LES 1 – OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
WAT IS FILOSOFIE?
• Volgens Plato
- Filosofie begint met verwondering
- Men stelt zichzelf filosofische vragen
• Etymologie
- Griekse FILEIN verwijst naar houden van
- SOPHIA verwijst naar de godin van de wijsheid
• Oorsprong kent 2 visies
- Filosofie is zo oud als de mensheid
- Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode en bepaalde regio
VAN MYTHOS NAAR LOGOS
• Mythos
- De drie ‘religies’: de zondeval
- Homeros en Hesiodos
• Van mythos naar logos
- Nieuwe manier van denken en verklaren
- Natuur wordt uit de natuur verklaard
- Zintuiglijke observatie kent een groter belang
- Overgang valt samen met verstedelijking
- Xenophanes reflecteert over de vraag hoe we zo verschillen in de visie over goden
• Logos in het Oosten
- India: Upanishaden, Boeddha en Mahavira
- China: Confucius en Lao Tzu (verwijst naar het Taoïsme)
FILOSOFIE TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
• Omschrijving volgens Crescenzo
- Wetenschap bestudeert op systematische wijze de objectieve verschijnselen of fenomenen
Domein: de materiële werkelijkheid
Natuurfilosofie: werd later fysica, natuurwetenschappen, sociologie en psychologie
Ratio (rede en verstand) en empirie (zintuiglijke waarneming)
- Religie zoekt iets absoluuts en biedt troost en zingeving
Domein: zingeving, waarden en bewustzijn
Zintuigen en verstand
1
,SOORTEN FILOSOFISCHE VRAGEN
• De vragen van Kant
- Wat kan ik weten? (ons DENKEN)
- Wat moet ik doen? (ons HANDELEN)
- Wat mag ik hopen? (onze VERWACHTINGEN)
- Focus: wat is de mens?
• Indeling volgens Ferry
- Kennis: werkelijkheid
- Ethiek: rechtvaardigheid
- Wijsheid: heil of geluk
HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
• Wat is filosofie? (zijn en zijnden)
- Metafysica en ontologie: de leer van het zijn over de fundamentele aard van de werkelijkheid
- De zijnden: over datgene wat bestaan
Kosmologie of natuurfilosofie: de wereld, natuur of kosmos
Filosofie van de geest: de geest of psyche
Wijsgerige antropologie: de mens of antropos
• Wat behoort tot de filosofie? (3 grote waarden)
1. Het ware
De epistemologie of kennisleer: vragen omtrent waarheid en kennis
De logica: gaat over wat geldig redeneren is
De wetenschapsfilosofie: over de grondslagen van de kennis van afzonderlijke
wetenschappen – methoden/grondstellingen/begrippen/doelen worden verhelderd en
aan kritisch onderzoek onderworpen
De taalfilosofie: behandelt het ontstaan, de ontwikkeling, de betekenis en de functie van
taal
2. Het goede en het rechtvaardige
De ethiek: onderzoekt het goede – vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid is
De politieke en/of sociale filosofie: over de organisatie van een rechtvaardige
maatschappij
De rechtsfilosofie: de aard en de oorsprong van recht en de verhouding tot ethiek
3. Het schone
De esthetica: over wat schoonheid en kunst is
Hieruit afgeleid zijn de kunst- en cultuurfilosofie
DE VOORSOCRATISCHE NATUURFILOSOFEN
• Situering
- Periode: 5de-6de eeuw voor Chr.
- Plaats: rond de Egeïsche Zee (Milete)
- Focus: vraag naar de aard van de kosmos (kosmologie)
2
, • Thales van Milete
- Eerste filosoof die volgens Plato onbeholpen en niet praktisch aangelegd is
- Archè of oerbeginsel van alles is water: reductionisme of het herleiden van de complexe
werkelijkheid tot één beginsel
- Stelling van Thales
- Ken jezelf als een fundamentele filosofische taak
• Anaximander van Milete
- Een leerling van Thales
- Het apeiron of het onbepaalde/onbeperkte: eerste beginsel waaruit alles voorkomt
- Eerste overgeleverde poging tot een kosmogonie: verklaring voor ontstaan van de wereld als
een scheiding en inwerking van tegengestelde elementen op elkaar
• Pythagoras en de Verborgen Orde
- Philosophos: blijven zoeken en nadenken tot ik de werkelijkheid begrijp
- Werkelijkheid kan worden uitgedrukt in getallen en hun onderlinge verhoudingen
- Muziek: de harmonie der sferen
- Idee van de reïncarnatie van de ziel
- Stelling van Pythagoras
PARMENIDES
• Parmenides: het eeuwige zijn
- Centraal: de vraag naar het zijn (de ontologie)
- Alles (het zijn) is één en overgankelijk en aan zichzelf gelijk
Al het tijdelijke verschijnt en verdwijnt
Denk aan de metafoor van een computerscherm
• Herakleitos: de voortdurende wording of verandering
- De duistere omwille van diepe uitspraken
Alles vloeit (pantha rei)
Je kan nooit 2x in dezelfde rivier stappen
Oorlog is de vader van alles
- Logos: het principe achter de steeds veranderende werkelijkheid
- Rivier, vuur en oorlog als metaforen voor verandering
- Vergelijking met het taoïsme (orde – dynamiek)
• Democritos
- Alles bestaat uit niet-deelbare partikels (atomos): atomen klitten samen en komen los +
verschillen in zwaarte op vlak van materie en gedachten
- De eerste filosofische materialist
DOEL VAN FILOSOFIE
• Algemeen: verruimende en transformatieve kracht van filosofie
- Reflective practitioners: zelfreflectie bij het handelen/beslissen is een cruciale competentie
als je met mensen werkt
- Mentale kracht, geneeskunde van de ziel om geluk en onverstoorbaarheid te bereiken
- Zingeving
3
, - Nuttige vaardigheden op vlak van spreken, kritisch denken, argumenteren en morele keuzes
maken
- Basisvaardigheden op vlak van zelfreflectie, pluralisme, openheid, burgerschap en
praktische wijsheid
KEN JEZELF
• Gnothi Seauton
- Inscriptie aan de ingang van het orakel (Delphi) voor de god van het licht (Apollo)
- Zelfkennis als voorwaarde tot het begin van wijsheid
- Onderscheid tussen 11 verschillende invalshoeken/vertalingen van de filosofische vragen
LES 2 – SOCRATES EN DE SOFISTEN (UNIVERSALISME EN RELATIVISME)
DE SOFISTEN
• Wie waren de sofisten?
- Rondtrekkende leraars die les gaven tegen betaling aan een welstellende jeugd
- Gaven les omtrent grammatica (spreken), dialectica (argumenteren) en retorica (overtuigen)
- Protagoras: “de mens is de maat van alles”
- Sofistès zijn de beoefenaren van de wijsheid
• Invloed van de sofisten
- Kritiek op en relativering van de traditionele waarden
- Humanisme: alle mensen zijn gelijkwaardig – sofisten waren tegen adellijke privileges en
slavernij
- Protagoras is een belangrijke sofist
Relativisme: de mens is de maat van alle dingen – is relatief
Agnosticisme: van de goden weet ik niets, niet dat ze bestaan, noch dat ze bestaan
Scepticisme: over elke zaak bestaan er twee tegenover elkaar staande opvattingen –
geen absolute zekerheden
• Protagoras: de mens is de maat
- Voorbeeld: waarheid is relatief
• Kwalijke reputatie van de sofisten
- Sofisme en sofisterij worden een synoniem van drogeredenering, spitsvondigheid en
gewiekstheid
- Indien waarheid relatief is, komt het aan op de overtuiging van de ander (verpakking wordt
belangrijker dan de waarheid zelf)
- Is soms zo nuchter dat het cynisch overkomt
Vb.: Callicles stelt rechtvaardigheid als het recht van de sterkste
4