HBO+ Niveau – Pathofysiologie, Diagnostiek en Klinisch Beleid
Deze oefentoets is ontworpen om uw kennis van de schildklierfysiologie, de pathofysiologie van
schildklierproblemen (met name tijdens en na de zwangerschap), de bijbehorende diagnostiek en het
klinische beleid grondig te toetsen op HBO+ niveau. De toets bestaat uit 30 casusgerichte en
theoretische meerkeuzevragen.
Instructies:
• Lees elke vraag en de vier opties zorgvuldig door.
• Er is telkens slechts één antwoord het meest juist.
• Onder aan de toets (Deel II) vindt u de antwoordsleutel met een uitgebreide, op de literatuur gebaseerde
toelichting per vraag.
Oefentoets Schildklierproblematiek | Pagina 1
, Deel I: Oefenvragen
Vraag 1. Wat is de fysiologische rol van het thyrotropin-releasing hormone (TRH) in de hypothalamus-
hypofyse-schildklier-as?
A. Het direct stimuleren van de schildklier tot de productie en afgifte van thyroxine (T4).
B. Het aanzetten van de hypofyse tot de afgifte van thyroid-stimulating hormone (TSH).
C. Het binden aan schildklierhormoon-transporteiwitten om de vrije fracties te verhogen.
D. Het uitoefenen van een negatieve feedback op de schildklier bij een overschot aan
schildklierhormoon.
Vraag 2. Welke fysiologische verandering treedt er in het eerste trimester van een normale
zwangerschap op in de schildklierhormoonspiegels onder invloed van het zwangerschapshormoon
hCG?
A. Een stijging van het TSH en een daling van het vrije T4 (FT4).
B. Een daling van het TSH and een daling van het vrije T4 (FT4).
C. Een stijging van het TSH en een stijging van het totale T4 (TT4).
D. Een stijging van het vrije T4 (FT4) en een daling van het TSH (soms tot ondetecteerbare
waarden).
Vraag 3. Wat is het effect van de zwangerschapsgerelateerde toename van oestrogenen op de
transporteiwitten en schildklierhormoonspiegels?
A. De hoeveelheid thyroxine-bindend globuline (TBG) stijgt, waardoor de totale hoeveelheden T4
en T3 stijgen, terwijl de vrije fracties (FT4 en FT3) stabiel blijven.
B. De hoeveelheid TBG daalt, waardoor de vrije fracties (FT4 en FT3) stijgen and de totale
hormoonconcentratie daalt.
C. TBG blijft ongewijzigd, maar de affiniteit van TBG voor T4 neemt af, wat leidt tot een stijging
van het FT4.
D. Oestrogenen stimuleren de directe omzetting van T4 naar T3 in de lever, waardoor de FT3-
fractie onevenredig stijgt.
Vraag 4. Vanaf welke zwangerschapsweek is de schildklier van de foetus zelf volledig functioneel?
A. Vanaf de 8e tot 10e week.
B. Vanaf de 12e tot 14e week.
C. Vanaf de 18e tot 20e week.
D. Pas direct postpartum (na de geboorte).
Oefentoets Schildklierproblematiek | Pagina 2