Voorwaarden strafbaar feit:
1. Het gaat om een menselijke gedraging
Een persoon heeft een gedraging (doen of nalaten) verricht
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
Hierin staat welke gedragingen strafbaar zijn. Deze moet wettelijk zijn
vastgelegd (legaliteitsbeginsel)
3. De gedraging is wederrechtelijk
De gedraging moet ook strafbaar zijn.
4. De gedraging is aan schuld te wijten
Aan de verdachte moet verwijt kunnen worden gemaakt.
(Verwijtbaarheid: de verdachte had anders kunnen handelen maar heeft
dit niet gedaan)
Elementen: Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn elementen.
Elementen zijn ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen.
Bestanddelen: De onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat
worden bestanddelen genoemd. Bestanddelen staan altijd in een
tenlastelegging opgenomen en moeten door een rechter bewezen worden
verklaard.
*In sommige delictsomschrijving is wederrechtelijkheid ook een
bestanddeel. Dit om te voorkomen dat volkomen rechtmatig gedrag zou
vallen onder de strafwet. (Voorbeeld: buschauffeur gijzelt mensen omdat
hij deze er niet zomaar uit laat)
Verschillende strafbare feiten:
- Misdrijven en overtredingen
Het verschil zit in de strafbedreiging. Misdrijven zijn erger en staat dan
ook altijd een gevangenisstraf op. Op overtredingen staat alleen een
geldboete of hechtenis.
- Formele en materiele delicten
Formele delicten stellen een bepaalde handeling strafbaar, het gaat
daarbij om de activiteit en niet om de gevolgen. Materiele delicten
stellen het intreden van een bepaald gevolg strafbaar. (Grote categorie
waarvan niet duidelijk welke categorie)
- Commissie- en omissiedelicten
Commissiedelicten stellen een bepaald handelen strafbaar.
Omissiedelicten stelt het nalaten strafbaar.
- Gronddelicten, kwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
Gronddelict: uitgangspunt is dat een bepaald gedraging strafbaar is
gesteld (nulpunt).
Gekwalificeerd delict: ernstiger dan het gronddelict
Geprivilegieerd delict: lichter dan het gronddelict
Wederrechtelijkheid:
, - Betekenis 1: het bestanddeel wordt opgevat als ‘zonder
toestemming van de rechthebbende’. (Dit kan privaatrechtelijk als
bestuursrechtelijk bevoegdheid zijn: leer van Remmelik)
- Betekenis 2: het bestanddeel wordt opgevat als ‘in strijd met het
recht’.
*Beide betekenissen hebben andere uitkomsten daarom worden ze vaak
als beide uitgewerkt in bijvoorbeeld een proces-verbaal.
Opzet:
- Boos opzet: wanneer de verdachte willens en wetens de strafwet
heeft overtreden.
- Kleurloos opzet: wanneer de verdachte willens en wetens heeft
gehandeld *wetgever kiest voor deze betekenis
Verschillende vormen van opzet:
- Opzet als bedoeling: de verdachte heeft een bepaalde bedoeling en
daarom pleegt hij een strafbaar feit (hiervoor hoeft het gevolg niet
perse in te treden). Het gaat om het doel dat een verdachte heeft
(oogmerk).
- Opzet als zekerheidsbewustzijn: de verdachte weet zeker dat het
gevolg in zal treden terwijl dit niet zijn gewilde gevolg is.
- Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn: als de gevolgen van het
handelen van een verdachte waarschijnlijk zullen intreden.
- Voorwaardelijk opzet: opzet als mogelijkheid bewustzijn, het is
mogelijk dat bepaald gevolgen zullen intreden.
*Cicero-arrest: er is sprake van voorwaardelijk opzet indien de
verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de
geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat een bepaalde
omstandigheid zich voordoet.
*Porsche-arrest: er is sprake van voorwaardelijk opzet als een
verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de
aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg intreedt en dat gevolg
op de koop toe heeft genomen.
Het moet gaan om een aanmerkelijke kans dit is afhankelijk van de
omstandigheden van het geval. Wanneer de verdachte zich niet
bewust is van een kans dan zal er sprake zijn van schuld.
Opzet bewijzen: Een rechter acht het bestanddeel opzet bewezen verklaart
wanneer er sprake is van voorwaardelijk opzet.
Schuld (culpa = bestanddeel): er is sprake van schuld wanneer iemand
een verwijt kan worden gemaakt. De juridische beschrijving is: de
aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.
*In een tenlastelegging zal schuld omschreven worden en niet concreet
benoemd
- Onvoorzichtigheid: hetgeen wordt aan de normen van de
maatschappij getoetst.
- Zorgvuldigheidseisen: om het begrip onvoorzichtigheid te
objectiveren. Deze kan vastgelegd zijn zoals bij verkeersregels maar
ook de norm voor deskundige (garantenstellung).