‘Praktisch Bestuursrecht’ geschreven door de heer Visscher en de
interactieve lessen op Brightspace. In de samenvatting zijn de begrippen
die de opdracht voorschreef dik gedrukt.
Het bestuursrecht behoort tot het publiekrecht en heeft betrekking op het
juridisch functioneren van het openbaar bestuur en zijn relatie tot de
burger. Het bestuursrecht bestaat uit een algemeen deel met regels die op
alle terreinen van het bestuurlijk optreden van toepassing zijn. Daarnaast
is er het bijzonder bestuursrecht dat van toepassing is op de bijzondere
gebieden waarop het openbaar bestuur actief is. coördinatiewetgeving
brengt enige eenheid en samenhang in het bijzonder bestuursrecht.
Rechtsnormen van het bestuursrecht:
- Organisatie van het openbaar bestuur
- Verlening van bestuursbevoegdheden
- Rechtsbescherming tegen het openbaar bestuur
- Normen voor het gebruik van bestuursbevoegdheden
- Rechtsnormen voor burgers en regels voor de handhaving
Beginselen die het algemeen fundament vormen van het publiekrecht:
- Legaliteitsbeginsel: er is een wettelijke grondslag nodig voor het
optreden door het openbaar bestuur
- Specialiteitsbeginsel: de belangenafweging door een bestuursorgaan
is beperkt tot het kader van de belangenafweging waarop een
speciale wet toeziet.
Bronnen van het bestuursrecht:
- Het verdrag
- De wet
- Het ongeschreven recht
- Bestuursrechtelijke jurisprudentie
Wet- en regelgeving bestaat op nationaal gebeid, maar er zijn ook
verdragen en Europese verordeningen en richtlijnen met of zonder
rechtstreekse werking in Nederland.
De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is een aanbouwwet waarin
in de loop der tijd steeds meer regels van algemeen bestuursrecht zijn
opgenomen. De Awb bevat een gelaagde structuur met algemene en meer
bijzondere regels die in samenhang met elkaar gelezen en toegepast
moeten worden. De regels van algemeen bestuursrecht uit de Awb zijn
verder in beginsel steeds van toepassing op die van het bijzonder
bestuursrecht, tenzij de bijzondere wet noodzakelijkerwijs hiervan afwijkt.
Wet in formele zin: wet van de regering en de Staten-Generaal
Wet in materiele zin: wet die algemeen verbindende voorschriften bevat
, Het openbaar bestuur bestaat enerzijds uit openbare lichamen en andere
rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld
(overheidsorganisaties) en anderzijds uit privaatrechtelijke
(rechts)personen die niet tot de overheid behoren maar wel
overheidstaken uitvoeren.
Openbare lichamen: de staat, de provincies, de gemeenten en de
waterschappen.
Zij vormen het bestuur voor het grondgebied of taakgebied waarvoor zij
zijn ingesteld. Tot de overheid behoren ook publiekrechtelijke
rechtspersonen (hierna: zbo’s) die geen organen zijn van de traditionele
openbare lichamen.
a-organen: organen van openbare lichamen en zbo’s
b-organen: andere organen/colleges/personen die met openbaar gezag
zijn bekleed.
Bestuursorganen kunnen op grond van hun bestuursbevoegdheden voor
burgers bindende besluiten nemen waartegen meestal bezwaar en
beroep mogelijk is. In Nederland zijn zij gebonden aan de speciale regels
van bestuursrecht die voor een groot deel zijn vastgelegd in de Awb. Een
schriftelijk beslissing die een publiekrechtelijk rechtshandeling (besluit)
kan worden ingedeeld in besluiten van algemene strekking (algemeen
verbindende voorwaarden, beleidsregels, etc.) en beschikkingen (concreet
geval). Op het voorbereiden, nemen en handhaven van dergelijke
besluiten zijn de algemene en bijzondere regels in de Awb van toepassing.
Beschikkingen (begunstigde of belastende) wijzigen de rechten of plichten
van een belanghebbende. Een beschikking verloopt in vier fases:
- De aanvraag
- De voorbereiding
- De beslissing
- De bekendmaking
Gebonden beschikkingen: bestuursorgaan gebonden aan strikte normen
Vrije beschikkingen: bestuursorgaan een discretionaire bevoegdheid
waarmee het zelf de inhoud bepaalt
Attributie: bestuursbevoegdheid kan in een wet of lagere regeling worden
toegekend.
Delegatie: bestuursbevoegdheid kan door het ene bestuursorgaan aan de
andere worden overgedragen.
Mandaat: bestuursorganen kunnen de uitvoering van de bevoegdheid ook
opdragen aan een persoon.
Voor de belangenafweging is het nodig dat een bestuursorgaan zorgvuldig
nagaat met wie het te maken heeft en welke belangen daarbij een rol
spelen. Belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een