2025/26
Naam student: Studentnummer:
Aantal woorden:
Opdracht: annotatie
Cijfer _________
Inhoud
Formuleren van de kern van het probleem
Inhoud moet juridisch stand houden
Diepgang
Structuur van het betoog
Eigen inbreng en stellingname
Argumentatieve kracht
Vorm, taal, e.d.
Indeling/opmaak
Spelling
Taalgebruik
Aansluiting bij lezerspubliek
Bronnen en verwijzingen
Relevante bronnen gevonden/gebruikt, m.n.:
o wet en wetsgeschiedenis
o jurisprudentie
o literatuur
o actualiteiten
Bronverwijzingen
Voldaan aan de opdracht ja / nee
Opmerkingen (Sterke punten/verbeterpunten/overig)
1
, Annotatie bij Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:842
Naam student
1.
Bovengenoemd arrest van de Hoge Raad betreft de formulering van bijzondere
gedragsvoorwaarden. De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld
voor mishandeling van één van zijn honden met pijn en letsel als gevolg en het onthouden van
nodige verzorging van zijn honden. Door het hof is aan verdachte een geheel voorwaardelijke
gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar. Daarbij
is een reclasseringstoezicht opgelegd met twee bijzondere voorwaarden betreffende het
gedrag, waar nader op wordt ingegaan. Het hof acht de strafoplegging in overeenstemming met
de aard en ernst van het bewezenverklaarde. 1 Over de strafoplegging heeft het hof onder meer
overwogen dat verdachte zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn honden heeft
miskend.2
2.
Met de invoering van de voorwaardelijke veroordeling in combinatie met bijzondere
voorwaarden in 1915 verwachtte de wetgever dat de veroordeelde zich kon onthouden van
recidive.3 Speciale preventie als strafdoel stond hierbij centraal. 4 De bijzondere
gedragsvoorwaarde moet zowel passend als proportioneel zijn.5 Ook mag deze niet verder
strekken dan voor het toezicht op de naleving van de andere bijzondere voorwaarde(n)
noodzakelijk is.6 In het ‘Aanwijzingskader voor toepassing van voorwaarden,
gedragsaanwijzingen en maatregelen’ komt onder andere aan de orde dat bijzondere
voorwaarden voldoende bepalend moeten zijn, zodat er sprake is van rechtszekerheid. 7 Dit
vloeit mede voort uit de wetsgeschiedenis.8
3.
Aan de verdachte zijn in het kader van het toezicht twee bijzondere voorwaarden betreffende
het gedrag opgelegd, namelijk dat hij geen honden houdt of door (een) ander(en) laat houden
in en om zijn verblijfplaats of ergens anders en meewerkt aan ‘de controles’ hiervan die worden
uitgevoerd door de politie.9 In cassatie wordt onder meer geklaagd over de formulering van
1
Concl. A-G D.J.M.W. Paridaens 3 juni 2025, ECLI:NL: PHR:2025:175, par. 3.3.
2
HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:842, r.o. 2.2.2.
3
F.W. Bleichrodt & P.C. Vegter, Sanctierecht (Ons strafrecht 3), Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 343.
4
F.W. Bleichrodt & P.C. Vegter, Sanctierecht (Ons strafrecht 3), Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 345.
5
Kamerstukken II 2009/10, 32319, nr. 3, p. 11.
6
J.M. ten Voorde, annotatie bij HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1403, NJ 2022/9.
7
Aanwijzing kader van het College van Procureurs-Generaal van 1 januari 2024 voor toepassing van voorwaarden,
gedragsaanwijzingen en maatregelen (Stcrt. 2023, 32927).
8
HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1957, r.o. 3.4.
9
HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:842, r.o. 2.2.1.
2