College 1 ....................................................................................................................................................... 3
Sociale wetenschap ............................................................................................................................................3
Naïve psychology ...............................................................................................................................................5
Empirische cyclus ...............................................................................................................................................6
College 2 ....................................................................................................................................................... 9
Theorie en hypothese .........................................................................................................................................9
Doelen van empirisch onderzoek .....................................................................................................................10
EvaluaDecriteria (4 validiteiten) .......................................................................................................................11
Conceptuele modellen (Verschuren & Doorewaard) ........................................................................................13
College 3 ..................................................................................................................................................... 17
College 4 ..................................................................................................................................................... 21
College 5 – veldonderzoek & engaged research ........................................................................................... 30
College 6 ..................................................................................................................................................... 35
College 7 ..................................................................................................................................................... 41
College 8 ..................................................................................................................................................... 49
College 9 ..................................................................................................................................................... 54
Onderzoeksdesigns en alternaDeve verklaringen.............................................................................................55
Causaliteit ........................................................................................................................................................59
College 10.................................................................................................................................................... 62
College 11.................................................................................................................................................... 65
College 12.................................................................................................................................................... 70
Survey error ......................................................................................................................................................70
Surveyonderzoeksdesigns.................................................................................................................................71
Data verzamelen ..............................................................................................................................................72
Experience sampling (Zirkel et al.)....................................................................................................................74
College 13.................................................................................................................................................... 77
,
, College 1
Voortgangstoetsen onder ‘quizzes’ à niet verplicht, wel voor bonuspunten
- Firefox en chrome werken goed. Safari niet
22 September
- 20 mulDple choice vragen
- Combi met IPOW
- Moment gecombineerd maar toetsen apart
Tentamen (vrijdag 17 oktober)
- 29 mulDple choice + 1 open vraag
- Open vraag is alDjd dezelfde, zie oefententamen op Canvas
- Toetsing digitaal (in Ans)
Doel van de wetenschsp
- Verwerven van kennis
o Beschrijven
o Begrijpen, verklaren
o Voorspellen, beinvloeden, beheersen
Hoe ‘werkt’ de wetenschap?
- Normen (spelregels) voor wetenschap: gevormd door uitwisseling en kriDek
- Manier om te onderzoeken: methoden
- RedenaDe/leer erachter: logie
Sociale wetenschap
De rol van filosofie op deze leer
- Sociale wetenschappen zijn ontstaan uit de metafysia
o Filosofie over de aard van de werkelijkheid, niet toetsbaar
§ V.b. “waarom bestaat er iets in plaats van niets?”
§ Dichter bij huis: “wat betekent ‘leren’ eigenlijk?”
o Nadruk op de empirische waarnmening waarbij voorspeld wordt op basis van
algemene samenhang en theorieën
- Preposi=visme (vroege 19e eeuw)
o Empirisch (gebaseerd op zintuigelijke waarneming), maar slechts beschrijvend
§ Vb. “welke vormen maken kinderen met blokken, klei of andere
materialen?”
§ Voor die Djd enkel metafysisch, niet empirisch
- Posi=visme (late 19e – vroege 20e eeuw)
o Onderzoek naar sociale wereld/omgeving van kinderen
o Idee: ‘de sociale wereld kan op dezelfde manier als in de
natuurwetenschappen
o Streven naar algemene causale we`en
o Nadruk op ingrijpen en voorspellen (meer dan enkel beschrijven)
§ Bestuderen van de werkelijkheid niet genoeg, willen dieper kijken
, § Vb. “leidt het gebruik van digitale leermiddelen tot hogere
prestaDes?”
- Post-posi=visme (midden 20e eeuw)
o Teleurgesteld in posiDvisme
§ Er bestaat niet zoeiets als één enkele waarheid
§ Er bestaan meerdere persepcDeven/waarheden
• Vb. “leidt het gebruik van digitale leermiddelen door docenten
tot hogere prestaDes bij middelbare scholieren?”
§ De theorie is voorlopig, kan worden verworpen en vervangen door
een betere
§ Theorie moet vooral werkbaar zijn; een hulpmiddel
§ Met een goede theorie moet je die goed beheersen en moet
toetsbaar kunnen zijn/ goed in stand houden
- Construc=visme (late 20e eeuw)
o Sterke tegenreacDe op posiDvisme:
§ ‘Streven naar causale we`en is misleidend’
§ ‘Nadruk op voorspellen en controle beperkt wetenschap’
o PosiDvisme (mensen gezien als nummers)
§ ReducDonisDsch: simplificeert teveel
§ Egocentrisch: onderzoeker gaat uit van eigen relaiteit
§ Opdringerig en onnauwkeurig
§ DeterminisDsch
§ Dehumanizing
o Perspec1ef deelnemers moet centraal staan à gaat ervan uit dat mensen van
elkaar verschillen
- Moderne blik (21e eeuw – heden)
o Soort mengvorm van posiDvisme en construcDvisme
o Leunt sterk op (post)posiDvisme, maar
o ConstrucDvisDsche kriDek op posiDvisme serieus genomen
o Theorieën moeten toepasbaar zijn aan de prakDjk, moeten een meerwaarde
hebben
o Houd rekening met:
§ SituaDonele factoren, diverse perspecDeven
§ Toepasbaarheid in echte wereld
§ Effect van de onderzoeker(s)
Wetenschapsfilosofische stromingen: pre-posiDvisme, posiDvisme, post-posiDvisme,
construcDvisme, moderne blik