Rechtswetenschap
Karl Marx
Marxs zijnsleer = volgens Marx is de wereld gebaseerd op historisch materialisme
Historisch materialisme = de geschiedenis van de mensheid wordt bepaald door
economische factoren ( bezit, eigendom, op geld waardeerbare zaken);
Marx betoogt dat de economische factoren/ materiele
levensomstandigheden (geld en spullen die je nodig hebt om te leven)
allesbepalend zijn, ook voor het menselijk denken (“eerst komt het vreten, dan
komt de moraal”)
De eerste doeleinden van de mens zijn dus het verwerven van voldoende eten,
drinken en beschutting. Wanneer daarin is voorzien, ontwikkelen mensen
daarboven steeds nieuwe behoeften, en zoeken naar middelen om die te
bevredigen
Marx staat in tegenstelling tot Hegels historisch idealisme, die juist stelt dat
de geschiedenis is bepaald door ideeën
Economisch determinisme = de economische onderbouw bepaalt de ideologische
bovenbouw
Economische onderbouw = economische klasse; zowel de polariaat (arbeiders)
als de bezitters van de fabrieken, met andere woorden dus: de kapitalisten en
arbeiders
Ideologische bovenbouw = ideeën over recht, politiek, godsdienst en filosofie
De bezitters (rijke mensen/kapitalisten) bepalen de recht, godsdienst, filosofie en
politiek is, door hun ideologieën te indoctrineren aan de armen. Dit doen ze om
de economische uitbuiting die in de maatschappij plaatsvindt, te verbergen
Productiekrachten = de aanwezige natuurlijke grondstoffen, de beschikbare
werktuigen en de bestaande arbeidstechnieken
Door productiekrachten ontstaat er concurrentie tussen de fabriekseigenaren.
Productieverhoudingen = maatschappelijke verhoudingen; de positie die mensen
innemen in de economische onderbouw noem je productieverhouding;
verhoudingen in de maatschappij
De productieverhoudingen hangen samen met de productiekrachten degene
die productiekrachten bezitten, zijn “de rijke mensen”, en zij bepalen de
ideologische bovenbouw
Dialectisch materialisme = door botsingen tussen groepen met tegengestelde
economische belangen (zoals edelen, kapitalisten en arbeiders) , ontwikkelt de
mens zich tot hogere levensniveaus
Het verschil met Hegel is dat het bij Hegel gaat om botsingen tussen ideeën,
dialectisch (strijd/conflict) idealisme ideeën ontwikkelen zich steeds verder
omdat zij in conflict met elkaar raken en zo wordt het conflict opgelost