probleem 3
Leerdoelen
Wat zijn de kenmerken van verschillende soorten juristen? En hoe moeten ze worden opgeleid tot jurist?
De drie typen juristen
- De traditionele jurist
Bepaalde juridische beroepen - in het bijzonder de beroepen die wettelijk zijn gereguleerd, zoals rechters, officieren,
advocaten en notarissen - als professie aangemerkt. Dit betekent dat deze beroepen een wettelijk monopolie
hebben op het verlenen van bepaalde diensten. Daarnaast beschikken ze over een specifiek kennisdomein en
relatief veel autonomie.
Enkel concrete kennis is niet afdoende, belangrijker is de vaardigheid om de wet en rechtspraak op een juiste wijze
te interpreteren en toe te passen op een concrete casus. Volgens Kronman dient een goede jurist, naast de kunst
om met een casus om te gaan, eveneens te beschikken over een gevoel voor de publieke zaak en het vermogen zich
in te leven in de standpunten van verschillende betrokkenen zonder het bredere perspectief van de rechtsorde uit
het oog te verliezen.
Het belang van deze, vrij ongrijpbare, vaardigheden (of zelfs karaktereigenschappen) die worden aangeleerd tijdens
de opleiding maakt dat het voor ‘gewone burgers’ moeilijk is zich in het juridisch domein te bewegen. Daarbij speelt
ook een rol dat juristen een breed arsenaal aan juridisch jargon gebruiken dat voor de leek moeilijk te begrijpen is.
De beroepsgroepen beschikken verder over relatief veel autonomie om zichzelf te organiseren en te controleren.
Daarin opereren ze betrekkelijk onafhankelijk van de overheid en weten advocaten en notarissen zich ook deels te
onttrekken aan de marktwerking. Hierdoor staat de overheid als controleur meer op de achtergrond.
Tot slot bepalen de beroepsgroepen grotendeels zelf wie, onder welke voorwaarden, toetreedt tot de professie,
door het hebben van een eigen beroepsopleiding en door hun invloed op het curriculum van universitaire
rechtenopleidingen middels het vereiste van ‘civiel effect’.
De traditionele juristen verrichten hun werk vooral op basis van de formele juridische werkwijzen en de juridische
kaders die bij hun beroep horen. Voor de aanpak van geschillen of andere vraagstukken zijn juridische maatstaven
leidend.
Er is echter ook kritiek op voorgenoemde wijze van opereren. Professionele beroepsgroepen zouden vooral bezig
zijn met het bewaken van hun professionele monopolie als (juridisch) dienstverlener tegen de competitie van
buitenstaanders en zouden daarmee innovatie tegengaan. Ze zouden ten onrechte de uniciteit van de eigen
diensten benadrukken en met claims ten aanzien van het belang van bepaalde karaktereigenschappen, het elitaire
en gesloten karakter van de professie in standhouden. Volgens Posner creëren professies bewust een bepaalde
mystiek, onder andere door het gebruik van ingewikkeld juridisch jargon en het opwerpen van onnodige en
ongrijpbare eisen voor toetreding tot de professie. Ook wordt er in de literatuur op gewezen dat veel juristen een
afhoudende houding hebben ten opzichte van nieuwe technieken en nieuwe spelers op de markt, die het bestaande
verdienmodel van de professie in gevaar kunnen brengen
- Managerial jurist
Er zijn nieuwe juridische dienstverleners opgekomen die deels van nieuwe technische mogelijkheden gebruikmaken.
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de opkomst van Online Dispute Resolution. Dat zorgt ervoor dat
juristen niet op de traditionele wijze door kunnen gaan: ze moeten zich aanpassen of veranderen.
Voorstanders zeggen dat de legitimiteit van het beroep van jurist zou moeten liggen in de mate waarin ze waarde
toevoegen voor de maatschappij, en diensten leveren die toegankelijk en betaalbaar zijn. Dit past binnen de New
Public Management beweging waarin bedrijfsmatige waarden vanuit de private sector, zoals zuinigheid,
doelmatigheid en doeltreffendheid, in de publieke sector worden toegepast.
, Door de minder elitaire insteek en de aansluiting bij maatschappelijke doelen kan een managerial jurist tevens
bijdragen aan de behoeften van de burger. Op dat punt sluiten managerialisme en de ideeën van maatschappelijke
effectieve rechtspraak en een burgergerichte overheid op elkaar aan.
De instrumentalistische benadering van managerialisme, waarin vooral efficiëntie en effectiviteit centraal staan,
laat echter minder ruimte om in te spelen op de behoeften van het concrete individu, terwijl dat eveneens een
centrale gedachte binnen de trend van burgergerichtheid en responsiviteit is.
- Hybride jurist
Een te bedrijfsmatige benadering van de jurist brengt dus het risico met zich dat de professionele waarden (te veel)
uit het oog worden verloren. Daarbij kunnen de morele dimensie van het recht en de rechtsbescherming van de
individuele burger in het geding komen. Bovendien leidt de inperking van de autonomie ook tot weerstand vanuit
de professionals zelf. Tegelijkertijd zijn veel juristen het erover eens dat het belangrijk is dat juridische
dienstverlening toegankelijk is. Toegang tot het recht is tenslotte zelfs een mensenrecht. Het beperken van
juridische kosten speelt daarin een belangrijke rol. Ook zullen weinigen er (expliciet) op tegen zijn als de juridische
beroepen wat van hun mystiek en elitaire karakter verliezen.
Een recent inzicht is daarom dat een hybride jurist weleens een goede tussenvariant zou kunnen zijn. Hoewel in de
literatuur de kenmerken van de traditionele jurist en de managerial jurist soms ook als tegenstrijdig worden
gepresenteerd (denk aan autonomie versus controle, of kwaliteit versus efficiency), worden door de hybride jurist de
verschillende waarden gecombineerd in de uitvoering van het juridische werk.
Daarnaast wordt ook gesuggereerd om meer waarden in te brengen en daarmee te komen tot ‘connected’ of
‘relational’ professionals. Hiermee wordt bedoeld dat de juristen nog steeds handelen vanuit hun juridische
expertise, maar dit doen in connectie tot, of in samenwerking met, anderen, zoals cliënten of maatschappelijke
actoren.
o T-shaped lawyer
De T-shaped lawyer is een jurist die aan de ene kant beschikt over een uitgebreide basis bestaande uit uitvoerige
juridische kennis en vaardigheden (de staander van de T) en aan de andere kant breed opgeleid is met kennis en
vaardigheden uit andere disciplines (de ligger van de T). Deze completere set aan kennis en vaardigheden stelt
juristen beter in staat om juridische problemen holistisch te benaderen. Wat betreft de juridische kennis en
vaardigheden – al van belang in het traditionele perspectief op het juridisch beroep – zou het wel goed zitten, maar
de bredere opleiding van juristen zou volgens auteurs beter kunnen.
Kritiek
Allereerst kan worden gesteld dat bepaalde tegengestelde waarden in de praktijk moeilijk met elkaar te verenigen
zijn. Daarnaast leidt meer aandacht voor brede vaardigheden vrijwel onontkoombaar tot minder nadruk op
juridische vaardigheden. Vandaar dat niet zozeer kan worden gesteld dat alle waarden worden nagestreefd, maar
meer dat sprake is van het vinden van de juiste balans, waarbij altijd iets erop achteruitgaat. Het risico is dat in
concrete situaties de balans toch vaak voornamelijk een kant uitslaat. Daarnaast geldt dat het zorgen voor breed
opgeleide juristen (die nog steeds over gedegen juridische kennis en vaardigheden beschikken) veel vraagt van het
juridisch onderwijs. In het verlengde wordt wel de vraag gesteld of niet te veel wordt afgedwaald van de kern van
het juridisch werk.
Rechters
Rechters en officieren van justitie worden ook wel de zittende (rechters/raadsheren) en staande (officieren van
justitie/advocaten-generaal) magistratuur genoemd. Waar rechters belast zijn met de rechtspraak zijn officieren
belast met het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Bijzonder aan de positie van deze magistraten is dat zij
het publiek belang dienen. Het zijn dan ook rechterlijke ambtenaren. Omdat ze deel uitmaken van de rechterlijke
macht genieten ze bijzondere waarborgen met betrekking tot hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid.