Klas: Vwo 6
Stof: Hoofdstuk 1 t/m 7
,Hoofdstuk 1: Scheiden en reageren
1.1 Zuivere stof en mengsel
Zuivere stoffen
Als een stof bestaat uit één soort bouwstenen, atomen of moleculen, dan noem je dit een
zuivere stof. Als de bouwstenen van zo’n zuivere stof uit één soort atomen bestaat, dan is de
stof een element. Bestaan de bouwstenen uit twee of meer soorten atomen, dan is de stof
een verbinding. De meeste stoffen in de natuur zijn verbindingen.
Mengsels
Een stof dat uit een groot aantal stoffen bestaat noem je een mengsel. Je kunt erachter
komen of een stof een zuivere stof of mengsel is. Bij een zuivere stof blijft de temperatuur
tijdens een faseovergang gelijk. De stof heeft een smeltpunt en een kookpunt. Bij een
mengsel loopt de temperatuur bij een faseovergang langzaam op. Je spreekt dan van een
smelttraject en een kooktraject.
Soorten mengsels
Er zijn 3 soorten:
Oplossing: helder mengsel van vloeistoffen of van een vloeistof met een vaste stof of gas (is
tot op de kleinste deeltjes gemend).
Suspensie: troebel mengsel van een vaste stof en een vloeistof, vaste stof is niet opgelost,
maar zweeft in de vloeistof of zakt door het verschil in dichtheid naar de bodem.
Emulsie: troebel mengsel van twee vloeistoffen, die niet goed mengbaar zijn. De vloeistoffen
gaan op elkaar liggen waardoor er een tweelagensysteem ontstaat. Door middel van een
emulgator (hydrofiele kop en hydrofobe staart) kun je ervoor zorgen dat de emulsie niet
ontmengt.
1.2 Scheidingsmethoden
Scheiden van een mengsel
Je kunt mengsels scheiden. Dit doe je door middel van verschil in stofeigenschappen.
Verschil in deeltjesgrootte
, Suspensies kun je scheiden door middel van filtreren. De vloeistof heet het filtraat en de
vaste stof het residu.
Verschil in dichtheid
Bij suspensies kun je de vaste stof laten bezinken. Dit proces kun je versnellen door te
centrifugeren. Dit werkt ook bij emulsies, hier ontstaat een tweelagensysteem. De stof met
de grootste dichtheid vormt de onderste laag.
Verschil in kookpunt
Bij indampen kun je een oplossing scheiden door de vloeistof eerder verdampt dan de vaste
stof. Bij destillatie wordt de vloeistof die verdampt opgevangen. Het deel dat niet verdampt
noem je het residu. De opgevangen vloeistof heet het destillaat. Dit werkt alleen als de
kookpunten van de twee vloeistoffen redelijk ver uit elkaar liggen.
Verschil in oplosbaarheid
Aan een mengsel van vaste stoffen kun je een oplosmiddel toevoegen waar sommige stoffen
uit het mengsel wel in oplossen en andere niet. Dit heet extraheren. Het oplosmiddel noem
je het extractiemiddel.
Verschil in adsorptievermogen
Door middel van adsorptie kun je kleur-, geur- en smaakstoffen scheiden. De moleculen
hechten zich namelijk aan een oppervlak van koolstof. De koolstof is het adsorptiemiddel.
Verschil in adsorptievermogen en oplosbaarheid
Chromatografie kun je gebruiken om te bepalen uit hoeveel stoffen een mengsel bestaat.
Sommige stoffen lossen beter op in de loopvloeistof dan andere en sommige adsorberen
sterker aan het papieroppervlak dan andere. Dit maakt dat stoffen bij dezelfde temperatuur
en loopvloeistof een Rf-waarde hebben:
1. De afstand van het punt waar de kleurstof is begonnen tot waar het is blijven steken.
(A).
2. De afstand van het punt waar de kleurstof is begonnen tot waar de loopvloeistof is
gekomen (B).
Rf-waarde = A : B
1.3 Chemische reacties