PROCEDURES
WERKSCHEMA RESTAURATIEVE PROCEDUES
1. Diagnose
2. Behandelingsplan
3. Tandpreparatie
4. Behandeling van cariës profunda (= diepe cariës dicht op pulpa) en pulpaire
verwikkelingen
5. Bescherming van de dentinewonde
6. Aanbrengen van het definitief restauratiemateriaal
DIAGNOSE EN OORZAAK VAN HET TANDLETSEL
1. Carieuze laesies
a. Pits en fissuurcariës verkleurd occlusaal vlak, = beginnend
cariësletsel
b. Cariës op de gladde tandvlakken = op glad vlak, waar normaal
niet veel cariës ontwikkelen, bijvoorbeeld door orthodontische brackets.
c. Proximale cariës = tussen 2 tanden, kan ook als ‘multiple
interproximale cariës’
d. Wortelcariës
e. Glazuurcariës = oppervlakkig
f. Dentinecariës = dieper
2. Niet carieuze tanddefecten
a. Abrasie
i. Pathologische slijtage t.g.v. mechanische krachten
b. Erosie
i. T.g.v. een chemisch proces
c. Attritie
i. Slijtage harde weefsels door occlusie en articulatie
d. Abfractie
i. T.g.v. excentrische oclusale belasting, rond cervicale gebied.
e. Tandtraumata
i. Glazuur-fractuur
ii. Glazuur-dentine fractuur
1. Ongecompliceerd
2. Gecompliceerd (expositie van de pulpa)
f. Niet erfelijke glazuurhypoplasiën
i. Ontstaan door beschadigde ameloblasten tijdens de glazuurvorming
g. Amelogenesis imperfecta
i. Erfelijke ontwikkelingsstoornis van het glazuur
h. Dentinogenesis imperfecta
i. Erfelijke ontwikkelingsstoornis van het dentine
3. Bestaande restauratie met cariësrecidief, defect of esthetische tekortkomingen
a. Defect door bijv. randspleet, breuk vulling, afgebroken knobbel
b. Esthetische tekortkomingen door bijv. verkleuring
4. Esthetische tekortkomingen
a. Afwijkingen in de tandvorm = bijv. dwerglateraal, persistente
melkhoektand
b. Afwijkingen in de tandstand= bijv. diastemen, crowding
, c. Afwijkingen in de tandkleur = bijv. tetracycline-verkleuring,
glazuurhypoplasie
BEHANDELINGSPLANNING
Wanneer het vastgesteld letsel i.c.m. oorzaak nog niet in aanmerking komt gaat men een
afwachtende houding aannemen / preventieve maatregelen inschakelen.
Indien wel behandeling is er keuze tussen direct herstel en indirect herstel
DIRECT HERSTEL
- Herstel dat rechtstreeks in de mond wordt uitgevoerd door de tandarts.
- M.b.v. composiet, amalgaan, HG-GI, compomeer
- Voornamelijk voor minder uitgebreide herstellingen (Klasse I, II, III, IV,). Grotere
laesies zoals knobbelopbouw kunnen ook zo herstelt worden, maar de levensduur
hiervan is beperkt.
- Kostprijs ligt wel stuk lager
INDIRECT HERSTEL
- Herstel dat buiten de mond wordt gemaakt, m.b.v. een afdruk/scan.
- Niet in dezelfde zittijd herstelt
- Inlay, onlay, veneers, kronen.
Het behandelingsplan wordt bepaald door:
- Het type tandletsel
- Hoeveelheid tandweefselverlies
- Pulpaire status van het element
- Parodontale toestand
- Cariësgevoeligheid van de patiënt
- Mogelijkheid tot adequate afzondering werkterrein
- Volledige gebitssituatie van de patiënt
- Andere geplande behandelingen
- Functionele en esthetische aspecten
- Gewoontes van de patiënt
- Gezondheid van de patiënt
- Motivatie van de patiënt
- Financiële mogelijkheden
- Ervaring en kennis van de tandarts
- Labo-ondersteuning
Nu veel nadruk op minimaal invasieve tandheelkunde.
Vooral keuze in juiste adhesief met vulmateriaal belangrijk, ook dat de preparatie enkel
aangetast weefsel weggehaald.
,AMALAAM
Is uitstekend duurzaam en omvat goede mechanische eigenschappen.
Ag-amalgaam is en broos materiaal; het breekt snel onder plotse belasting. De sterkte
van het amalgaam neemt toe indien de caviteit dieper is dan breed.
Ag-amalgaam weerstaat gemakkelijk aan drukkrachten, maar matig aan trekkrachten en
buigkrachten. Een vulling moet bijgevolg zo weinig mogelijk deze krachten worden
blootgesteld.
Voordelen Ag:
- Minder techniekgevoelig
- Sterk, duurzaam en relatief gemakkelijk in gebruik
- Slijtvastheid gelijkaardig als de eigen tand
- Door het ontstaan van corrosieproducten wordt de randspleet meet afgedicht, er
is daardoor minder kans op microlekkage.
- Minder tijdrovend dan composietvulling
- Lage kost
Nadelen Ag:
- Niet tandgekleurd
- Kleeft niet aan tandweefsel
- Minimaal invasief herstel niet mogelijk, extensie voor preventie nodig
- Hoge eisen voor de caviteitsvorm
- Effecten op milieu en gezondheid van het amalgaam door aanwezigheid kwik
- Galvanisch element indien naast gouden restauratie geplaatst
Indicaties voor amalgaam als vullingsmateriaal
- Herstel van carieuze laesies of vervangen van oude amalgaamrestauraties in de
PM-M streek
- Als adequate afzondering moeilijk is
- Bij patiënten met een slechte mondhygiëne en tal van amalgaamvullingen
COMPOSIET
I.c.m. een adhesief systeem.
Hechting aan glazuur goed, aan dentine minder.
Caviteit kan wel minimaal-invasief geprepareerd worden, waardoor de levensduur langer
zal zijn
Bevat 4 structurele componenten
1. Polymeer matrix
2. Vulstofpartikels
3. Silaan koppelingsfactor
4. Initiator
De matrix is een continue fase waaraan andere ingrediënten worden toegevoegd. De
hoofdcomponent is meestal BIS-GMA hars. Daarnaast kunnen ook UDMA of TED-GMA
toegevoegd zijn.
Vulstofpartikels (glaspartikels of silicium-oxidepartikels) zijn toegevoegd om de fysiche
eigenschappen van het composiet te verbeteren.
Vulstofpartikels zijn gecoat met een silaan-koppelingsfactor, om zo de houvast van deze
vulstofpartikels aan de matrix te kunnen verzekeren.
, De initiator activeert de polymerisatie van het composiet. Deze kan chemisch of licht-
gestart zijn.
Licht is tussen 460-480nm
Voordelen van composiet:
- Esthetiek
- Minimaal invasief
- Geen extensie voor preventie
- Verzegeling van de restauratieranden
- Versterken van de restauratieranden
- Versterken van overblijvend tandweefsel tegen fractuur
- Knobbelversterking
- Bescherming tegen het verder uitbreiden van barsten in de tand
- Geen galvanisch element
- Slechte geleiding van temperatuur
- Weinig vereisten voor de preparatievorm
- Herstel is eenvoudig.
Nadelen van composiet
- Zeer techniekgevoelig
- Vereist perfecte drooglegging van werkterrein
- Beperking in fysicomechanische eigenschappen
- PM-krimp
- Degradatie van de hechting duurzaamheid
- Postoperatieve gevoeligheid
- Slijtvast
- Tijdrovend
- Kostprijs
Indicaties voor composiet
- Herstel van letsel in front- en posterieurregio
- Zeker voorkeur geven bij herstel van niet-carieuze letsels, aangezien er geen
bijkomend tandweefsel moet opgeofferd worden
Gouden standaard in de kliniek = 3S E&S (van optibond), met 35% fosforzuur als
conditioner
COMPOMEREN
- Toepassing in kindertandheelkunde voor herstel melkelementen
- Gelijkaardig als composiet, wel minder sterkte
GLASIONOMEREN
- Toepassing in de tandheelkunde
- Toepassing in de geriatrische tandheelkunde (wortelcariës)
- Toepassing bij hoge cariësgevoeligheid
- Toepassing bij diepe boxen i.c.m. composiet (sandwich)
- Toepassing bij kleinere restauraties (klasse 1, 2, 5)
- Vaak als tijdelijke restauratie
- Minder techniekgevoelig dan composiet
- Chemische hechting aan glazuur en dentine
- Geringe sterkte en esthetiek
CEMENTEN
= niet adhesief,