,Deel 1 – Doelgericht verbeteren
Hoofdstuk 1 – Kwaliteit
1.1 Wat verstaan we onder kwaliteit?
Kwaliteit is de mate waarin zorg doelmatig, veilig, effectief, toegankelijk en passend aansluit bij de behoeften
en waarden van de cliënt. Kwaliteit is contextafhankelijk en ontstaat uit de interactie tussen cliënt, professional,
organisatie en zorgsysteem.
Belangrijke uitgangspunten:
Kwaliteit is multidimensionaal.
Kwaliteit vereist voortdurende verbetering.
Kwaliteit moet aantoonbaar en toetsbaar zijn.
Cliëntwaarden bepalen mede wat goede zorg is.
1.2 Kwaliteit van zorg
Kwalitatief goede zorg draagt aantoonbaar bij aan gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven. Daarbij
worden professionele standaarden gecombineerd met individuele behoeften.
De beoordeling omvat onder meer effectiviteit, veiligheid, doelmatigheid, tijdigheid en persoonsgerichtheid.
Goede zorg is daarom niet uitsluitend technisch correcte zorg, maar ook zorg die voor de betreffende cliënt
passend en betekenisvol is.
1.3 Verschillende dimensies van kwaliteit
Kwaliteit kan vanuit verschillende perspectieven worden beoordeeld. Een interventie kan bijvoorbeeld klinisch
effectief zijn, maar onvoldoende aansluiten bij de voorkeuren van de cliënt.
Drie perspectieven zijn essentieel:
Cliënt: ervaren kwaliteit, behoeften, waarden en uitkomsten.
Professional: vakbekwaamheid, evidence en professionele standaarden.
Organisatie: processen, veiligheid, continuïteit en doelmatigheid.
1.4 Kwaliteit vanuit het perspectief van de cliënt
Persoonsgerichte kwaliteit betekent dat de cliënt niet uitsluitend als ontvanger van zorg wordt beschouwd,
maar als actieve partner in het zorgproces. Samen beslissen verbindt professionele kennis met persoonlijke
waarden en voorkeuren.
Relevante aspecten zijn:
ervaren toegankelijkheid en bejegening;
begrijpelijke informatie;
autonomie en gezamenlijke besluitvorming;
ervaren uitkomsten en kwaliteit van leven.
, 1.5 Kwaliteit en veiligheid
Patiëntveiligheid betreft het voorkomen van vermijdbare schade en het beperken van risico’s tijdens
zorgverlening. Veiligheid is daarmee een fundamentele kwaliteitsdimensie.
Veilige zorg vereist:
risico’s systematisch herkennen;
incidenten en bijna-incidenten leren benutten;
effectieve barrières en werkprocessen ontwikkelen;
een open en lerende veiligheidscultuur bevorderen.
Een incident is niet alleen een gebeurtenis die moet worden afgehandeld, maar kan ook informatie opleveren
over kwetsbaarheden in het zorgproces.
1.6 Professionele kwaliteit
Professionele kwaliteit berust op deskundig en verantwoord handelen. De verpleegkundige combineert
wetenschappelijke kennis, klinische expertise, professionele normen en cliëntvoorkeuren.
Professioneel handelen betekent onder andere:
werken binnen de eigen deskundigheidsgrenzen;
evidence en professionele standaarden toepassen;
kritisch reflecteren op het eigen handelen;
verantwoordelijkheid nemen voor kwaliteit en veiligheid.
1.7 Kwaliteitsbeleid en kwaliteitsmanagement
Kwaliteitsbeleid bepaalt de richting en doelstellingen waarmee een organisatie kwaliteit wil realiseren.
Kwaliteitsmanagement vertaalt deze uitgangspunten naar systematische processen van plannen, uitvoeren,
meten, evalueren en verbeteren.
Kwaliteitsverbetering is cyclisch:
probleem signaleren → analyseren → verbeteren → implementeren → evalueren → borgen
Borging moet al vroeg in een verbetertraject worden meegenomen. Een verbetering heeft pas duurzame
waarde wanneer het nieuwe handelen onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk.
1.8 Kwaliteit meten en beoordelen
Meten maakt kwaliteit zichtbaar, maar een indicator is geen volledige weergave van kwaliteit. Kwantitatieve
gegevens moeten daarom worden geïnterpreteerd in hun context en waar mogelijk worden gecombineerd met
kwalitatieve informatie.
Bij beoordeling zijn vooral van belang:
betrouwbaarheid van gegevens;
validiteit van meetinstrumenten;
relevante kwaliteitsindicatoren;