probleem 2
Leerdoelen
Met welke redenen stappen burgers naar de rechter? En in hoeverre doen zij dit ook?
Verschillende profielen
- Profiel 1. De rechtvaardigheidzoeker
De rechtvaardigheidzoeker zit met een acuut juridisch probleem. Voor zijn gevoel is hem groot onrecht aangedaan.
Hij zoekt dan ook bescherming bij de rechter. Hij verwacht dat die hem onvoorwaardelijk in het gelijk zal stellen en
het aangedane onrecht zonder omweg zal compenseren.
Dit type rechtzoekende is emotioneel gedreven en wordt sterk in beslag genomen door het probleem. Hij heeft er
veel tijd en moeite voor over. De inzet is hoog, evenals de verwachtingen.
De eventuele kosten dreigt de ‘rechtvaardigheidzoeker’ hierbij uit het oog te verliezen. Hij wint zo nodig wel advies
in, maar laat zich daar niet (volledig) door leiden.
Het gaat de rechtvaardigheidszoeker niet primair om geld, maar vooral om rechtvaardigheid. Voor dit type
rechtzoekende lijken de kosten en moeite geen hoge drempel. Het gaat immers om een principiële zaak.
De verwachtingen van dit type rechtzoekende zijn hooggespannen, hetgeen tegelijkertijd een sterke invloed heeft
op hun beeld van de rechter. De rechter moet volgens hen bescherming bieden en onrecht herstellen. Voor de
rechtvaardigheidzoekers kan de rechtszitting wel eens tegenvallen. De rechter maakt immers zo zijn eigen afweging.
Rechtzoekenden uit de categorie rechtvaardigheidzoekers wijzen erop dat emoties een realistische blik op de
afwikkeling van het juridische probleem in de weg kunnen staan. De kosten-batenafweging verloopt dan
onevenwichtig.
- Profiel 2. De rechtzoeker
De rechtzoeker wil gewoon een oplossing voor zijn juridische probleem. Hij benadert dit probleem zakelijk en
tamelijk nuchter.
Hij wint zo nodig advies in, wikt en weegt zijn kansen en mogelijkheden. Hij heeft doorgaans een
rechtsbijstandverzekering afgesloten en zo geanticipeerd op eventuele kosten. Hij is pragmatisch en behoorlijk
zelfredzaam.
Hij beziet de gang naar de rechter vooral instrumenteel, als een mogelijkheid om het juridische probleem uit de
wereld te helpen. Wel is de ‘rechtzoeker’ kritisch over de rechtspraak als het gaat om doorlooptijden en de
onvoorspelbaarheid van de rechter. Bij voorkeur lost hij zijn problemen (zelf) informeel op.
De rechtzoekende is calculerend, tamelijk zelfredzaam en tijdig hulpbronnen weet aan te boren. Hij houdt greep op
zijn zaak. Hij wint advies in en bepaalt mede op basis daarvan zijn strategie. Doorgaans is hij hiervoor verzekerd.
In het kader van de eerdergenoemde instrumentele benadering van de rechtsgang, verwacht hij snelle service op
basis van de voorgelegde casus. Aan de andere kant vormt de onvoorspelbaarheid van de procedure een onzekere
factor.
De rechtzoeker is in zekere zin een kritische consument. Hij wil graag een goede algemene informatievoorziening, in
het bijzonder over de werkwijze van de rechter en de te verwachten doorlooptijden. Sommige respondenten
bepleiten een servicebalie of inloopspreekuur. Of een internetportal waar zij hun probleem kunnen aanmelden en
waar rechtshulpverleners dan op intekenen met een offerte en een plan van aanpak.
, - Profiel 3. De ontgoochelde
De ontgoochelde zit met zijn juridisch probleem in zijn maag. Hij weet niet goed hoe dit aan te pakken. Hij is geneigd
het te negeren, hij heeft immers al zoveel aan zijn hoofd. De mogelijke kosten voor advies en procederen vormen
een reële drempel, vaak is hij niet verzekerd. Dit type ziet op tegen het gedoe dat een gang naar de rechter met zich
meebrengt. Hij aarzelt om het op te nemen tegen de wederpartij, zeker als hij die als sterker ervaart. Hij verwacht
dan ook niet al te veel van de procedure bij de rechter. De ‘ontgoochelde’ is minder zelfredzaam en laat zich sterk
leiden door (negatief) advies. Dit leidt tot een gevoel van onmacht en frustratie.
De ontgoochelde rechtzoekende benadrukt de kosten en de moeite. Het inschakelen van een advocaat of een gang
naar de rechter lijkt nagenoeg onbegonnen werk. Daarnaast ziet hij er tegenop om de strijd aan te gaan met een
ogenschijnlijk machtige wederpartij.
Hij begrijpt de hele rechtsgang niet goed en ziet vaak op tegen de wederpartij (bijv. een nutsbedrijf of een
overheidsinstelling), die ook als onaantastbaar wordt ervaren. Het legt zijn lot dan maar in de handen van de
rechtshulpverlener. Die bepaalt de strategie, de rechtzoekende volgt.
Hij heeft geen idee hoe de rechtszitting zal verlopen en hoe de rechter zich zal opstellen. Hij weet eigenlijk niet eens
wat hij kan en mag verwachten. Een enkele keer kleurt een eerdere negatieve ervaring het beeld.
De ontgoochelde rechtzoekende pleit voor laagdrempeligheid. En dan niet alleen als het gaat om de kosten voor
rechtsbijstand of de hoogte van de eigen bijdrage, maar ook voor wat betreft het inwinnen van advies. Zo zou er op
de rechtbank een spreekuurachtige voorziening moeten worden ingericht waar een zaak kan worden beoordeeld en
doorverwezen naar de best passende manier van afdoen.
Doen zij dit ook?
Elk rechtssysteem functioneert vanuit de veronderstelling dat bij een schending van rechten, gedupeerden in actie
zullen komen om zo nodig via de rechter hun rechten af te dwingen. In werkelijkheid is dat vaak niet het geval. Niet
alle mensen zijn op de hoogte van hun rechten of realiseren zich dat die rechten geschonden zijn.
Verder vergt het ondernemen van juridische actie moed, kennis, tijd, geld en veelal ook de juiste contacten. In
sommige gevallen is rechtsbijstand vereist, maar die is niet altijd binnen handbereik.
In de zoektocht naar erkenning voor juridische problemen, kunnen zich nog tal van andere (psychologische)
belemmeringen voordoen die maken dat mensen niet altijd in rechte hun gelijk kunnen halen. Ze stuiten
bijvoorbeeld op wettelijke of financiële belemmeringen of raken al bij voorbaat ontmoedigd door het optreden van
een (machtiger) wederpartij.
De mobilisatie van rechten (of eigenlijk beter: het gebrek daaraan) wordt door onderzoekers op verschillende
manieren gevisualiseerd. De ‘geschilbeslechtingspiramide’ van Felstiner, Abel en Sarat is zo’n inmiddels klassieke
metafoor. De onderste laag van die piramide wordt gevormd door alle potentiële juridische problemen; het topje
symboliseert alle rechtszaken die daaruit voortvloeien. Het tussenliggende proces is volgens de onderzoekers een
proces van naming, blaming and claiming (benoemen, beschuldigen en dagen).
- Naming
Naming wil zeggen dat mensen een onplezierige ervaring daadwerkelijk als probleem benoemen en erkennen. In
deze eerste fase wordt iemand zich bewust van een probleem en gaat diegene nadenken over het ondernemen van
actie.
In de fase van naming is bovendien van belang dat mensen op de hoogte zijn van hun rechten en zich er ook bewust
van zijn dat die rechten in hun geval van toepassing zijn.
Mensen zijn geneigd om dat wat zij zelf als rechtvaardig beschouwen voor recht aan te zien. Een belangrijke
conclusie die we uit sociaalwetenschappelijk onderzoek kunnen trekken is dat de gepercipieerde rechten - de
rechten zoals die door de persoon in kwestie ervaren worden - niet altijd overeenkomen met objectief omschreven
rechten, zoals neergelegd in wet- en regelgeving.