Klas: Vwo 5
Stof: 11.3, 11.4, 12.1, 12.2 & 12.3
, Hoofdstuk 11: Redoxreacties
11.3 Redoxreacties in oplossingen
Zuur, basisch of neutraal milieu
Bij een redoxreactie is het milieu waarin de reactie verloopt van belang. De deeltjes OH -, H2O
en H+ kunnen betrokken zijn bij halfreacties. Het is daarom bij het opstellen van een
redoxreactie belangrijk dat je eerst een inventarisatie maakt van alle deeltjes die aanwezig
zijn.
Je moet in BINAS tabel 48 rekening houden met de volgende dingen:
- Als de omstandigheden anders zijn dan in BINAS aangegeven dan hebben de
elektrodepotentialen andere waarden.
- De oxidatoren HSO4- en SO42- reageren alleen in warm geconcentreerd zwavelzuur.
In een redoxreactie waarin het woord oplossing staat moet je altijd H 2O betrekken. Als er
aangezuurd staat gebruik je H+. Als er zowel voor als na de pijl H+-ionen aanwezig zijn dan
moet je deze tegen elkaar wegstrepen.
Zelf halfreacties opstellen
Als een redoxkoppel niet in BINAS 48 staat, moet je zelf de halfreactie opstellen. Voor het
zelf opstellen van een halfreactie kun je het stappenplan halfreactie gebruiken:
1. Noteer de gegeven deeltjes.
2. Stel de halfreactie van de deeltjes op.
Zuur milieu: voor de pijl H+ en eventueel H2O als hulpdeeltje, na de pijl mag geen OH-
ontstaan.
Basisch milieu: voor de pijl OH- en eventueel H2O als hulpdeeltje, na de pijl mag geen
H+ ontstaan.
Neutraal milieu: voor de pijl H2O als hulpdeeltje, na de pijl mag H+ of OH- ontstaan.
3. Maak de deeltjes in de halfreactie kloppend.
4. Maak de lading in de halfreactie kloppend door het juiste aantal elektronen (e -) toe te
voegen. Dit kan eenvoudig als je de totale lading voor de pijl vergelijkt met de totale
lading na de pijl
11.4 Toepassingen
Alcoholen als reductor