Romeinse geschiedenis
❖ Vroegere Romeinse tijd:
➢ Religie een grote rol: conflicten voorgelegd aan college patriciërs die als priesters
(pontifices) fungeerden.
➢ Uitspraken gebaseerd op mondelinge doorgaven gebruiken (mos)
➢ Indienen zaak kiezen uit legis actiones; foute keuze is afwijzing
➢ Twaalf tafelen kwamen in de 5e eeuw voor Chr
■ Stelde regels vast; algemeen bekend dus toegankelijker; meer los van religie;
meer invloed functionarissen geven juridische adviezen (responsa)
■ Verplicht partijen te verschijnen
❖ Romeins koninkrijk: stichting Rome: 753 V Chr.
➢ Koning bezat absolute macht
❖ Romeinse republiek: 509 V Chr. - 27 V Chr.
➢ Consuls
➢ Sociale strijd tussen patriciërs (afstammelingen) en plebejers (volk)
➢ Ontstaan wetgeving in Rome
➢ Volksvergaderingen; overleg en instemming van verschillende groepen (twaalf
tafelen goedgekeurd).
■ Stemden over wetten (leges) en plebejer besluiten (plebiscita)
■ Senaat bindende decreten (senatus consulta)
❖ Vanaf 367 V. Chr werden praetoren opgesteld; voor beslechting conflicten
➢ Fase 1: juridische beoordeling (in iure): of zaak in aanmerking kwam om te
behandelen en welke rechtsmiddelen te gebruiken
➢ Fase 2: feitelijke beoordeling (apud iudicem) waar een rechter (iudex) het feitelijk
geschil onderzocht.
➢ Tweedeling zorgde ervoor dat algemene regels losgekoppeld konden worden van
specifieke details.
❖ Vanaf 3e eeuw V chr. ook formulas: korte juridische statements die de kwestie samenvatten
en instructies gaf aan de iudex.
➢ Abstracte formules: meer gestandaardiseerd; toepasbaar op meerdere zaken.
Praetor verplicht de formulas bekend te maken en waren vaak verschillend. Later
gingen ze van elkaar overnemen en zo kwam er een codificatie in de 2e eeuw na
Chr→ einde dynamische periode in het Romeinse recht.
■ Nieuwe bron: ius honorarium; gericht op herstel status quo, aanvulling op ius
civile
■ Nieuwe proces form; formula- proces
➢ Praetor creëert volkenrecht 242 v Chr. Edict
○ De term ius gentium("volkenrecht") verwijst naar het recht dat in het oude Rome
werd toegepast op relaties tussen Romeinen en niet-Romeinen (vreemdelingen of
peregrini). Dit recht ontwikkelde zich naarmate Rome groeide en meer contact kreeg
, met andere volkeren door handel, diplomatie en veroveringen. Het ius gentium
fungeerde als een soort universeel recht dat niet gebaseerd was op het strikt
Romeinse burgerrecht (ius civile), maar eerder op algemeen erkende principes en
gebruiken die tussen verschillende volkeren golden.
○ Specifieke context van de groei van Rome
○ Groeiende interacties met niet-Romeinen: Door expansie kwamen Romeinen in
contact met diverse culturen. Het ius gentium bood een juridisch kader om
geschillen met vreemdelingen te beslechten, bijvoorbeeld bij handelsconflicten of
eigendomsrechten.
○ Pragmatische aanpak: Het ius gentium maakte gebruik van principes die over
culturen heen redelijk en toepasbaar waren, zoals eerlijkheid en wederkerigheid.
Hierdoor werd Rome aantrekkelijker voor handel en samenwerking.
○ Rol in de Romeinse rechtspraak:
○ Het werd ontwikkeld door de praetor peregrinus, een magistraat die specifiek belast
was met juridische zaken tussen Romeinen en vreemdelingen.
○ Het was flexibeler en meer gebaseerd op universele normen dan het formele en
burgergerichte ius civile.
○ 2In het grotere plaatje hielp het ius gentium bij het harmoniseren van de relaties
binnen Rome's groeiende rijk en legde het de basis voor wat later belangrijke
principes van internationaal recht zouden worden.
❖ Late 3e eeuw: praetors werden bijgestaan door juristen (iuris consultus)
➢ Van invloed op het Romeinse recht
➢ Casuistische oplossingen voor individuele zaken te vergelijken en interpreteren..
➢ Bona fides; idee dat alle overeenkomsten eerlijk en zonder misleiding gesloten
moesten worden
➢ Vermoedens→ preasumptio iuris. Vrijheid voor rechters om bepaalde aannames te
doen zonder bewijs
❖ Romeinse keizertijd: 27 V Chr.- 476 n Chr.
➢ Keizer Augustus
➢ 212 nn Chr. Burgerschap onder leiding van keizer caracalla verleend aan alle vrije
inwoners; uitbreiding wetgeving door buitenlanders romeinse burgers te maken.
➢ 285 n Chr.. Opsplitsing west en oost
■ Versmelting systemen nog steeds doorgezet maar wel met invloeden van
buitenaf
■ Oost sterk beïnvloed door de hellenistische cultuur en bracht corpus iuris
civilis voort.
■ 476 n Chr val WRR
■ 1453 val ORR
➢ Corpus iuris civilis van Justianus
➢ Keizerlijke wetgeving en codificatie
➢ Cognitio: nieuwe procedure; onderzoek; hoorzitting en verzamelen van bewijs door
aangestelde rechter
■ Splitsing tussen praetor en iudex
, ■ Zaken afgehandeld door officiele rechters
➢ Keizers legitimeerden hun macht met edicten, vonnissen en rescripta
➢ Keizerlijke macht centraal: keizer was niet gebonden aan de wet, wat in beginsel in
strijd is met het legaliteitsbeginsel. In een rechtstaat is de overheid onderworpen
aan de wet, terwijl de Romeinse keizer boven de wet stond.
➢ Weinig machtenscheiding; sterk gecentraliseerd
➢ Niet elke jurist evenveel aanzien: keizers probeerde controle uit te voeren
■ Keizers bereikte meer door hun adviseurs
■ 3e eeuw na Chr. uitspraken werden bindend van juristen; ze werden gezien
als bevelen van de keizer
➢ Macht legitimeren keizers: presenteerde zichzelf als rechters of juristen met edicten
(decreta) en antwoorden op rechtsvragen (rescripta)
❖ Ius Gentum:
➢ Romeins recht alleen voor burgers
➢ Gebaseerd op universele normen en goede trouw-principe
❖ Verspreiding Romeins recht
➢ Splitsing van het rijk 285 n Chr leidde tot juridische verschillen oost en west
❖ Corpus Iuris Civilis
➢ Collectie van…
❖ Codificatie van keizer Justianus
➢ Codex
➢ Bestaande selectie van wertten, tegenstrijden oplossen en wetten veranderen
❖ Codificatie hiervan in 6e eeuw: corpus Iuris civilis; bedoeld om glorie van Romeins recht te
herstellen
■ Geordende collectie van wetten, besluiten, rechterlijke uitspraken en
juridische beginselen over het Romeinse recht.
■ 4 onderdelen:
● Digesten:
◆ Verzameling en samenvatting van jurisprudentie en
commentaren van Romeinse juristen
◆ Bestond uit 50 boeken
◆ In 533 opgesteld onder keizer Justinianus
● Instituten
◆ Leerboek voor juridische studenten gebaseerd op teksten
● Codex Justianus
◆ Keizerlijk constituties (wetten). Verouderde of tegenstridjige
wetten weggealten
● De novellen
◆ Verzameling van nieuwe wetten die na 534 n Chr zijn
uitgevaardigd tot de dood van Justinianus
➢ Juridische eenheid creëren en codificatie Romeins recht.
Romeins recht aspecten:
, ● Twaalf tafelen: de eerst geschreven wetgeving in Rome, opgesteld in de 5e eeuw v Chr
● Preator: een Romeinse magistraat verantwoordelijk voor het superviseren van rechtspraak
en het ontwikkelen van juridische formules
● Iudex: een privepersoon die optrad als rechter in Romeinse rechtszaken, belast met de
feitelijke beoordeling
● Formules: gestandaardiseerde juridische instructies opgesteld door praetoren voor gebruik
in rechtzaken
● Ius Honorarium: het door praetoren gecreerde recht dat diende als aanvulling op het
traditionele burgelijk recht
● Cognitio-procedure; een rechtsprocedure waarbij een door de keizer benoemde rechter
zowel de juridische als feitelijke aspecten beoordeelde
● Magna Carta: een historische document uit 1215 dat de macht van de monarch beperkte en
de basisrechten vastlegde
○ Gewoonterecht, uitwerking van het natuurrecht te codificeren.
● Juristen (iuris consulti): romeinse rechtsgeleerde die bijdroegen aan de interpretatie en
systematisering van het recht
● Gaius: een invloedrijke romeinse jurist die de instituten schreef
● Ius Civile: het burgerlijk recht van Rome: toegepast op Romeinse burgers
● Ius Gentium: het recht van volkeren, universele principes toegepast op zowel burgers als
niet-burgers. Relatie tussen gemeenschappen. Kijken naar wat alle volkeren gemeen hebben
○ Beheerd door speciale praetor voor buitenlanders (praetor peregrinus)
○ Word voor sommige natuurrecht in de 16e eeuw. (vrijheid en waardigheid)
● Ius naturale: hert natuurrecht
● Common law: een engels rechtssysteem gebaseerd op jurisprudentie en precedenten in
tegenstelling tot gecodificeerd recht.
● Ius commune: RR. Methode in elke tijdvak min of meer hetzelfde; gaat over hoe je recht
indeelt, systematiseert en interpreteert. Juristen doen hetzelfde ongeacht waar je in europa
bent
Rechtsstaat:
● Theocratische leer: vorst heeft absolute macht omdat hij door God is aangesteld
● Natuurrecht: rechten die als universeel en onveranderlijk worden gezien
● Feodalisme: stelsel leenheren en leenmannen met wederzijdse verplichtingen
● Maatschappelijk contract: staten ontstaan uit een overeenkomst tussen vrije individuen die
hun natuurlijke rechten deels overdragen aan de overheid.
Ulpianus:
● Ulpianus: een Romeinse jurist de 3e eeuw n Chr. bekend om zijn bijdragen aan het recht en
zijn nadruk op menselijke waardigheid
○ Keizerlijke recht was de belangrijkste bron in de tijd van Ulpianuis
○ Benadrukt het belang van honorarium; de wet is een heilige roeping
● Mensenrechten: rechten die ieder mens toekomt ongeacht status, zoals vrijheid, gelijkheid
en waardigheid waar ulpianus op voortborduurt
● Gaius: ongepast om de studie van de wet te benaderen zonder de oorsprong te overwegen