaat er wel vanuit dat de geloofwaardigheid van
uitspraken over de werkelijkheid beoordeeld kan worden
B) Deductief – inductief
- De onderzoekscyclus
Deductief
- Van het algemene naar het specifieke
- Start bij theorie die je test.
- Hypothese is algemeen (abstracto) naar
het specifieke
(Van boven naar beneden)
o Die vormen ‘de bril’ waardoor naar
de data wordt gekeken
o Testen van theorie
- Afgerond met inductieve beweging (van beneden terug naar boven)
Inductief
- Van het specifieke naar het algemene
- Start bij dataverzameling
(van beneden naar boven)
o Open benadering, veel ruimte voor context, perspectief van
onderzoekssubjecten, creativiteit van de onderzoeker,…
o Begint heel breed en algemeen jij bent een ongeschreven
blad en laat de data tot u spreken.
, Je vertrekt van de concrete mens die u iets verteld.
o Ontwikkelen van theorie
Hypothesen is al een bril, je hebt al bepaalde standpunten. (je kijkt enkel
nog maar door die bril: de factoren die je op voorhand had vastgelegd)
deductief onderzoek.
- Een bril waarmee je naar de data kijkt
- Je hebt een theorie en die test je
Bij inductief heb je nog geen theorie en construeer je die zelf.
- Zuiver inductief onderzoek: Naïef inductivisme
o Foute veronderstelling dat data geobserveerd kunnen worden
zonder theoretische vooronderstellingen, kennis of
verwachtingen.
o Naïef, want zelfs als je nog niets hebt gelezen over iets heb je
al bepaalde opvattingen.
Die opvattingen spelen onbewust een grote rol.
Opzich niet erg als je ervan bewust bent. Het
probleem is dus het onbewuste deel of dat je er
niet eerlijk over bent.
- Gematigd inductief onderzoek
o Erkent belang van explicitering van theoretische
verwachtingen
Bewust van het feit dat je al opvattingen hebt maar
probeert deze aan de kant te schuiven.
o Bv. ‘sensitizing concepts’ (Blumer)
= concepten die u gevoelig maken voor bepaalde empirische
vaststellingen.
Bieden geen uitgewerkte theorie of duidelijke richting
Maar maken de onderzoeker wel gevoelig, aandachtig
voor bepaalde observaties zonder dat je de test.
Deductief, maar wel heel open
o Vaak iteratief onderzoek (herhaaldelijk door de
onderzoekscyclus gaan)
Deductief gaat er maar 1 keer door
(Gematigd) inductief gaat er herhaaldelijk door
Geleidelijk aan een theorie ontwikkelen
Een dialoog tussen theorie en empirie
o Logica van abductie: combinatie van deductie en inductie
Een voorlopig hypothese die nadien doorheen het onderzoek
veranderd/uitbreid.