Samenvatting Recht blok 2.
Hoofdstuk 2 Verbintenissenrecht – De overeenkomst.
& Paragraaf 3.3.8 Handelingsbekwaam.
Een overeenkomst kunnen we omschrijven als een afspraak gemaakt door twee of meer partijen, die
juridisch relevant zijn.
Juridisch relevant? Dit heeft te maken met het feit dat uit een overeenkomst rechten en plichten
voortvloeien. Deze worden ook wel verbintenissen genoemd. Een verbintenis wordt als volgt
omschreven: een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen, op grond waarvan de ene persoon
tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is, terwijl de ander recht heeft op dit handelen
of nalaten.
Uit een verbintenis ontstaan dus een recht en een plicht. Een overeenkomst die door twee partijen is
gesloten met het doel dat daaruit rechten en plichten voortvloeien, noemt men ook wel een
obligatoire/verbintenis scheppende overeenkomst.
Voorbeeld:
Je koopt een brood bij de bakker voor €2,10.
Jij:
1. Plicht tot betaling van het brood
2. Recht op ontvangst van het brood
Verkoopster
1. Plicht om het brood te verschaffen
2. Recht op ontvangst van €2,10
Het bovenstaande voorbeeld wordt een wederkerige overeenkomst genoemd. Dit omdat er uit de
overeenkomst 2 verbintenissen voortvloeien. Bij overeenkomsten waar maar één verbintenis uit
voortvloeit noemt men een eenzijdige overeenkomst. Denk hierbij aan schenking.
‘’Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer
partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.” (art. 6:213 lid 1 BW)
Wanneer ontstaat een overeenkomst?
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding hiervan, volgens art. 6:217
lid 1 BW.
Aanbod + aanvaarding = wilsovereenstemming.
Zowel aanbod als aanvaarding zijn rechtshandelingen.
Als je op de markt appels aanbied en iemand roept naar jou die mij maar 6 appels, is er een
overeenkomst gesloten. Iemand heeft op dat moment jou aanbod aanvaard. Kan een aanbieder zijn
bod intrekken? Ja dit kan;
(normaal)aanbod Kan worden herroepen zolang het niet aanvaard is.
Onherroepelijk aanbod (er was een termijn voor de aanvaarding) Kan niet worden herroepen.
Bij een onherroepelijk aanbid kun je denken aan weekaanbiedingen van de supermarkt.
Als er op = op bij staat geldt het alleen voor de voorraad die aanwezig is, anders kun je in die
week de producten voor de goedkopere prijs bestellen als het schap leeg is.
Vrijblijvend aanbod kan ook na aanvaarding nog worden herroepen, dit moet wel direct na de
aanvaarding gebeuren.
, Er ontstaat geen overeenkomst als er slechts een uitnodiging tot een aanbod is gedaan. Dit blijkt uit
bijvoorbeeld advertenties ( prijs n.o.t.k., prijs nader overeen te komen). Dit geldt ook bij de
huizenmarkt, als je een advertentie plaatst over dat nestje schattige kittens die je wilt verkopen,
aangezien je zelf niet voldoende ruimte hebt.
In dit laatste geval wil je natuurlijk eerst alle geïnteresseerde mensen zien, zo kun je een goed thuis
voor de kittens ‘’kiezen’’.
De vraag wanneer een overeenkomst tot stand komt kan ook vanuit een andere invalshoek bekeken
worden. Het uitgangspunt daarvoor is te vinden in art. 3:33 van het BW. In dit artikel wordt door de
wetgever vereist dat de wilsovereenstemmingen van beide partijen aan elkaar gelijk moeten zijn
voor totstandkoming van een overeenkomst. Hieronder wordt verstaan dat als je iets wilt kopen van
een ander (een koopovereenkomst wilt sluiten) dat allereerst ik dit moet willen. Vervolgens moet je
dit kenbaar maken, verklaren. De overeenkomst ontstaat pas als de ander, de wederpartij, de
totstandkoming van deze
overeenkomst eveneens wil
en verklaart.
In het schema kun je aflezen
dat de ‘willen’ en
‘verklaringen’ van beide
partijen overeenstemmen. Er
ontstaat een overeenkomst. Mochten wil en/of verklaring van beide partijen niet aan elkaar gelijk
zijn, ontstaat er geen overeenkomst en dus ook geen rechten en plichten.
Wanneer vervalt een aanbod?
Dit is terug te vinden in art. 6:221 BW.
Aanbod vervalt door tijdsverloop.
Mondeling aanbod vervalt bij niet onmiddellijk aanvaarden, zie lid 1. Hierbij moet je denken aan een
tijdsbestek van ongeveer een uurtje.
Als iemand later terug komt, en toch wilt kopen. Dan wordt er een nieuw aanbod gedaan door de
‘koper’.
Schriftelijk aanbod vervalt indien het niet binnen redelijke tijd is aanvaard, zie lid 1.
Aanbod vervalt eveneens door verwerping, zie lid 2.
Verwerping is nee zeggen en mogelijk een nieuw aanbod doen.
Alsnog aanvaarden is niet mogelijk.
Toch geen overeenkomst.
Dusver lijken er geen problemen met het sluiten van een overeenkomst op basis van
overeenstemming van wil en verklaring. In de werkelijkheid is dit wel eens anders. Hierbij kunnen
twee categorieën worden onderscheiden;
Wilsdefect
Wilsgebrek
Hoofdstuk 2 Verbintenissenrecht – De overeenkomst.
& Paragraaf 3.3.8 Handelingsbekwaam.
Een overeenkomst kunnen we omschrijven als een afspraak gemaakt door twee of meer partijen, die
juridisch relevant zijn.
Juridisch relevant? Dit heeft te maken met het feit dat uit een overeenkomst rechten en plichten
voortvloeien. Deze worden ook wel verbintenissen genoemd. Een verbintenis wordt als volgt
omschreven: een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen, op grond waarvan de ene persoon
tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is, terwijl de ander recht heeft op dit handelen
of nalaten.
Uit een verbintenis ontstaan dus een recht en een plicht. Een overeenkomst die door twee partijen is
gesloten met het doel dat daaruit rechten en plichten voortvloeien, noemt men ook wel een
obligatoire/verbintenis scheppende overeenkomst.
Voorbeeld:
Je koopt een brood bij de bakker voor €2,10.
Jij:
1. Plicht tot betaling van het brood
2. Recht op ontvangst van het brood
Verkoopster
1. Plicht om het brood te verschaffen
2. Recht op ontvangst van €2,10
Het bovenstaande voorbeeld wordt een wederkerige overeenkomst genoemd. Dit omdat er uit de
overeenkomst 2 verbintenissen voortvloeien. Bij overeenkomsten waar maar één verbintenis uit
voortvloeit noemt men een eenzijdige overeenkomst. Denk hierbij aan schenking.
‘’Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer
partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.” (art. 6:213 lid 1 BW)
Wanneer ontstaat een overeenkomst?
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding hiervan, volgens art. 6:217
lid 1 BW.
Aanbod + aanvaarding = wilsovereenstemming.
Zowel aanbod als aanvaarding zijn rechtshandelingen.
Als je op de markt appels aanbied en iemand roept naar jou die mij maar 6 appels, is er een
overeenkomst gesloten. Iemand heeft op dat moment jou aanbod aanvaard. Kan een aanbieder zijn
bod intrekken? Ja dit kan;
(normaal)aanbod Kan worden herroepen zolang het niet aanvaard is.
Onherroepelijk aanbod (er was een termijn voor de aanvaarding) Kan niet worden herroepen.
Bij een onherroepelijk aanbid kun je denken aan weekaanbiedingen van de supermarkt.
Als er op = op bij staat geldt het alleen voor de voorraad die aanwezig is, anders kun je in die
week de producten voor de goedkopere prijs bestellen als het schap leeg is.
Vrijblijvend aanbod kan ook na aanvaarding nog worden herroepen, dit moet wel direct na de
aanvaarding gebeuren.
, Er ontstaat geen overeenkomst als er slechts een uitnodiging tot een aanbod is gedaan. Dit blijkt uit
bijvoorbeeld advertenties ( prijs n.o.t.k., prijs nader overeen te komen). Dit geldt ook bij de
huizenmarkt, als je een advertentie plaatst over dat nestje schattige kittens die je wilt verkopen,
aangezien je zelf niet voldoende ruimte hebt.
In dit laatste geval wil je natuurlijk eerst alle geïnteresseerde mensen zien, zo kun je een goed thuis
voor de kittens ‘’kiezen’’.
De vraag wanneer een overeenkomst tot stand komt kan ook vanuit een andere invalshoek bekeken
worden. Het uitgangspunt daarvoor is te vinden in art. 3:33 van het BW. In dit artikel wordt door de
wetgever vereist dat de wilsovereenstemmingen van beide partijen aan elkaar gelijk moeten zijn
voor totstandkoming van een overeenkomst. Hieronder wordt verstaan dat als je iets wilt kopen van
een ander (een koopovereenkomst wilt sluiten) dat allereerst ik dit moet willen. Vervolgens moet je
dit kenbaar maken, verklaren. De overeenkomst ontstaat pas als de ander, de wederpartij, de
totstandkoming van deze
overeenkomst eveneens wil
en verklaart.
In het schema kun je aflezen
dat de ‘willen’ en
‘verklaringen’ van beide
partijen overeenstemmen. Er
ontstaat een overeenkomst. Mochten wil en/of verklaring van beide partijen niet aan elkaar gelijk
zijn, ontstaat er geen overeenkomst en dus ook geen rechten en plichten.
Wanneer vervalt een aanbod?
Dit is terug te vinden in art. 6:221 BW.
Aanbod vervalt door tijdsverloop.
Mondeling aanbod vervalt bij niet onmiddellijk aanvaarden, zie lid 1. Hierbij moet je denken aan een
tijdsbestek van ongeveer een uurtje.
Als iemand later terug komt, en toch wilt kopen. Dan wordt er een nieuw aanbod gedaan door de
‘koper’.
Schriftelijk aanbod vervalt indien het niet binnen redelijke tijd is aanvaard, zie lid 1.
Aanbod vervalt eveneens door verwerping, zie lid 2.
Verwerping is nee zeggen en mogelijk een nieuw aanbod doen.
Alsnog aanvaarden is niet mogelijk.
Toch geen overeenkomst.
Dusver lijken er geen problemen met het sluiten van een overeenkomst op basis van
overeenstemming van wil en verklaring. In de werkelijkheid is dit wel eens anders. Hierbij kunnen
twee categorieën worden onderscheiden;
Wilsdefect
Wilsgebrek