menselijke geschiedenis
De prehistorie
De prehistorie is de periode vóór het ontstaan van schrift. Omdat mensen toen nog geen teksten
opschreven, moeten historici gebruikmaken van ongeschreven bronnen zoals werktuigen,
botten, grotschilderingen en resten van nederzettingen. Deze bronnen geven informatie over
hoe de eerste mensen leefden, werkten en dachten. De prehistorie eindigt rond 3000 v.Chr.,
wanneer in het Midden-Oosten het schrift ontstaat.
Ontstaan en verspreiding van de moderne mens
De moderne mens, Homo sapiens, ontstond ongeveer 200.000 jaar geleden in Oost‑Afrika.
Vanuit Afrika verspreidden groepen mensen zich langzaam over de rest van de wereld. Dit
gebeurde in verschillende golven. Ze trokken naar het Midden-Oosten, Europa, Azië en
uiteindelijk zelfs naar Australië en Amerika. Deze verspreiding ging heel langzaam, omdat
mensen te voet reisden en afhankelijk waren van voedsel in de natuur.
Levenswijze van jagers‑verzamelaars
Jagers‑verzamelaars leefden in kleine groepen van tientallen personen. Ze waren nomaden, wat
betekent dat ze geen vaste woonplaats hadden. Ze trokken rond op zoek naar voedsel, water en
veilige plekken om te slapen. Als er te weinig voedsel was, verhuisden ze naar een nieuwe plek.
Wat aten ze toen:
Gevangen dieren zoals herten, vissen, vogels en kleinere dieren.
Verzamelde planten, zoals bessen, noten, wortels en eetbare bladeren.
Deze manier van leven had grote invloed op hun sociale structuur:
Er was een duidelijke taakverdeling: mannen jaagden meestal, terwijl vrouwen verzamelden
en zorgden voor kinderen.
Omdat ze steeds rondtrokken, hadden ze weinig bezit. Alles moest draagbaar zijn.
Beslissingen werden vaak gezamenlijk genomen; er waren weinig sociale verschillen.
Techniek en cultuur
Hoewel jagers‑verzamelaars eenvoudige werktuigen gebruikten, verbeterden deze langzaam. Ze
maakten speren, messen, pijlpunten en kleding van dierenhuiden. Later leerden ze vuursteen
bewerken tot scherpe gereedschappen.
Ook ontstond symbolisch denken: mensen maakten kunst met een betekenis. Voorbeelden zijn:
Grotschilderingen van dieren en jachtscènes.
Beeldjes, zoals de bekende Venusbeeldjes, die waarschijnlijk iets te maken hadden met
vruchtbaarheid of rituelen.
Deze kunst laat zien dat mensen niet alleen bezig waren met overleven, maar ook met geloof,
rituelen en het doorgeven van verhalen.
Kenmerkend aspect
Het belangrijkste kenmerkend aspect van dit hoofdstuk is: De levenswijze van
jagers‑verzamelaars.