Rechtswetenschap
De contractsfilosofen/ maatschappelijke verdragsfilosofen die aanbod komen in
week 4 en 5 zijn Grotius, Hobbes, Locke en Rousseau. Deze filosofen hebben
allemaal met elkaar gemeen dat zij een theorie hebben waarom vrije individuen
toch gebonden (moeten) zijn aan een staat en waarom dus een staat wordt
opgericht. Zij leggen dit uit door het contract (de overeenkomst) als theorie te
gebruiken.
Elke filosoof schetst de natuurtoestand, dat wil zeggen de hypothetische
situatie die zich afspeelt wanneer er geen staat is. Daarna komt er een
overeenkomst/contractfase waarin de mensen afspreken welke rechten zij
zullen afstaan en welke zij behouden om tot een staat te komen. Hierna volgt dan
de staat, waarin de afspraken die in de overeenkomst/ contractfase zijn
gemaakt, worden nageleefd
Het ligt er dus per maatschappelijk verdrag aan welke rechten je hebt en
bijvoorbeeld ook of je in opstand mag komen of niet
Hugo de Groot/ Grotius
De Groot is een natuurrechtsleeraanhanger, want hij verbindt de geldigheid
van het positieve recht aan het natuurrecht. Je moet je houden aan het recht,
maar enkel als dit in overeenstemming is met het natuurrecht
De Groots zijnsleer = volgens de Groot heeft God alles gemaakt, dus ook het
natuurrecht en de mens. Echter, hij stelt dat de natuur onveranderlijk is en dat
zelfs God dit niet kan veranderen
De Groot is dus een rationalist en geen voluntarist
De Groots mensbeeld = de Groot karakteriseert de mens als een van nature
rationeel en vrij individu; volgens de Groot is ieder mens zijn eigen soeverein;
van nature zijn de mensen allemaal even vrij, dus ook gelijk, gelijk in hun vrijheid
De enige manier waarop de mens zijn vrijheid kan verliezen is door vrijwillige
onderwerping: de vrije mens verliest dan zijn vrijheid doordat hij zich uit vrije
wil begeeft onder het gezag van een ander
De mens beschikt als enige levende wezens over taal en heeft ook een drang
naar zelfbehoud
Volgens de Groot heeft de mens van nature een appetitus societas: een
gemeenschapsdrang, oftewel een drang om in een gemeenschap te leven
Echter, in tegenstelling tot Aristoteles, ben je volgens de Groot óók al mens (en
dus vrij en gelijk als individu) als je niet in de gemeenschap leeft. Volgens
Aristoteles ben je daarentegen pas een volwaardig mens als je in de polis, in
gemeenschap met anderen, leeft
, De Groots rechtsleer = Het natuurrecht volgt uit de menselijke natuur. Aangezien
mensen van nature gemeenschappen vormen, zullen zij hun handelingen op
elkaar af moeten stemmen. Dit gebeurt aan de hand van het natuurrecht.
Volgens de Groot zijn de bronnen van het natuurrecht de rede & de
gemeenschapsdrang van de mens
Met het natuurrecht in eigenlijke zin kunnen we al recht maken. Deze regels heb
je nodig om een maatschappij te bouwen en de overeenkomst te sluiten. Deze
regels gelden al in de natuurtoestand
Onder het natuurrecht in eigenlijke zin vallen 4 regels die zijn gericht op
vreedzaam samenleven en die corresponderen in gemeenschapsdrang:
1. Het eerbiedigen van andermans bezit
2. De verplichting om zich aan gedane beloften te houden (= pacta sunt
servanda)
3. Door onze fout veroorzaakte schade te herstellen
4. Het toepassen van een verdiende straf onder de mensen
Deze vier regels die de natuurrecht in eigenlijke zin omschrijven, behoren tot de
smalle rechtsmoraal, want zij maken vreedzaam samenleven mogelijk
Het natuurrecht in ruimere zin correspondeert met de rede. Alles wat in strijd
is met de rede is dan ook in strijd met het recht (in ruimere zin), en alles wat in
overeenstemming is met het natuurrecht (in ruimere zin), is dan ook in
overeenstemming met het natuurrecht (in ruimere zin)
Burgerrecht = nationale recht
Uit de tweede natuurrechtelijke regel (pacta sunt servanda) vloeit het
burgerrecht uit
Dus:
Uit de menselijke natuur volgen de appetitus societas
(gemeenschapsdrang) en de rede. Deze twee zaken vormen de bronnen
van het natuurrecht
Het natuurrecht bevat de vier basisprincipes. Eén van deze beginselen is
dat je afspraken dient na te komen (pacta sunt servanda)
De natuurrechtelijke regel “pacta sunt servanda” is de reden waarom
mensen zich aan de overeenkomst zullen houden, ze hebben dit
namelijk beloofd, en beloftes (afspraken) dienen te worden nagekomen
Zodoende ontstaat er een burgerlijk recht (nationaal recht) in een staat
waarin de soeverein de macht heeft
Ofwel, het burgerlijk recht (nationaal recht/ positief recht) is gebaseerd op de
overeenkomst. De overeenkomst is gebaseerd op de natuurrechtelijke regel
“pacta sunt servanda”. Het natuurrecht (waar de natuurrechtelijke regel van
pacta sunt servanda onderdeel van is) is gebaseerd op de menselijke natuur
Volkenrecht = internationaal recht; recht dat de betrekkingen regelt tussen
verschillende volkeren of staatshoofden