Vaginaal bloedverlies in het eerste trimester van
de zwangerschap
1. Inleiding & Leerdoelen
Vaginaal bloedverlies in het eerste trimester van de zwangerschap is een van de meest frequent
voorkomende acute klachten binnen de verloskundige zorg en huisartsgeneeskunde. Ongeveer 20% tot
25% van alle zwangere vrouwen krijgt te maken met bloedverlies in de eerste helft van de zwangerschap
(Nederlands Huisartsen Genootschap [NHG], 2017; Prinzen et al., 2020). Hoewel bloedverlies bij
zwangeren vaak grote onrust en angst voor een miskraam oproept, blijkt bij circa 50% van de vrouwen
met eerste-trimester bloedverlies de zwangerschap intact te blijven (NHG, 2017). Om adequate zorg te
verlenen, is het essentieel dat de zorgverlener snel en gestructureerd onderscheid kan maken tussen
fysiologische oorzaken, een spontane miskraam, gynaecologische/niet-gynaecologische oorzaken en
medische spoedgevallen zoals een Extra-Uteriene Graviditeit (EUG).
Hoofd- en Subleerdoelen
Dit naslagdocument werkt de onderstaand leerdoel uit
Hoofdleerdoel: De student/zorgverlener legt de pathofysiologie, symptomen, prevalentie,
diagnostiek, risico’s en beleidsopties uit van bloedverlies in het eerste trimester van de
zwangerschap per specifieke oorzaak.
2. Algemene Symptomatologie & Anamnese
Bij het opstellen van een differentiaaldiagnose bij een zwangere met eerste-trimester bloedverlies is een
gerichte en systematische anamnese van cruciaal belang (Federatie Medisch Specialisten [FMS] &
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie [NVOG], 2020; NVOG, 2025). Omdat
anamnestische kenmerken op zichzelf een matige voorspeller zijn voor de exacte locatie of vitale status
van de zwangerschap, dient de anamnese primair om acute risico's te identificeren en de noodzaak tot
spoedverwijzing vast te stellen (NHG, 2017).
Kernpunten van de Anamnese
Aard van het bloedverlies: Schat de hoeveelheid in (spotting/druppelsgewijs vs. ruimer dan een
normale menstruatie), de kleur (helderrood, donkerbruin, oud bloed) en de consistentie
(aanwezigheid van stolsels of vliezen/zwangerschapsweefsel).
Buikpijn en krampen: Centraler gelegen kramppijn wijst op uteriene contracties bij een (dreigende)
miskraam. Eenzijdige of focale onderbuikspijn is een belangrijk alarmsignaal voor een Extra-Uteriene
Graviditeit (EUG).
Pagina 1
, Vaginaal Bloedverlies in het Eerste Trimester — Onderwijs- & Naslagdocument
Acuut vs. niet-acuut: Acute presentaties met heftige buikpijn, ruim bloedverlies en
vagale/shockverschijnselen (zweten, collapsneiging, snelle pols, hypotensie) duiden op een
geruptureerde EUG met een intra-abdominale bloeding.
Referred pain (uitstralende pijn): Prikkeling van het diafragma door vrij bloed in de buikholte
veroorzaakt gerefereerde schouderpijn. Ook loze defecatiedrang (prikkeling van het cavum
Douglasi) is verdacht voor een geruptureerde EUG.
Mictie- en defecatieklachten: Pijn of bloed bij het plassen (cystitis, hematurie) of bloedverlies strikt
gebonden aan de ontlasting (hemorroïden, fissura ani) helpt om onderscheid te maken tussen
vaginaal en niet-vaginaal bloedverlies.
Verloop bij activiteit: Toename van pijn of bloedverlies bij fysieke inspanning of verandering van
houding.
Relatie met coïtus: Contactbloedingen direct na seksueel contact passen bij
cervicale/gynaecologische etiologie (ectropion, poliep, cervicitis).
3. Gedetailleerde Uitwerking per Oorzaak
De oorzaken van vaginaal bloedverlies in het eerste trimester worden onderverdeeld in obstetrische
(zwangerschapsgerelateerde), gynaecologische en niet-gynaecologische oorzaken (Prinzen et al., 2020).
Hieronder worden alle oorzaken systematisch uitgewerkt op pathofysiologie, symptomen, prevalentie,
diagnostiek, risico's en beleid.
A. Obstetrische Oorzaken
1. Innestelingsbloeding (Fysiologisch)
• Pathofysiologie: Licht bloedverlies dat ontstaat wanneer de blastocyst rond dag 20–24 van de
cyclus erodeert in het endometrium/decidua en het daaronder liggende stroombed penetreert.
• Symptomen: Milde spotting, rozig tot bruinig bloedverlies zonder stolsels, geen tot minimale
buikkrampen, optredend rond de verwachte menstruatiedatum.
• Prevalentie: Frequent; maakt een aanzienlijk deel uit van de lichte bloedingen bij intacte
zwangerschappen (NHG, 2017).
• Diagnostiek: Anamnese (termijn, lichte aard) en bij echoscopie een intacte intra-uteriene
zwangerschap passend bij de amenorroe-duur.
• Risico's & Beleid: Geen risico voor moeder of embryo. Beleid bestaat uit geruststelling en
voorlichting.
2. Miskraam (Spontane Abortus & Verschillende Vormen)
•Pathofysiologie: Het verlies van een niet-vitale intra-uteriene zwangerschap tot 16 tot 20 weken
amenorroe (FMS & NVOG, 2020; NHG, 2017). In meer dan 50–60% van de gevallen is de oorzaak een
aanlegfout op basis van een de-novo chromosoomafwijking (trisomie, monosomie, triploïdie) die
ontstaat tijdens de meiotische deling van eicel of zaadcel.
• Klinische vormen & Symptomen:
Pagina 2