MD-K 5.7 Hemoglobinopathieën in de
verloskundige praktijk
Leerdoel MD-K 5.7 (Moduledoel 8):
Je legt de pathofysiologie, risico’s, diagnostiek en beleidsopties uit bij hemoglobinopathie, zowel
buiten als tijdens de zwangerschap en postpartum.
1. Inleiding en Epidemiologie van Hemoglobinopathieën
Hemoglobinopathieën vormen de meest voorkomende autosomaal recessieve monogene aandoeningen
wereldwijd en worden gekenmerkt door een erfelijk defect in de structuur of de synthese van de
globineketens van het hemoglobine (Hb) molecuul (Giordano & Harteveld, 2006; De Jonge et al., 2025).
Een normaal volwassen hemoglobinemolecuul (HbA) bestaat uit een tetrameer van twee alfa- (α) en
twee bèta- (β) globineketens (α₂β₂). Genetische afwijkingen in deze globineketens worden
onderverdeeld in twee hoofdgroepen: kwalitatieve varianten (waarbij een afwijkend structuureiwit
wordt gevormd, zoals HbS bij sikkelcelziekte of HbC) en kwantitatieve defecten (thalassemieën, waarbij
de aanmaak van een keten verminderd of afwezig is) (Kennisclip MD-K 5.7 Intro; De Jonge et al., 2025).
Prevalentie en demografie in Nederland: Naar schatting is circa 1,0% tot 1,1% van de gehele
Nederlandse bevolking drager van een hemoglobinopathie (NHG, 2024; Giordano & Harteveld, 2006). Bij
zwangeren van niet-Noord-Europese afkomst is dit dragerschapspercentage aanzienlijk hoger:
gemiddeld is 1 op de 10 mensen van niet-westerse herkomst drager van sikkelcelziekte of thalassemie
(Kennisclip MD-K 5.7 Intro; FMS, 2020). De epidemiologische spreiding is sterk gekoppeld aan
herkomstgebieden waar van oudsher malaria tropica endemisch was, aangezien heterozygoot
dragerschap een selectief evolutionair voordeel bood tegen ernstige malaria (Allison, 1954; FMS, 2020):
Sikkelcelziekte (HbS) en sickle cell trait (HbAS): Komen in Nederland voornamelijk voor bij mensen
van Afro-Surinaamse, Antilliaanse, Sub-Saharisch Afrikaanse, Surinaams-Hindoestaanse, Turkse en
Marokkaanse afkomst. Bij mensen van Surinaamse herkomst is zelfs 1 op de 7 personen drager van
sikkelcelziekte (Kennisclip MD-K 5.7 Intro; NHG, 2024).
Bèta-thalassemie: Komt frequent voor bij populaties rond het Middellandse Zeegebied (Marokko,
Turkije, Griekenland, Italië), Midden-Oosten, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië. Bij mensen van
Marokkaanse afkomst is circa 1 op de 15 personen drager van bèta-thalassemie (Kennisclip MD-K
5.7 Intro; FMS, 2020).
Alfa-thalassemie: Heeft de hoogste dragerschapsfrequentie in Zuidoost-Azië (China, Vietnam,
Filipijnen), India, het Caribisch gebied en Sub-Saharisch Afrika (FMS, 2020; Erfelijkheid.nl, 2024).
Geboortecijfers in Nederland: Jaarlijks worden via de neonatale hielprikscreening ongeveer 35 tot
40 kinderen gediagnosticeerd met sikkelcelziekte en circa 5 kinderen met bèta-thalassemie major of
Pagina 1
, MD-K 5.7 Hemoglobinopathie | Moduledoel 8
HbH-ziekte (NHG, 2024; RIVM, 2025). Tevens worden jaarlijks zo'n 800 pasgeborenen
geïdentificeerd als drager van sikkelcelziekte (FMS, 2020).
2. Pathofysiologie van Sikkelcelziekte en Thalassemieën
2.1 Sikkelcelziekte (HbSS, HbSC, HbS-β-thalassemie)
Genetica en moleculaire afwijking: Sikkelcelziekte berust op een puntmutatie in het HBB-gen op
chromosoom 11 (GAG → GTG), waarbij het aminozuur glutaminezuur op positie 6 van de β-globineketen
wordt vervangen door valine. Dit resulteert in het afwijkende hemoglobine-S (HbS) (Kennisclip MD-K 5.7
Sikkelcel; De Jonge et al., 2025). Homozygote patiënten (HbSS) hebben de klassieke en meest ernstige
vorm (sikkelcelanemie). Dubbelheterozygote vormen zoals HbSC (combinatie van HbS met HbC) en HbS-
β-thalassemie veroorzaken eveneens een klinisch sikkelcelziektefenotype (Kennisclip MD-K 5.7 Sikkelcel;
LWHB, 2024).
Pathofysiologisch mechanisme: Onder deoxygenatie (lage zuurstofspanning), dehydratatie, koorts,
acidoestest of koudestress polymeriseren de HbS-moleculen tot stijve, langgerekte vezels. Hierdoor
verliest de erytrocyt zijn biconcave, buigzame vorm en verandert in een stijve, sikkelvormige cel
(sikkelcel) (Kennisclip MD-K 5.7 Sikkelcel; De Jonge et al., 2025). Dit proces leidt tot twee
hoofdproblemen:
Vaso-occlusie (Microvasculaire Occlusie): Stijve sikkelcellen hechten aan het vaatendotheel en
blokkeren de microcirculatie. Dit leidt tot weefselischemie, ernstige orgaaninfarcten en hevig pijnlijk
verlopende vaso-occlusieve crises (VOC) (LWHB, 2024; De Jonge et al., 2025).
Chronische Hemolyse: Sikkelcellen hebben een sterk verkorte levensduur van slechts 10 tot 20
dagen (ten opzichte van 120 dagen bij normale HbA-erytrocyten). De continue intravasculaire en
extravasculaire hemolyse leidt tot chronische anemie, icterus, galsteenlijden en stikstofoxide (NO)-
depletie met endotheeldysfunctie (LWHB, 2024).
Miltatrofie / Functionele Asplenie: Door herhaalde micro-infarcten in de milt op jonge leeftijd
treedt miltatrofie op. Vanaf het tweede levensjaar zijn patiënten functioneel asplenisch, wat een
levensbedreigend verhoogd risico geeft op fulminante sepsis door gecapsuleerde bacteriën (met
name Streptococcus pneumoniae, Neisseria meningitidis en Haemophilus influenzae) (LWHB, 2024;
Erfelijkheid.nl, 2024).
2.2 Alfa-Thalassemie (α-Thalassemie)
Genetica: De synthese van α-globineketens wordt geregeld door vier genen (twee op elk chromosoom
16: αα/αα). Alfa-thalassemie wordt in de overgrote meerderheid veroorzaakt door deleties van één of
meer van deze vier α-genen (Kennisclip MD-K 5.7 Thalassemie; NVdH, 2023):
Silent Carrier (-α/αα): Deletie van 1 α-gen. Geen klinische symptomen, normaal of minimaal
verlaagd MCV. Geen anemie.
Pagina 2