Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 188 pagina's
Samenvatting

Developmental Challenges and Deviations in early childhood - samenvatting literatuur (FSWP4028KKJ)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 188 pagina's

Cijfer: 9.4 Uitgebreide samenvatting van alle literatuur per project

Voorbeeld van de inhoud

4.2 Developmental Challenges & Deviations
Project 1 - Attachment and Initiative
Leerdoelen
●​ Which conditions enable a young child to develop healthy attachment patterns?
●​ Which parental factors or behaviors are associated with disturbed attachment in young children; and how
can this relation be explained?
●​ Which clinical diagnoses are associated with school refusal?
●​ How does school refusal behavior in these disorders develop or sustain?
●​ Does age affect the relation between clinical diagnoses and school refusal?
●​ Which other child or environmental factors are associated with school refusal?
●​ What is the effect of Post Partum Depression on Bonding?
●​ Which other risk factors are associated with disturbed Bonding?


(P1) Literatuur 1 - Infant social and emotional development (DeHart et al., 2004)
Development in the second six months
In de tweede zes maanden van het eerste levensjaar maken baby’s opnieuw een snelle en ingrijpende
ontwikkeling door
●​ Ze leren specifieke mensen herkennen als afzonderlijke personen, ontwikkelen doelgericht gedrag en
een beginnend gevoel van een ‘zelf’
●​ Hun sociale gedrag richt zich steeds meer op vaste verzorgers, wat leidt tot het ontstaan van specifieke
gehechtheid: een gevoel van nabijheid en veiligheid bij deze personen
●​ Rond deze tijd treden kwalitatieve veranderingen op: baby’s boven de 7 maanden reageren sterk op
scheiding van hun moeder, terwijl jongere baby’s dat nog niet doen
Deze veranderingen markeren het begin van een nieuwe fase in emotionele en sociale ontwikkeling

Stranger distress
Tussen 7 en 10 maanden ontstaat de vreemdenangst (stranger distress) → negative reactions of infants to
strangers
●​ Waar een baby van vijf maanden een onbekende nog vooral nieuwsgierig observeert, kan een iets
oudere baby direct negatief reageren met terugtrekken, huilen of wegdraaien
●​ Deze angst piekt meestal rond de 10 maanden en kan tot in het tweede levensjaar aanhouden

The Formation of Attachments​
Hechting: een duurzame emotionele band tussen een baby en een verzorger
●​ Deze relatie wordt zichtbaar in het verdriet bij scheiding, de vreugde bij hereniging en het gevoel van
veiligheid dat de aanwezigheid van de verzorger biedt
●​ Rond 12 maanden zoeken baby’s troost bij hun verzorger wanneer ze van streek zijn en verkennen ze de
wereld met meer zelfvertrouwen als deze in de buurt is

Hallmarks of Attachment
Hechting ontwikkelt zich in vergelijkbare patronen over culturen heen
1)​ Verlatingsangst: baby’s huilen wanneer hun verzorger weggaat, vooral tussen 7 en 10 maanden. Deze
angst ontstaat eerder in culturen waar voortdurend lichamelijk contact met de verzorger gebruikelijk is,
maar komt uiteindelijk overal voor
2)​ Begroetingsreacties: baby’s tonen direct en uitbundig plezier wanneer hun verzorger terugkeert; een
teken dat die persoon een unieke emotionele betekenis heeft gekregen
3)​ Veilige-basisgedrag: baby’s gebruiken hun verzorger als een veilige uitvalsbasis van waaruit ze durven
te verkennen. Wanneer ze angstig zijn, zoeken ze nabijheid en geruststelling, waarna ze hun exploratie
hervatten




1

,The Bases of Attachment
Hechting ontwikkelt zich geleidelijk door herhaalde interacties tussen baby en verzorger, waarin hun gedrag op
elkaar wordt afgestemd
●​ Het verschilt van binding (de eerste band direct na de geboorte) omdat hechting zich over langere tijd
vormt en tweezijdig is
○​ Direct contact na de geboorte is dus niet essentieel voor een gezonde hechting; ook baby’s die
tijdelijk gescheiden zijn van hun biologische moeder (zoals te vroeg geborenen) ontwikkelen
meestal een normale hechtingsrelatie
●​ Hechting is bovendien niet beperkt tot biologische ouders → baby’s die vroeg worden geadopteerd
kunnen even sterke hechtingsrelaties vormen, en in veel culturen hechten kinderen zich aan meerdere
personen
●​ Meestal ontstaat er een hiërarchie van hechtingsfiguren, waarbij de sterkste band wordt gevormd met
degene die het meest betrokken en beschikbaar is
○​ Vanuit evolutionair perspectief vergroot dit de overlevingskans: een primaire hechtingsfiguur
biedt directe bescherming, maar het vermogen om zich aan anderen te hechten blijft behouden

Theoretical perspectives
●​ Vroege psychoanalytische en leertheorieën: hechting ontstaat door de associatie tussen de verzorger
en voedsel
●​ Erikson en Bowlby: benadrukten de interactie en emotionele afstemming tussen verzorger en kind.
Bowlby zag hechting als een aangeboren biologisch systeem, ontwikkeld door natuurlijke selectie, dat
gericht is op nabijheid en bescherming
●​ De beroemde onderzoeken van Harry Harlow met resusapen ondersteunden deze visie → baby-apen
verkozen een zachte, stoffen “moeder” boven een draadmoeder die voedsel gaf (ze zochten comfort en
veiligheid, niet alleen voeding)

⇒ Hechting is een universeel, biologisch verankerd proces dat gebaseerd is op emotionele interactie, veiligheid
en wederkerigheid, niet enkel op lichamelijke verzorging

Explaining individual differences in early social and emotional development
Baby’s verschillen sterk in hun gedrag en emoties en in hun reactie op nieuwe situaties. Zulke verschillen zijn al bij
de geboorte zichtbaar, bijvoorbeeld in slaap- en huilpatronen of in het vermogen zichzelf te kalmeren

Onderzoekers vragen zich af hoe stabiel deze verschillen zijn, of ze later gedrag en persoonlijkheid voorspellen,
en waardoor ze ontstaan. Twee hoofdbenaderingen proberen dit te verklaren
1)​ Hechtingsgerichte benadering (Erikson, Bowlby): benadrukt de rol van de kwaliteit van de zorg.
Verschillen in ouderlijke sensitiviteit en responsiviteit leiden tot variatie in de veiligheid van hechting, wat
invloed heeft op het sociaal-emotioneel functioneren van het kind
2)​ Temperamentbenadering: richt zich op aangeboren, biologische factoren zoals genetische aanleg en
invloeden rond zwangerschap en geboorte. Temperament bepaalt mede hoe intens en frequent een
baby emoties ervaart en uitdrukt
Hoewel deze theorieën uit verschillende onderzoekstradities komen, vullen ze elkaar aan. Temperament en
kwaliteit van zorg worden tegenwoordig gezien als samenwerkende factoren die samen individuele verschillen in
vroege sociale en emotionele ontwikkeling verklaren

The Attachment Framework
Vrijwel alle baby’s ontwikkelen hechting aan een verzorger, ook wanneer zij een beperking of moeilijke
omstandigheden hebben. Alleen in extreme situaties, zoals bij ernstige institutionele verwaarlozing zonder
stabiele verzorger, kan hechting uitblijven
●​ Bowlby benadrukte dat niet óf een baby zich hecht, maar hoe veilig die hechting is, verschilt tussen
kinderen
●​ De kwaliteit van hechting hangt af van de kwaliteit van de zorg: baby’s die consequente, sensitieve zorg
ontvangen, leren dat hun verzorger beschikbaar en responsief is → dit vertrouwen vormt de basis voor
exploratie en emotionele veiligheid




2

, ●​ Ongevoelige, inconsistente of afwijzende zorg leidt daarentegen tot onveilige hechting (insecure of
anxious attachment)

Patterns of Attachment
Om deze verschillen te onderzoeken ontwikkelde Mary Ainsworth de Strange Situation-procedure, waarin baby’s
kort worden gescheiden van en herenigd met hun verzorger. Ze onderscheidde meerdere hechtingspatronen:
1)​ Secure attachment (veilige hechting): deze baby’s verkennen hun omgeving vrij wanneer de verzorger
aanwezig is, zoeken troost bij stress, en laten zich snel geruststellen bij hereniging
●​ Ze gebruiken de verzorger als een veilige basis en hervatten daarna hun spel
●​ Circa 60–70% van de baby’s
2)​ Anxious-resistant attachment (angstig-resistente hechting): deze
baby’s zoeken voortdurend nabijheid en raken sterk van streek bij
scheiding, maar zijn moeilijk te troosten bij hereniging
●​ Ze tonen ambivalent gedrag: ze willen contact maar verzetten
zich er tegelijk tegen
●​ Dit patroon ontstaat vaak door inconsistente zorg, waardoor de
baby onzeker is over de beschikbaarheid van de verzorger
3)​ Anxious-avoidant attachment (angstig-vermijdende hechting): deze
baby’s lijken onafhankelijk; ze verkennen zonder veel contact, huilen niet
bij scheiding en vermijden hun verzorger bij terugkeer
●​ Ze negeren of keren zich weg, vooral onder stress
●​ Dit gedrag weerspiegelt eerdere ervaringen waarin
hechtingssignalen werden afgewezen, waardoor het kind leert
zijn behoeften te onderdrukken
4)​ Disorganized-disoriented attachment (gedesorganiseerde hechting):
deze baby’s tonen tegenstrijdig of verward gedrag; benaderen en
wegkijken tegelijk, verstijven of vreemde bewegingen maken
●​ Komt voor bij baby’s wiens verzorger ook een bron van angst is
(zoals bij mishandeling)
●​ Deze vorm wijst op een innerlijk conflict tussen de behoefte aan
nabijheid en angst voor de verzorger en wordt geassocieerd
met verhoogd risico op latere psychopathologie

Quality of Care and Security of Attachment
Onderzoek toont overtuigend aan dat de gevoeligheid van de verzorger een cruciale rol speelt in het ontstaan
van veilige hechting
●​ Studies waarin ouder-kindinteracties in het eerste levensjaar werden geobserveerd, laten zien dat
sensitieve, responsieve en niet-opdringerige zorg sterk samenhangt met veilige hechting, terwijl
ongevoelige of inconsistente zorg leidt tot angstige vormen van hechting
●​ Het gedrag van de baby voorspelt hechtingskwaliteit nauwelijks; het is vooral de kwaliteit van de zorg
die bepalend is

Bepaalde vormen van ongevoelige zorg hangen samen met specifieke hechtingspatronen
●​ Anxious-avoidant attachment: komt vaak voor bij emotioneel afstandelijke of afwijzende verzorgers
●​ Anxious-resistant attachment: ontstaat meestal bij inconsistente of overdreven stimulerende zorg
●​ Disorganized attachment: wordt geassocieerd met beangstigend of verwarrend gedrag van de
verzorger, vaak bij mishandeling
Bij baby’s die verwaarloosd of mishandeld worden, komt angstige hechting veel vaker voor, vooral het
gedesorganiseerde patroon, wat sterk gerelateerd is aan latere psychische problemen. Ook extreme armoede en
emotionele onbeschikbaarheid leiden vaak tot onveilige hechting​

Tegelijk blijkt dat gevoelige zorg niet perfect hoeft te zijn: ouders hoeven niet altijd onmiddellijk of volledig juist te
reageren; volgens Winnicott is “goed genoeg” vaak voldoende. Baby’s van wie de verzorgers adequaat en
consequent reageren, huilen later minder en tonen meer vertrouwen → ze weten dat hun signalen worden
opgemerkt en dat troost volgt



3

, The Context of Caregiving
De kwaliteit van zorg staat niet op zichzelf, maar wordt beïnvloed door bredere sociale en psychologische
omstandigheden. Drie belangrijke factoren zijn:
1)​ Levensstress: hoge stress door financiële of persoonlijke problemen vermindert vaak de gevoeligheid
van verzorgers
2)​ Sociale steun: hulp en emotionele steun van anderen bevorderen de kwaliteit van zorg. Wanneer stress
afneemt of steun toeneemt, kan zelfs een eerder angstige hechting zich herstellen tot een veilige relatie
3)​ Ontwikkelingsgeschiedenis van de verzorger: ouders die in hun eigen jeugd responsieve zorg
ervoeren, bieden dit vaker ook aan hun kinderen
●​ Zowel bij mensen als dieren wordt hechtingsstijl transgenerationeel beïnvloed via ervaring en
observatie

Infant Attachment and Later Development
Volgens Bowlby vormen baby’s op basis van hun ervaringen interne werkmodellen: mentale representaties van
zichzelf, anderen en relaties
●​ Veilige hechting leidt tot een beeld van de verzorger als betrouwbaar, van zichzelf als de moeite waard
en van relaties als positief en steunend
○​ Kinderen met een veilige hechting tonen meer nieuwsgierigheid, zelfvertrouwen,
probleemoplossend vermogen en betere relaties met leeftijdsgenoten en leraren
●​ Onveilige hechting daarentegen kan leiden tot wantrouwen, laag zelfbeeld en moeite met relaties

Onderzoek bevestigt dat vroege hechtingsclassificaties:
●​ Stabiel zijn over de tijd
●​ Samenhangen met gedrag thuis
●​ Belangrijke voorspellers zijn van latere sociaal-emotionele ontwikkeling

⇒ De veiligheid van hechting wordt bepaald door de kwaliteit van de interactie tussen kind en verzorger, die op
haar beurt beïnvloed wordt door stress, steun en de achtergrond van de ouder. Hechting vormt zo een
fundamenteel kader voor verdere ontwikkeling; het beïnvloedt hoe kinderen zichzelf en anderen zien, hoe ze
met stress omgaan en hoe ze relaties aangaan in de toekomst


(P1) Literatuur 2 - Toddler social and emotional development (DeHart et al., 2004)
Individual Adaptations: The Roots of Personality
Tijdens de peutertijd worden individuele verschillen tussen kinderen duidelijker dan ooit. Terwijl sommigen een
positief zelfbeeld en effectieve emotionele regulatie ontwikkelen, worstelen anderen met onzekerheid, angst of
overweldiging door emoties. Deze persoonlijke reactiepatronen (patterns of adaptation: individual styles of
responding to others and to the environment that form the roots of personality) vormen de basis van de
persoonlijkheid

Becoming a Separate Person
Volgens Margaret Mahler vormt de peutertijd het begin van het separation–individuation process: de
psychologische losmaking van de verzorger en het groeiende besef van een eigen identiteit. Peuters ontdekken
dat ze zelfstandig kunnen handelen, maar behouden tegelijkertijd hun behoefte aan nabijheid en veiligheid

Erikson’s ontwikkelingsfase autonomy versus shame and doubt beschrijft hoe dit proces kan leiden tot twee
uitkomsten
●​ Bij steun en duidelijke grenzen ontwikkelt het kind een gevoel van autonomie, zelfvertrouwen en
competentie
●​ Bij overmatige controle of afwijzing kan het kind schaamte en zelftwijfel ervaren, wat zijn
onafhankelijkheid belemmert

De basis voor een gezonde autonomie ligt in basisvertrouwen (basic trust), dat voortkomt uit een veilige
hechtingsrelatie. Wanneer peuters weten dat hun ouder betrouwbaar en beschikbaar blijft, durven ze hun
onafhankelijkheid te verkennen zonder angst voor verlies van verbondenheid. Kinderen met een onveilige



4

Documentinformatie

Geüpload op
26 augustus 2026
Aantal pagina's
188
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,00

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
25
Volgers
0
Items
27
Laatst verkocht
2 maanden geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen