Scheikunde
Niveau: Vwo
,Hoe kan ik leren?:
- Video’s met tips kijken
- Samengevat boekje samenvatten en leren (93 bladzijden)
- Examenbundel opgaven maken
- Oefenen met oude examens
- Examenspreekuur kijken
Examen tips:
Laatste kwartier
Check je antwoorden in het laatste kwartier. Heb je antwoord op de vraag gegeven? Kloppen
de structuurformules en reactievergelijkingen?
Binas
In Binas kun je heel veel vinden. Zoek eventueel op woorden in het register.
Conclusie
Trek altijd een conclusie! Herhaal hierbij een deel uit de vraag.
Punten
Elk punt telt als één deel stap.
Overig
Geef zo specifiek mogelijk antwoord (welk deeltje verandert van lading? … mol van welke
stof? Welke stof kan waterstofbruggen vormen?).
Let bij rekenvragen op of de eenheid klopt. Klopt de significantie?
Schrijf altijd iets op.
Samenvatting:
Hoofdstuk 1: Van atomen tot stoffen
, Atomen:
Protonen: massa 1 u, het aantal protonen bepaald de atoomsoort.
Atoomnummer: is gelijk aan het aantal protonen.
Neutronen: massa 1 u, aantal neutronen kan per atoomsoort verschillen. Verschillende
hoeveelheden van dezelfde atoomsoort noem je isotopen.
De massa van elektronen is veel lichter dan die van protonen en neutronen.
Elektronenschillen: schillen met elektronen, K-schil (eerste), L-schil (tweede), M-schil
(derde).
Binnenschillen: lage energie; spelen geen rol bij reacties.
Buitenschillen: hierin zitten de valentie-elektronen, die betrokken zijn bij chemische reacties.
Algemeen geldt:
Elk atoom is neutraal, want aantal elektronen = aantal protonen en hun ladingen zijn even
groot maar tegengesteld van teken.
Massagetal van atoom = aantal protonen + neutronen in atoom.
Weergave: atoomnummermassagetal element of bij isotopen Cl-35, Cl-37.
Halogenen: de atomen uit groep 17, deze reageren makkelijk.
Edelgassen: de atomen uit groep 18, die nergens mee reageren.
Drie soorten bindingen:
Metaalatoom met niet-metaalatoom ionbinding: elektrische aantrekking ionen waardoor
een zout wordt gevormd.
Niet-metaalatomen onderling atoombinding: binding door gedeelde elektronenparen
waardoor een moleculaire stof ontstaat.
Metaalatomen onderling metaalbinding: binding door zwervende elektronen.
Periode: horizontale rij, het nummer van de periode komt overeen met het aantal schillen
dat in gebruik is.
Groep: verticale rij van atoomsoorten die verwante eigenschappen vertonen.
Octetregel: geeft aan dat atomen graag 8 elektronen in hun buitenste schil willen hebben.
Positieve ionen: deeltjes die minder elektronen dan protonen bevatten (sommige deeltjes
kunnen maar één soort lading bevatten andere deeltjes kunnen er meer bevatten).