(Esmée)
Student Radboud
1151334
MET ANDERE OGEN
Denken en doen in praktijkgestuurd onderzoek
,HOOFDSTUK 1: HET SOORT ONDERZOEK WAAR DIT BOEK OP GERICHT IS
INLEIDING
Praktijkgestuurd onderzoek: het gezamenlijke zoekproces van onderzoekers en praktijkfunctionarissen, met het
doel informatie te verzamelen die het praktisch handelen van een individuele praktijkfunctionaris, een groep
van praktijkfunctionarissen, een bepaalde organisatie of een groep van organisaties veranderd. Het gaat om een
beweging vanuit de praktijk naar de wetenschap.
Praktijkgestuurd onderzoek verschilt van praktijkgericht onderzoek. Praktijkgericht onderzoek heeft tot doel
wetenschappelijke kennis in praktijksituaties toe te passen. Het gaat om een beweging vanuit de wetenschap
naar de praktijk.
Theoriegericht onderzoek: onderzoek dat bijdraagt aan (verdere) theorievorming om bepaalde verschijnselen
in de wereld om ons heen te beschrijven, te ordenen en te verklaren.
AAN DE SLAG
1. Onderzoek verloopt volgens een planmatige onderzoekscyclus, met logische stappen die steeds om
reflectie en besluitvorming vragen
2. Onderzoek vereist een persoon met kennis en kunde om de cyclus te doorlopen
3. Onderzoek vereist een context waarbinnen de cyclus doorlopen wordt
Zie afbeelding in boek blz. 19. Praktijkgestuurd onderzoek wordt hierdoor interactief. De uitkomst van deze
interactie bepaald de bruikbaarheid of relevantie van het onderzoek. Als de balans tussen het doorlopen van de
onderzoekscyclus en de 5B’s van persoon en context optimaal is, dan is het onderzoek wetenschappelijk
verantwoord én praktisch relevant.
De context en jijzelf als onderzoeker moeten beschikken over de 5 B’s:
- Beide belang hebben bij het onderzoek
- Bereid en bekwaam zijn om het onderzoek uit te voeren
- Er beschikbaar voor zijn
- Uit zijn op de benutting van de resultaten
ONDERZOEKSCYCLUS
Onderzoekscyclus: Opeenvolgende serie van logische en doelgerichte activiteiten die gericht zijn op het
verwerven van kennis en inzicht
Herhaalbaarheid maakt je onderzoek betrouwbaar
Kennis moet kloppend zijn, werkelijksgehalte, dit maakt je onderzoek valide
,PERSOON EN CONTEXT
Er zijn 5 ‘benodigdheden’ om de onderzoekscyclus grondig te kunnen doorlopen de 5 B’s
Als deze te weinig aanwezig zijn bij jezelf of in de context van je onderzoek, dan belemmeren ze de opzet en
uitvoering van je onderzoek. Zo wel, dan bevorderen deze het onderzoek juist.
Omgekeerd bevorderen of bellemeren deze 5 B’s ook de persoon en context dit heeft een positieve invloed
op het denken en doen in de onderzoekspraktijk. Dit zorgt ervoor dat het proces én het resultaat van het
onderzoek interactief, bruikbaar en relevant is.
DE PERSOON VAN DE ONDERZOEKER
Onderzoek heeft een meerwaarde voor jouw handelen als practicus in de praktijk
‘Scientist-practitioner’ of ‘Practitioner-researcher’ is een practicus die ook onderzoeker wil zijn. Deze verenigd
de twee rollen en wil het beste uit die twee in balans brengen
Hutschenmaekers (2010)
A: Intuïtief practicus: 100% practicus - praktisch handelen staat voorop, weinig met onderzoek, benut geen
kennis uit onderzoek voor het sturen van zijn handelen. Vaak is de practicus zich niet bewust van zijn kennis en
gebruikt hij deze niet expliciet
B: Klinisch wetenschapper: 100% wetenschapper - heeft weinig met de praktijk, theoretische interesse en
theoriegericht onderzoek staat voorop, niet uit op praktische toepassing, maar bij de wetenschap
C: Reflectieve practicus: Systematisch reflecteren op handelen en zichzelf de vraag stellen waarom hij de dingen
doet zoals hij deze doet. Kritische practicus met een onderzoekende houding. Kan zichzelf (en anderen) kritisch,
van een afstand, bekijken.
D: Evidence based practicus: Laat zijn handelen leiden door wetenschappelijke kennis, volgt richtlijnen en
protocollen. Hij stelt vast wat het probleem is en schrijft op basis van wetenschappelijke kennis, maar ook door
de wensen van de cliënt, zijn eigen expertise en de context waarin hij werkt een diagnose.
E: Practicus-onderzoeker: Doet zelf onderzoek en volgt hierbij de methodologische regels. Wordt ook wel
practitioner-researcher of scientist-practitioner genoemd. Hij reflecteert actief op zijn eigen professioneel
handelen en gedraagt zich daarbij als een wetenschapper die nieuwsgierig is, zich voortdurend de vraag stelt
naar het waarom en voortdurend op zoek is naar betere antwoorden en meer inzicht. Hierbij wordt hij gestuurd
door de nieuwste inzichten in zijn vakgebied. Hij is er zelf ook op uit om nieuwe kennis te genereren voor
oplossingen van een praktijkprobleem. Hij doet zelf praktijkgestuurd onderzoek. Deze onderzoekt zaken die
voor de beroepspraktijk van belang zijn.
Je krijgt een kritische afstand die je helpt te kijken met andere ogen. Dit heeft invloed op je positie binnen de
organisatie en collega’s kijken anders na je. Het is de kunst om deze roldifferentiatie goed te hanteren.
, De roldifferentiatie kan opgelost worden door de rollen te splitsen. De onderzoeker is dan niet zelf als practicus
in de praktijk werkzaam, maar werkt wel nauw samen met een practicus.
Als practicus-onderzoeker in de dubbelrol moet je over de 5B’s beschikken
- Je moet belang hebben bij het onderzoek
- Je dient bereid en beschikbaar te zijn. Je moet ervoor willen gaan en er tijd voor hebben
- Je moet bekwaam zijn als onderzoeker. Je hebt de kennis en vaardigheden nodig om het onderzoek uit te
kunnen voeren. Dit kan tijdens het onderzoek toenemen, doordat je je als onderzoeker verder gaat vormen
- Je moet altijd uit zijn op benutting van het praktijkgestuurd onderzoek
DE CONTEXT VAN HET ONDERZOEK
In dit boek is de context de organisaties voor onderwijs en jeugdzorg. Deze hebben een structuur en een
cultuur:
- Structuur: ‘het totaal van de verschillende manieren waarop het werk in afzonderlijke taken is verdeeld en
de wijze waarop deze taken vervolgens worden gecoördineerd’ (formele kant, functies, salarissen)
- Cultuur: ‘de som van alle gemeenschappelijke en als vanzelfsprekend ervaren veronderstellingen die een
groep in de loop van haar bestaan heeft geleerd’ (informele kant, wordt zichtbaar in de omgang met elkaar)
Deze komt ook naar voren in de visie- en missie documenten, maar ook in ongeschreven normen, waarden
en attitudes.
Bij praktijkgestuurd onderzoek zijn de personen in de context één van de manieren om problemen op te lossen
en daardoor de door onderzoek verkregen kennis serieus willen nemen. Ook hier zijn de 5B’s voor nodig.
Bij praktijkgestuurd onderzoek is het van belang dat je rol als onderzoeker erkent wordt en je hiervoor
ondersteuning krijgt (structuur) en als het onderzoek gedragen wordt door de personen in je organisatie, zodat
deze ook een bijdragen willen leveren (cultuur). Het is goed om vooraf na te denken over de rollen, de
bijbehorende verantwoordelijkheden en de tijdsinvestering. Door een formele inbedding en hiermee ook
formele ‘opdrachtgevers’ aan te wijzen, krijgt je onderzoek een plek in de organisatiestructuur. Hierdoor kan
een verwetenschappelijking van het kwaliteitsbeleid ontstaan.
Ook informeel leiderschap kan een rol spelen. Dit zijn personen met een leiderschapsrol in de
organisatiecultuur. Het is van groot belang om hen mee te krijgen in je onderzoek.
Onderzoek doen verandert de praktijk en hierdoor is dit interactief. Een goede balans tussen de 5B’s van de
persoon en de context (de basis) en de vormgeving van de onderzoekscyclus bevorderen de bruikbaarheid van
het onderzoek.
PERSOON EN CONTEXT IN SCHEMA
5B’s Persoon Context
Belang Je verwacht dat het onderzoek jou een Personen in je context (collega's, directie en
voordeel oplevert: management binnen de instelling, leerlingen of
- Een probleemoplossing, cliënten verwachten dat het onderzoek voor
- Een gewenst doel, hen voordeel oplevert:
- Een sterkere positie binnen de instelling - Een probleemoplossing,
- Iets extra’s, bijvoorbeeld geld, een - Een gewenst doel,
promotie of andere werkzaamheden, - Een sterkere positie binnen de instelling
- Een getuigschrift in geval van opleiding - Een sterkere positie van de instelling
Bereidheid Je vindt het onderzoek de moeite waard en Personen in je context vinden het onderzoek
wilt je hiervoor inspannen: de moeite waard en willen graag een bijdrage
- Om je werk beter te doen (intrinsiek) leveren:
- Omdat er eisen gesteld worden door - Om hun werk beter te doen (intrinsiek)
anderen (extrinsiek) - Omdat het van hen gevraagd wordt, het is
‘voor de goede zaak’ (extrinsiek)