1. Dreigingsniveau blijft Substantieel (Niveau 4)
Het dreigingsniveau voor Nederland is vastgesteld op niveau 4 van de 5.
Dit betekent dat de kans op een terroristische aanslag in Nederland reëel
is. De dreiging is afkomstig uit verschillende hoeken, waarbij vooral
jihadisme, rechts-terrorisme en anti-institutioneel extremisme de
belangrijkste pijlers vormen.
2. Belangrijkste dreigingsstromingen
Jihadisme: Hoewel de dreiging van internationale organisaties zoals
ISIS en Al Qa’ida tijdelijk lijkt afgenomen door wereldwijde
contraterrorisme-operaties, blijft de intentie om aanslagen in Europa
te plegen aanwezig. ISIS heeft het vermogen om de
aanslagcapaciteit snel weer op te bouwen. Er zijn grote zorgen over
de online radicalisering van een nieuwe generatie (vaak
minderjarige) aanhangers.
Rechts-terrorisme en -extremisme: De dreiging vanuit het
rechts-terroristische online milieu is blijvend. Een zorgwekkende
trend is de normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed
(zoals de omvolkingscomplottheorie) in de samenleving, wat kan
leiden tot intolerantie en geweldsincidenten.
Anti-institutioneel extremisme: Een zeer kleine groep
extremisten is bereid geweld te gebruiken tegen de zogenaamde
‘kwaadaardige elite’ (overheid, media, wetenschap). Hoewel er
aanhoudingen zijn verricht, is de potentiële dreiging hiermee niet
volledig weggenomen.
3. Individualisering en zijn kenmerken
Een kernpunt in dit DTN is dat terrorisme steeds meer een individuele
aangelegenheid wordt.
Definitie vanuit rapport: individuen die geen deel uitmaken van een
hiërarchisch systeem en niet extern worden aangestuurd bij de planning
en uitvoering van een aanslag.
- Aanslagen worden vaker gepleegd door alleen handelende
daders (lone wolves) die niet direct worden aangestuurd door
organisaties, maar online zijn geïnspireerd en handelen op eigen
initiatief
o Radicaliseren buiten het zicht van hun sociale omgeving (vaak
online)
o Vaak wel online contact met gelijkgestemden: handelen
alleen, maar krijgen van gelijkgestemden inspiraties en in
sommige gevallen instructies.
- Motieven zijn vaak een mengeling van klassieke ideologieën,
persoonlijke grieven (=ergernissen), psychosociale problemen of een
fascinatie voor nihilistisch geweld → deze onduidelijke
motivatie maakt het lastig om hen binnen bestaande
extremistische kaders te plaatsen.
,Risico’s van individualisering:
- Grote onvoorspelbaarheid: door handelen op eigen initiatief en
eigen radicalisatie, is het voor veiligheidsdiensten uiterst moeilijk te
voorspellen en aanvoelen (onderkennen) wie, wanneer en waarom
iemand overgaat tot geweld.
o Lastige detectie: door individuele, online radicalisatie
worden signalen die bij grotere netwerken wel zichtbaar zijn
gemist door autoriteiten:
Er vindt weinig tot geen communicatie met anderen
plaats over de plannen
Voorbereidingstijd is vaak kort
- Focus op eenvoudige doelen: Alleen handelende daders richten
zich meestal op zogenaamde soft-targets en low-profile doelwitten
die eenvoudig te raken zijn.
o Hierdoor ook hogere kans op succes: aanslagen vaak
kleinere impact (door gebruik eenvoudigere middelen [wapens
zoals messen, eenvoudige voertuigen]) is de kans van slagen
op het plegen van een daadwerkelijke aanslag groter
4. Online radicalisering van jongeren
Er is een significante toename van minderjarigen die betrokken zijn bij
terroristische of extremistische misdrijven. Zij radicaliseren vaak in zeer
korte tijd via sociale media, besloten chatgroepen en gaming-platformen
(zoals Fortnite of Roblox). Algoritmes kunnen kwetsbare jongeren snel
blootstellen aan steeds extremere content.
De '764'-groepen (Nihilistisch extremisme)
Transnationaal en gedecentraliseerd netwerk: '764' is een
internationaal netwerk van online groepen dat niet centraal wordt
aangestuurd, maar verspreid is over verschillende platforms zoals
Discord en Telegram.
Focus op (verheerlijking van) geweld en misbruik: Binnen deze
groepen is het plegen en verheerlijken van extreem geweld en
seksueel misbruik een doel op zich. Het netwerk wordt gerekend tot
de zogenaamde harm communities van het bredere 'Com'-netwerk.
Verwerving van online status: Een kernmerk is dat leden hun
geweldsdaden (vaak door henzelf gepleegd) uitvoerig vastleggen op
video of afbeeldingen om online status en prestige te verwerven.
Hoe extremer, wreder of schokkender de beelden, hoe meer
erkenning en macht een lid krijgt binnen de hiërarchie van de groep.
Nihilistisch en soms ideologisch karakter: Hoewel sommige
leden banden hebben met rechts-terroristische of -extremistische
groepen, is het geweld niet altijd primair ideologisch gedreven. Er is
vaak sprake van nihilistisch geweld: geweld omwille van het
geweld, waarbij misantropie (menshaat) en de destructie van de
maatschappij centraal staan.
Betrokkenheid van (kwetsbare) jongeren: De groepen bestaan
voor een deel uit jongeren en minderjarigen, die soms kampen
met psychosociale problemen. Zij radicaliseren vaak in korte tijd
, door de constante consumptie van extreem gewelddadig
beeldmateriaal, zogenaamde gore-content.
Dehumanisering en macht: Het doel van het geweld is vaak het
verkrijgen van macht over slachtoffers of over andere groepsleden.
De voortdurende blootstelling aan gruwelijke beelden leidt bij deze
jongeren tot geestelijke afstomping en de dehumanisering van
anderen, wat de drempel om zelf geweld te gebruiken verlaagt.
5. Overige vormen van extremisme
- Links-extremisme: De geweldsbereidheid blijft hier beperkt tot
vandalisme, intimidatie of doxing, vooral rond thema's zoals het conflict
in Gaza en antimilitarisme. Er is momenteel geen sprake van een
terroristische geweldsdreiging uit deze hoek.
- Dierenrechtenextremisme: Gewelddadige acties zijn zeldzaam in
Nederland; de beweging uit zich voornamelijk activistisch.
6. Maatschappelijke impact
De voortdurende dreiging en de verspreiding van extremistische
narratieven leiden tot een toename van angst, haat en polarisatie in de
samenleving. Dit uit zich onder meer in de bedreiging en intimidatie van
politici, journalisten en wetenschappers, wat de democratische rechtsorde
ondermijnt.
Artikel 1 (Doosje et al., 2016)
Terrorism, radicalization and de-radicalization
Het artikel presenteert een wetenschappelijk model voor het begrijpen van
radicalisering en de-radicalisering, waarbij de nadruk ligt op de
cruciale rol van groepslidmaatschap en intergroepsrelaties. Hieronder
volgen de belangrijkste punten:
1. Fasen van Radicalisering
Het proces van radicalisering wordt onderverdeeld in drie opeenvolgende
fasen:
Fase 1: Gevoeligheid: Een individu wordt gevoelig voor een
radicale ideologie. Dit wordt vaak gedreven door een zoektocht
naar betekenis (quest for significance) na verlies van status of
vernedering, of door persoonlijke onzekerheid.
Fase 2: Groepslidmaatschap: Het individu sluit zich aan bij een
radicale groep. In deze fase vindt wederzijdse toewijding plaats en
worden banden met de oude sociale omgeving vaak doorgesneden
om de groepsidentiteit te versterken.
Fase 3: Actie: De persoon is bereid om geweld te gebruiken
namens de ideologie van de groep, bijvoorbeeld door een aanslag te
plannen. Dit wordt vaak gerechtvaardigd door de buitenwereld te
ontmenselijken en als een acute dreiging voor de eigen groep voor
te stellen.
, 2. Invloedsfactoren op drie niveaus
Het proces wordt op elk stadium beïnvloed door factoren op verschillende
niveaus:
Micro-niveau (individueel): Psychologische behoeften zoals de
behoefte aan erbij horen en status.
Meso-niveau (groep): De invloed van familie en vrienden, en
gevoelens van fraternale relatieve deprivatie (het gevoel dat de
eigen groep onrechtvaardig wordt behandeld vergeleken met
anderen).
Macro-niveau (maatschappelijk): Grote maatschappelijke
factoren zoals globalisering, de dominantie van het Westen of de
politieke situatie in het Midden-Oosten.
3. Psychologie van de terrorist
Een belangrijk inzicht uit het artikel is dat de meeste terroristen geen
psychische aandoeningen hebben en niet afwijken van de algemene
bevolking wat betreft psychopathologie. Terrorisme wordt eerder gezien
als het resultaat van een psychologisch proces dat 'normale' mensen
kunnen doorlopen onder specifieke omstandigheden. Groepen maken het
makkelijker om geweld voor te bereiden en verhogen de motivatie om
daadwerkelijk tot actie over te gaan.
4. Kenmerken van radicale groepen
Ondanks verschillende ideologieën (zoals extreemrechts, jihadistisch of
single-issue) delen radicale groepen vijf kenmerken:
1. Ze zien een ernstig probleem in de samenleving.
2. Ze hebben een laag vertrouwen in instituties (overheid, politie) om
dit probleem op te lossen.
3. Ze beschouwen de eigen waarden als superieur, wat leidt tot een
scherp 'wij-zij' onderscheid.
4. Ze omarmen een ideologie die geweld legitimeert.
5. Ze geloven sterk in de effectiviteit van geweld als middel om hun
doel te bereiken.
5. Weerbaarheid en De-radicalisering
Individuen kunnen worden beschermd door een 'schild van
weerbaarheid'. Echter, zodra iemand deel uitmaakt van een radicale
groep, keert dit schild zich om: de groep maakt de persoon dan juist
weerbaar tegen de-radicaliseringsinvloeden van buitenaf.
De-radicalisering is het proces waarbij iemand de eerder omarmde
ideologie weer verwerpt. Dit verschilt van disengagement (uittreding),
waarbij alleen het gedrag verandert (stoppen met geweld) maar de
overtuigingen kunnen blijven bestaan. De-radicalisering vindt vaak plaats
wanneer de toewijding aan de groep afneemt door intellectuele twijfel,
interne conflicten of ingrijpende levensgebeurtenissen zoals de geboorte
van een kind.
Vijf typen radicale groepen, elk met hun eigen kernpunten en
doelstellingen: