probleem 7
Leerdoelen
Wat is nudging? Hoe kan dit gedrag van burgers beïnvloeden? Kritiek op nudging?
De overheid heeft verschillende instrumenten om gedragsverandering tot stand te brengen. Traditioneel
onderscheiden bestuurskundigen de wortel, de zweep en de preek.
De wortel staat voor een economische aanpak: om gedrag te veranderen moet je prikkels geven. Zo kreeg je
vroeger veel subsidie als je een elektrische auto kocht. Veel mensen maakten hier gebruik van. Als je deze
subsidievoorwaarden aanpast, dan verandert het gedrag.
De zweep voor de jurist: je verandert gedrag via geboden en verboden. Een rookverbod in cafés, maar ook de
leerplicht tot 18 jaar zijn voorbeelden waarin de overheid de spreekwoordelijke zweep gebruikt om gedrag van
burgers te sturen.
Het derde beleidsinstrument is de preek. Het prototypische voorbeeld van de preek zijn de communicatiecampagnes
van het Rijk, bijvoorbeeld NIX18 over niet roken en drinken tot je 18de.
De wortel, zweep en preek gaan uit van een rationeel beslissende burger. Maar mensen beslissen niet volledig
rationeel. Als je gedrag wilt veranderen, kun je hiervan gebruikmaken. Thaler en Sunstein beschrijven in hun boek
‘Nudge’ een nieuwe manier van gedragsverandering die niet uitgaat van rationaliteit.
Een nudge is een manier om gedrag te veranderen zonder opties te verbieden of de kosten van opties sterk te
veranderen. Nudges verbieden dus geen opties (zoals bij de zweep) en veranderen de kosten van een keuze niet
substantieel (zoals bij de wortel). Het is ook anders dan een preek, omdat nudges niet uitgaan van rationeel
beslissende burgers.
Een voorbeeld van nudge is het duidelijk maken van sociale normen. Een ander voorbeeld van een nudge is het
aanpassen van de standaard. Het slim zetten van standaarden werkt, maar het vereist wel draagvlak, zeker als je
afhankelijk bent van andere partijen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten draagvlak: politiek draagvlak, draagvlak bij organisaties en
persoonlijk draagvlak. Het bijbehorende acroniem is dan POP, een afkorting voor populair. Als de
gedragsverandering zowel politiek, organisatorisch als persoonlijk gedragen is, is deze dus POPulair.
Hoe weet je of er sprake is van gedragen gedragsverandering? Je kan – grofweg – via vijf criteria meten of hier
sprake van is.
1. Het eerste criterium gaat over de effectiviteit van
de verandering.
2. Het tweede criterium gaat over de doelmatigheid
van de interventie. Wegen de kosten van de
gedragsverandering op tegen de opbrengsten?
3. De laatste drie criteria gaan over het draagvlak.
De vijf criteria kun je toepassen op concrete casus. We kunnen hierdoor op een bredere manier gedragsverandering
door de overheid analyseren. Zo kijken we niet alleen naar de effectiviteit, maar ook naar efficiëntie en steun bij
politici, organisaties en burgers.
Keuzearchitect
Een keuzearchitect is iemand die verantwoordelijk is voor het organiseren van de context waarbinnen mensen
beslissingen nemen. Er zijn veel parallellen tussen keuzearchitectuur en meer traditionele vormen van architectuur.
Een cruciale parallel is dat er niet zoiets als een 'neutraal' ontwerp bestaat.
Kleine en schijnbaar onbeduidende details kunnen grote gevolgen hebben voor de manier waarop mensen zich
gedragen. Een goede vuistregel is ervan uit te gaan dat 'alles ertoe doet'. De macht van deze kleine details wordt
vaak bepaald door de richting waarin de aandacht van gebruikers wordt getrokken. Het inzicht dat 'alles ertoe doet'
kan zowel verlammend als stimulerend werken.
, Libertair paternalisme
Het libertaire aspect van onze strategieën zit hem in het feit dat mensen over het algemeen vrij moeten zijn om te
doen wat ze willen - en om zich, als ze dat willen, terug te trekken uit ongewenste situaties. Om met wijlen Milton
Friedman te spreken: libertair paternalisten vinden dat mensen 'vrij moeten zijn om te kiezen'.
We streven ernaar beleid te ontwerpen dat de keuzevrijheid respecteert of vergroot. Als we de term libertair
gebruiken om iets toe te voegen aan het woord paternalisme, bedoelen we niets anders dan het behoud van
vrijheid. Libertair paternalisten willen het mensen die hun eigen gang willen gaan gemakkelijk maken; ze willen
mensen die hun vrijheid willen uitoefenen niet in de weg zitten. Het paternalistische aspect zit hem in de claim dat
het legitiem is te proberen het gedrag van mensen zodanig te beïnvloeden dat ze langer, gezonder en beter leven.
Met andere woorden, we pleiten voor bewuste inspanningen van instellingen in de particuliere sector, maar ook van
overheden, om de keuzes van mensen zodanig te sturen dat hun leven daar beter van wordt. Naar ons oordeel is
een beleid 'paternalistisch' als het probeert keuzes zodanig te beïnvloeden dat keuzemakers, naar hun eigen
oordeel, beter af zijn.
Libertair paternalisme is een relatief zwakke, softe en niet-ingrijpende vorm van paternalisme omdat keuzes niet
worden geblokkeerd, uitgesloten of aanzienlijk worden belast. Als mensen willen roken, veel willen snoepen, een
ongeschikte ziektekostenverzekering willen kiezen of geen pensioen willen opbouwen, zullen libertair paternalisten
hen niet dwingen om hun gedrag te veranderen - ze zullen hen geen strobreed in de weg leggen. Toch is de
benadering die we voorstaan wel paternalistisch, omdat keuzearchitecten uit de particuliere sector en de overheid
niet alleen proberen de verwachte keuzes van mensen te volgen of te implementeren. Ze proberen mensen ook
bewust in een richting te sturen die hun leven beter maakt. Ze geven een duwtje in de rug. In de betekenis waarin
wij deze omschrijving gebruiken, heeft zo'n duwtje in de goede richting betrekking op alle mogelijke aspecten van de
keuzearchitectuur die het gedrag van mensen op voorspelbare wijze veranderen zonder opties te verbieden of de
financiële stimulansen aanzienlijk te wijzigen. Wil iets gelden als een duwtje in de goede richting, dan moet de
interventie gemakkelijk en goedkoop te vermijden zijn. Het is geen verplichting.
Humans en econs
Diegenen die paternalisme afwijzen, stellen vaak dat mensen prima zelf keuzes kunnen maken en zo niet prima, dan
toch in ieder geval beter dan iemand anders dat zou doen (vooral als die iemand anders voor de overheid werkt).
Veel mensen lijken het idee van de homo economicus te omarmen, ofwel de economische mens - de notie dat elk
van ons altijd goed nadenkt en rationeel kiest en dus in het plaatje van de mens past zoals economen ons dat
voorschotelen.
Echte mensen hebben problemen met staartdelingen (rationeel denken). Ze zijn geen homo economicus maar homo
sapiens (humans). -> irrationele keuzes. Overeenkomstig onze definitie is een duwtje in de goede richting een factor
die het gedrag van humans aanzienlijk verandert, maar door econs zou worden genegeerd. Econs reageren primair
op financiële prikkels.
Een foute veronderstelling en twee misvattingen
Veel mensen die voorstander zijn van keuzevrijheid, verwerpen iedere vorm van paternalisme. Zij willen dat de
overheid burgers zelflaat kiezen. Het standaardbeleidsadvies dat uit deze denkwijze voortvloeit, is mensen zo veel
mogelijk keuzes te bieden, zodat ze de optie kunnen kiezen die hen het meeste aanstaat (met zo min mogelijk
overheidsbemoeienis of duwtjes in de rug).
De foute veronderstelling is dat vrijwel alle mensen vrijwel altijd keuzes maken die in hun eigen belang zijn of die in
ieder geval beter zijn dan de keuzes die iemand anders voor ze zou maken. Wij beweren dat deze veronderstelling
fout is.
De eerste misvatting is dat het mogelijk is om te voorkomen dat je de keuzes van mensen beïnvloedt. In veel
gevallen moet een organisatie of uitvoerder een keuze maken die van invloed zal zijn op het gedrag van deze of
gene. In die situaties is het onmogelijk om duwtjes in de een of andere richting te voorkomen en bedoeld of
onbedoeld zullen die duwtjes gevolgen hebben voor wat mensen kiezen.