NEUROLOGIE
Studiescripts & Checklists
Hersenzenuwen · Coördinatie en balans · Sensibiliteit · Motoriek, tonus en reflexen (BE en OE) – met overlapoverzicht en
ezelsbruggetjes
PV 1 Onderzoek van de hersenzenuwen
PV 2 Onderzoek van coördinatie en balans
PV 3 Onderzoek van de sensibiliteit
PV 4 Onderzoek van motoriek, tonus en reflexen – bovenste extremiteit
PV 5 Onderzoek van motoriek, tonus en reflexen – onderste extremiteit
+ Wat overlapt: één basis, vijf PV's – leer het gedeelde deel één keer
+ Ezelsbruggetjes – volgorde, valkuilen, vaste zinnen
In elk scriptblok: “tekst tussen aanhalingstekens” = wat je hardop zegt · ▸ gemarkeerde regel = wat je doet of observeert, zonder
het te zeggen.
Let op. Dit script is samengesteld uit PV Checklist Beweging 1-5. De checklist van de opleiding is en blijft leidend.
De rubriek Normale bevindingen – terminologie per PV is samengevoegd uit de bevindingen die in de scripts zelf
staan; die stond niet apart in de bron. In het hoofdstuk Ezelsbruggetjes staan een paar aanvullingen die niet uit de
checklist komen (spierfuncties en reflexniveaus); die zijn als zodanig herkenbaar.
1
, PV 1 – ONDERZOEK VAN DE HERSENZENUWEN
VOOR HET ONDERZOEK
Begroeting
Uitleg onderzoek en reden
Ontkleedinstructie
Sieraden af
Handen wassen
Het hele onderzoek gebeurt bij een zittende patiënt.
N. OLFACTORIUS (n. I)
WAT BEOORDEEL JE?
Niet standaard onderzocht, theoretisch
Bij klachten over reuk eventueel reukzin testen
N. OPTICUS (n. II)
WAT BEOORDEEL JE?
Visuskaart (theoretisch)
Gezichtsvelden: perifeer volgens Donders
Pupilreacties: afferente tak, testen bij n. III
SCRIPT – N. OPTICUS
“Ik ga nu uw gezichtsvermogen beoordelen. Om te beginnen kan ik kijken of u scherp kunt zien. U heeft geen
klachten, dus dat ga ik nu niet doen. Dit zou ik bijvoorbeeld met een letterkaart kunnen testen.”
“Ik ga nu uw gezichtsvelden testen. Wilt u één hand voor uw oog doen en mij strak blijven aankijken? Ziet u mijn
vingers bewegen? Blijf mij maar aankijken.”
▸ Ik beweeg mijn vingers vanuit de periferie naar het centrum en test verschillende richtingen. Daarna wissel ik van
oog.
“Doe de hand maar weg en nu de hand voor het andere oog. Ziet u mijn vingers daar bewegen? En daar?”
▸ Bij een afwijkend antwoord beweeg ik mijn vingers verder naar binnen om de begrenzing van het gezichtsveld te
bepalen.
N. OCULOMOTORIUS, N. TROCHLEARIS EN N. ABDUCENS (n. III, IV en VI)
Inspectie pupillen en lidspleet
WAT BEOORDEEL JE?
Pupillen: vorm, grootte, symmetrie/isocorie
Lidspleet: symmetrie, ptosis
SCRIPT – INSPECTIE
“Ik kijk nu naar uw ogen. Ik zie dat de lidspleet aan beide kanten gelijk is, geen ptosis. Ik kijk naar de pupillen, die
zijn mooi rond en isocoor.”
2
,Pupilreacties
WAT BEOORDEEL JE?
Directe en indirecte pupilreactie
SCRIPT – PUPILREACTIES
“Ik ga met een lampje in uw ogen schijnen. Kijk maar over mijn schouder in de verte.”
▸ Ik schijn eerst in het ene oog en beoordeel de directe reactie en vervolgens de indirecte reactie in het andere oog.
Daarna herhaal ik dit aan de andere kant.
“Ik zie een mooie directe en indirecte pupilreactie.”
Stand van de ogen
WAT BEOORDEEL JE?
Oogstand in rust
Testbeeldjes van Hirschberg
SCRIPT – OOGSTAND
“Ik kijk nu naar de oogstand. Ik zie dat de ogen geconjugeerd staan en dat de oogstand recht is.”
▸ Ik beoordeel de oogstand met een lampje.
“De testbeeldjes van Hirschberg vallen mooi in het midden van beide pupillen. De oogstand is geconjugeerd.”
Oogvolgbewegingen
WAT BEOORDEEL JE?
Links, rechts, omhoog, omlaag en diagonaal in alle richtingen
Uiterste blikstanden
Dubbelbeelden uitvragen
Nystagmus bij bewegende en stilstaande vinger
SCRIPT – OOGVOLGBEWEGINGEN
“Ik ga nu uw oogbewegingen testen. Kijk maar naar het topje van mijn vinger. Houd uw hoofd stil en volg alleen
mijn vinger met uw ogen.”
“Ziet u nog steeds één vinger of ziet u dubbel?”
“Ik zie mooie, gladde oogvolgbewegingen en geen nystagmus.”
Convergentiereactie
SCRIPT – CONVERGENTIE
“Blijf maar naar het puntje van mijn vinger kijken. Ik ga die nu langzaam naar u toe bewegen.”
“Ik zie dat de ogen goed convergeren en dat de pupillen iets vernauwen.”
N. TRIGEMINUS (n. V)
Sensibiliteit gelaat
WAT BEOORDEEL JE?
Tastzin in de drie verzorgingsgebieden van de n. trigeminus
Pijnzin met scherp/stomp
3
, SCRIPT – SENSIBILITEIT GELAAT
“Ik ga nu het gevoel in uw gezicht testen. Ik laat u eerst voelen hoe het watje op uw hand voelt. U mag uw ogen
dicht doen en iedere keer ‘ja’ zeggen als u het watje voelt.”
▸ Ik test de sensibiliteit in de drie verzorgingsgebieden van de n. trigeminus.
“Doe de ogen maar weer open.”
“Dan ga ik nu het pijngevoel in het gezicht testen. Dit stokje heeft een scherpe en een stompe kant. Ik laat dit eerst
even op de hand voelen. Voelt u het verschil?”
“Doe de ogen maar weer dicht. Zeg maar of het scherp of stomp is wat u voelt.”
▸ Ik test minimaal één keer scherp in de verschillende verzorgingsgebieden.
“Het pijngevoel is intact in het gezicht.”
Corneareflex (theoretisch)
WAT BEOORDEEL JE?
Alleen bij afwijkende sensibiliteit of twijfel
Afferente tak: n. trigeminus
Efferente tak: n. facialis
SCRIPT – CORNEAREFLEX (ALLEEN BENOEMEN)
“Als de tastzin niet goed zou zijn of ik zou twijfels hebben, zou ik nog kunnen kijken naar de corneareflex. Wilt u die
kant op kijken? Ik ga met het watje vanuit het oogwit naar het hoornvlies.”
▸ Normale reactie: beiderzijds dichtknijpen van de ogen.
Kracht kauwspieren
WAT BEOORDEEL JE?
Kracht m. masseter en m. temporalis
Links en rechts vergelijken
SCRIPT – KAUWSPIEREN
“Dan ga ik nu de kracht van de kauwspieren testen. Wilt u deze spatel tussen de kiezen plaatsen en bijten?”
“En laat maar weer los.”
▸ De kracht is links en rechts gelijk.
N. FACIALIS (n. VII)
Inspectie gelaat
WAT BEOORDEEL JE?
Symmetrie gelaat
Voorhoofdsrimpels
Stand wenkbrauwen
Lidspleet
Hoeveelheid zichtbaar oogwit
Mondstand
Nasolabiale plooien
4