• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 179 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Volkenrecht | Universiteit Antwerpen | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 179 pagina's

Deze samenvatting behandelt de fundamentele concepten van Volkenrecht (Internationaal Publiekrecht) zoals onderwezen aan de Universiteit Antwerpen. De samenvatting dekt kernthema's waaronder de plaats van volkenrecht in het juridisch curriculum, de verschillen tussen nationaal en internationaal recht, de gedecentraliseerde structuur van het internationale rechtssysteem, en praktijkvoorbeelden zoals de ICJ-zaak Allegations of Genocide (Oekraïne v. Rusland). Ideaal voor examenvoorbereiding en als studiehulp - alle kernconcepten zijn helder uitgelegd en goed gestructureerd. Geslaagd met 16/20.

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING VOLKENRECHT 2025-2026


1. INTRO: PLAATS IN CURRICULUM


VOLKENRECHT

Volkenrecht wordt ook internationaal publiekrecht (international public law) genoemd.

Het is het rechtssysteem dat de relaties tussen soevereine staten regelt, evenals hun onderlinge rechten en
verplichtingen.

De cursus benadrukt meteen dat internationaal recht fundamenteel verschilt van nationaal recht. In eerdere
juridische vakken ging het meestal over recht dat voortkomt uit de soevereine autoriteit van België. Bij
volkenrecht gaat het daarentegen over recht “tussen” staten, dus over relaties tussen verschillende landen.

- VORIGE CURSUSSEN IN OPLEIDING RECHTEN
recht dat voortspringt uit de soevereine authoriteit ‘van’ België

- VOLKENRECHT = INTERNATIONAAL PUBLIEKRECH
deze cursus: recht ‘tussen’ landen aka ‘inter-nationaal recht’

 internationaal recht wordt enkel relevant wanneer een kwestie meer dan één staat aanbelangt. Zodra
belangen van meerdere staten betrokken zijn, ontstaat er nood aan regels die hun onderlinge relaties
regelen.

VERSCHIL TUSSEN INTERNATIONAAL RECHT EN NATIONAAL RECHT

Een eerste fundamenteel verschil is het toepassingsgebied:

 Nationaal recht geldt binnen één staat.
 Internationaal recht geldt tussen meerdere staten.

Wanneer een regel enkel in België geldt, spreken we van nationaal recht. Wanneer regels gelden tussen staten,
spreken we van internationaal recht.

- VOLKENRECHT = INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT

het rechtssysteem dat de relatie tussen soevereine staten reguleert, evenals hun onderlinge rechten en
verplichtingen (p. 1)

- INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

nationale (i.e. Belgische) wetten die privaatrechelijke betrekkingen met buitenlandse elementen regelen omdat
er dan een ‘conflict of law’ optreedt (p. 1)

= Nationale regels (bv. Belgische regels) die bepalen welk recht toegepast wordt bij privaatrechtelijke situaties
met een buitenlands element (conflict of laws). Bijvoorbeeld: een echtscheiding met iemand uit een ander
land.


1

, - Staten beslissen hoe ze aan internationaal recht voldoen
o Deel van Grondwettelijk recht
o Uitzondering: voorrang van EU recht in EU lidstaten (p. 12)




ERKENNING VAN STATEN

Wanneer een staat een andere staat erkent als soevereine staat binnen het internationaal recht.
Gevolgen:

 meer internationale legitimiteit
 diplomatieke relaties mogelijk
 meer deelname aan internationale organisaties en verdragen.

HET INTERNATIONAAL RECHTSSYSTEEM IS MINDER ONTWIKKELD

Het internationale rechtssysteem veel minder ontwikkeld is dan nationale rechtssystemen.

In nationale staten bestaat meestal een duidelijke scheiding der machten (trias politica):

 wetgevende macht
 uitvoerende macht
 rechterlijke macht

Internationaal recht heeft zo’n gecentraliseerde structuur niet. Het is een gedecentraliseerd systeem.

Er bestaat geen echte:

 wereldregering
 wereldparlement
 internationale politie

In het internationale systeem.

Er bestaat wel een rechterlijke macht, maar ook die werkt anders dan nationale rechtbanken.

GEEN WETGEVENDE MACHT IN INTERNATIONAAL RECHT




2

,In nationale rechtsstelsels bestaan parlementen die wetten maken. Sommige staten hebben één kamer, andere
twee kamers. In internationaal recht bestaat geen centrale wetgevende macht.

Er is geen wereldparlement waar alle staten samenkomen om wetten te maken die automatisch voor iedereen
gelden.

Nieuwe regels ontstaan vooral via:

 verdragen (treaties/conventions)
 internationaal gewoonterecht (customary international law)

! Een belangrijk verschil met nationaal recht is dat verdragen enkel bindend zijn voor staten die ermee
instemmen.!

Dit noemt men het consensuele karakter van internationaal recht: staten moeten toestemming geven om
juridisch gebonden te zijn.

Er wordt ook verwezen naar het positivisme, waarin toestemming van staten centraal staat.

POSITIVISME

Het juridisch positivisme ontstond als reactie tegen natuurrecht en religieuze verklaringen van recht.

Volgens positivisten:

 is de wil van de staat de enige echte bron van recht
 ontstaan internationale verplichtingen enkel door toestemming van staten

Die toestemming kan:

 expliciet gegeven worden via verdragen
 impliciet ontstaan via gewoonterecht

Dit noemt men ook de consensuele theorie: geen verplichting zonder toestemming.

GEEN CENTRAAL GERECHTELIJK SYSTEEM

Naast het ontbreken van een wetgevende macht bestaat er ook geen volledig uitgebouwd internationaal
rechtssysteem zoals binnen staten.

Er bestaan wel internationale rechtbanken, maar:

 hun bevoegdheid is beperkt
 staten moeten vaak toestemming geven
 niet elk conflict komt voor een rechter

De podcast benadrukt dat juridische geschillen in internationaal recht zelden helemaal tot bij een rechtbank
raken.



3

, HET INTERNATIONAAL GERECHTSHOF (ICJ)

Een belangrijke internationale rechtbank is het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice – ICJ).

Het ICJ behandelt geschillen tussen staten.

Toch behandelt het Hof maar weinig zaken omdat staten meestal niet verplicht zijn om de bevoegdheid van het
Hof te erkennen.

Dit toont opnieuw hoe sterk toestemming centraal staat binnen internationaal recht.

ANDERE INTERNATIONALE RECHTBANKEN

Naast het ICJ bestaan gespecialiseerde internationale rechtbanken.

Voorbeelden:

 Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR)
 WTO Dispute Settlement Body (WTO DSB)
 Internationaal Zeetribunaal (ITLOS)
 Hof van Justitie van de Europese Unie (CJEU)

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens behandelt bijvoorbeeld enkel geschillen onder het EVRM en
heeft dus geen algemene bevoegdheid.

AFDWINGING VAN INTERNATIONAAL RECHT

Internationaal recht heeft veel minder sterke afdwingingsmechanismen dan nationaal recht.

Er bestaat:

 geen wereldpolitie
 geen centrale uitvoerende macht
 geen automatisch sanctiesysteem

Daarom noemt men internationaal recht vaak een:

“decentralised self-help system”

Dat betekent dat staten meestal zelf moeten reageren wanneer hun rechten geschonden worden.

RECIPROCITY EN TEGENMAATREGELEN

Een belangrijk principe binnen internationaal recht is reciprocity (wederkerigheid).

Wanneer staat A een verdrag schendt tegenover staat B, mag staat B soms ook zijn verplichtingen tegenover
staat A opschorten.

Daarnaast bestaan countermeasures (tegenmaatregelen).


4

Inhoudsopgave

  1. 01 Samenvatting Volkenrecht 2025-2026 1
    1. 1. INtro: Plaats in curriculum 1
    2. “decentralised self-help system” 4
    3. 2. Vroege geschiedenis & eigentijdse kritieken 5
    4. Kritieken op internationaal recht 8
    5. *Feminist Approaches to International Law 9
    6. Het doel van internationaal recht 9
  2. 02 Europese rechtsorde (Vrede van Westphalia 1648) 9
  3. 03 Post ‘Wereld’ oorlog I: League of Nations 9
  4. 04 Post ‘Wereld’ oorlog II: Verenigde Naties (p. 6) 9
    1. Verenigde Naties - B2 Artikel 7 VN Handvest 9
    2. Soevereiniteit 9
    3. Soevereine gelijkheid 10
    4. Artikel 2(1) VN-Handvest = ‘Geen staat mag macht uitoefenen over een andere’ 10
    5. Andere internationale organisaties 11
  5. 05 Twee structuren van internationaal recht 11
  6. 06 OEFENING 12
    1. STATEN DISCUSSIËREN 12
    2. Afdwinging 13
  7. 07 2. Inleiding: bronnen van internationaal recht 14
  8. 08 Waarom bronnen belangrijk zijn 14
  9. 09 Artikel 38(1) ICJ-Statuut (B3, p. 174) 14
    1. Artikel 38(1) van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) 15
    2. Primaire bronnen 15
    3. Secundaire bronnen 15
  10. 10 Art. 38(1)(a) ICJ-Statuut – Verdragen 15
    1. consent / instemming 15
    2. pacta sunt servanda 15
  11. 11 Soorten verdragen 16
    1. Bilaterale verdragen 16
    2. Multilaterale verdragen 16
  12. 12 Oprichtingsverdragen p. 22 16
  13. 13 Internationaal gewoonterecht 16
    1. Artikel 38(1)(b) ICJ-Statuut 16
  14. 14 State practice – objectieve voorwaarde 17
    1. Doen en laten van staten (1) 17
    2. Algemene praktijk (2) 17
  15. 15 Persistent objection = voortdurend bezwaar 19
    1. voortdurend bezwaar maakt (persistent objector) (1) 19
    2. Opinio juris – subjectieve voorwaarde (2) 19
  16. 16 Lotus Case (voorbeeld in opinio juris) 19
    1. PCIJ Lotus (1927) Lotus (Frankrijk tegen Turkije) (1927), para 76 (p.28) 20
    2. “bewuste beslissing” 20
    3. Colombian-Peruvian Asylum Case 1950 (p. 23, 25, 26) 20
    4. C4 Nicaragua Case – bevestiging van regels para 186 20
  17. 17 Verdrag én gewoonterecht 20
    1. Nicaragua Case 20
  18. 18 Kristalliserend effect van verdragen 21
    1. Wall Advisory Opinion (2004) 21
  19. 19 Algemene rechtsbeginselen 21
    1. Artikel 38(1)(c) ICJ-Statuut 21
    2. non liquet 21
    3. “gap fillers” 21
  20. 20 Voorbeelden van algemene rechtsbeginselen 21
  21. 21 Billijkheid (equity) 21
  22. 22 Elementaire overwegingen van menselijkheid 22
    1. C4 Nicaragua Case para 218 22
    2. C7 Nuclear Weapons Advisory Opinion para 79 22
  23. 23 Goede trouw (good faith) 22
    1. Nuclear Tests Case 22
  24. 24 Indirect bewijs 22
    1. Corfu Channel Case (UK vs Albania) (1949) 22
    2. indirect bewijs 23
  25. 25 Andere algemene rechtsbeginselen 23
  26. 26 Rechterlijke beslissingen 23
    1. Artikel 38(1)(d) ICJ statuut 23
    2. subsidiaire bronnen 24
  27. 27 Andere tribunalen 24
  28. 28 Opvattingen van schrijvers (Art. 38(1)(d) ICJ statuut 24
  29. 29 OPVATTINGEN VAN DE MEEST BEVOEGDE SCHRIJVERS 24
    1. International Law Commission (ILC) 24
  30. 30 Unilaterale verklaringen 25
  31. 31 Nuclear Tests Case (New Zealand v France) (1974) 25
    1. goede trouw. 25
  32. 32 Eastern Greenland Case - PCIJ Legal status of Eastern Greenland (Denmark v Norway) (1933) p. 32-33, 43) 25
  33. 33 Hiërarchie van bronnen 26
    1. hetzelfde gewicht. 26
  34. 34 Jus cogens 26
    1. B8 Artikel 53 VCLT 27
    2. dwingende normen 27
  35. 35 Voorbeelden van jus cogens 27
  36. 36 VN-Handvest en hiërarchie 27
    1. B3 - Artikel 103 VN-Handvest 27
    2. Artikel 25 VN-Handvest 28
  37. 37 C6 ICJ, Lockerbie Case concerning Questions of Interpretation and Application of the 1971 Montreal Convention (Request for provisional measures by Libya against UK and US) 28
  38. 38 Protest tegen art. 25 VN handvest 28
  39. 39 Erga omnes 28
    1. de gehele internationale gemeenschap. 29
  40. 40 Soft law 29
  41. 41 Soft law → hard law 29
    1. internationaal gewoonterecht. 30
  42. 42 HOOFDSTUK 3: VErdragen 30
  43. 43 Inleiding – verdragen in de praktijk 30
    1. UK-EU Trade and Cooperation Agreement. 30
    2. Overzicht van het hoofdstuk 30
  44. 44 Herhaling – verdragen als bron van internationaal recht 31
    1. Artikel 38(1)(a) ICJ-Statuut. 31
    2. consent (instemming). 31
    3. pacta sunt servanda 31
    4. verdragen zijn enkel bindend tussen partijen. 31
  45. 45 Soorten verdragen 31
    1. Bilaterale verdragen 31
    2. Multilaterale verdragen 31
  46. 46 Oprichtingsverdragen 31
    1. richt een internationale organisatie op. (bijvoorbeeld D2 VN Verdrag) 31
    2. D2 Artikel 25 VN-Handvest: VN veiligheidsresolutie 32
  47. 47 B8 Verdrag van Wenen inzake Verdragenrecht (VCLT) 32
    1. het Verdrag van Wenen inzake Verdragenrecht (VCLT). 32
    2. door International Law Commission (ILC). 32
  48. 48 Concept van een verdrag 32
    1. Artikel 2(1)(a) VCLT 32
  49. 49 VCLT geldt tussen staten 32
    1. Wenen Conventie aangaande Verdragen tussen Internationale Organisaties en Staten of tussen Internationale Organisaties (1986) (nog niet in werking getreden) 33
  50. 50 Geschreven en mondelinge verdragen 33
    1. geschreven verdragen. 33
    2.  Artikel 3(a) VCLT 33
  51. 51 Het label “verdrag” is niet vereist 33
    1. de intentie om rechten en verplichtingen onder internationaal recht te creëren. = intentie is wel vereist 33
  52. 52 Hoe bepaal je of iets een verdrag is? 34
  53. 53 Verdragen en intern recht 34
    1. Artikel 27 VCLT 34
  54. 54 Als een verplichting in Verdrag staat én internationaal gewoonterecht is (p. 26) 34
    1. ICJ, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v US) C4 - para. 172-175 34
    2. Rechtbank 34
    3. Partijen 35
    4. Juridisch principe 35
    5. Is het VCLT ook internationaal gewoonterecht? 35
    6. Verdragen en algemene rechtsbeginselen 35
  55. 55 Bevoegdheid om verdragen te sluiten 35
    1. Artikel 6 VCLT 35
    2. Wie vertegenwoordigt de staat? 35
    3. full powers 36
  56. 56 Vertegenwoordigers zonder full powers 36
    1. Artikel 7(2)(a) 36
  57. 57 Andere vertegenwoordigers 36
    1. Artikel 7(2)(b) 36
  58. 58 Schending van intern recht 36
    1. Artikel 46 VCLT 36
  59. 59 Artikel 8 VCLT 36
  60. 60 Consent – instemming 37
    1. Artikel 34 VCLT 37
    2. ! een staat is enkel gebonden wanneer hij consent geeft. 37
  61. 61 Hoe gebeurt consent? 37
  62. 62 Ondertekening (signature) 37
    1. Artikel 12 VCLT 37
  63. 63 Ratificatie (ratification) 37
    1. = definitieve bevestiging na ondertekening. 37
    2. ondertekening = eerste akkoord 38
    3. ratificatie = definitieve juridische instemming. 38
  64. 64 Voorbeeld: Rome Statute en ICC (vb handboek – niet in ppt) 38
    1. Verdrag 38
  65. 65 Ratificatie en nationaal recht 38
    1. Voorbeeld: Zuid-Korea 39
    2. Voorbeeld 2: Maastrichtverdrag 39
  66. 66 Toetreding (accession) 39
    1. accession. 39
    2. vaak in de context van ‘Mensenrechtenverdragen’ 39
  67. 67 Interim period 40
  68. 68 Inwerkingtreding 40
    1. Artikel 24 VCLT (1-2) 41
  69. 69 EVRM voorbeeld 41
    1. Instemming 41
  70. 70 38. Validiteit van verdragen 42
    1. Artikelen 46–53 en 64 VCLT 42
  71. 71 Fout (error) 42
    1. Artikel 48 VCLT 42
  72. 72 Fraude 42
    1. Artikel 49 VCLT 42
  73. 73 Corruptie 42
    1. Artikel 50 VCLT 42
  74. 74 Dwang tegen vertegenwoordiger (‘coercion’) 42
    1. Artikel 51 VCLT 42
  75. 75 Dwang via geweld 43
    1. Artikel 52 VCLT 43
    2. Als verdragen onder dwang verboden zijn, wat dan met vredesverdragen na oorlog? 43
  76. 76 Jus cogens 43
    1. Artikel 53 VCLT 43
  77. 77 Lex specialis en VN-Handvest 43
    1. Lex specialis 43
    2. VN-Handvest heeft voorrang. 43
  78. 78 Nieuwe jus cogens norm 44
    1. Artikel 64 VCLT 44
  79. 79 Reservaties 44
    1. multilaterale verdragen. (p. 48) 44
  80. 80 Reservaties vs interpretatieve verklaringen 44
    1. Reservatie 44
    2. Interpretatieve verklaring 44
  81. 81 Voorbeeld doodstraf minderjarigen 44
    1. Reservatie 45
    2. Interpretatieve verklaring 45
  82. 82 Label “reservatie” niet vereist 45
  83. 83 Voorbeelden reservaties 45
    1. Denemarken 45
    2. België 45
  84. 84 Wanneer zijn reservaties toegestaan? mogen onder 2 voorwaarden 45
    1. Artikel 19 VCLT 45
  85. 85 Voorbeelden strijd met voorwerp en doel - B7 BUPO (Artikel 19(3) VCLT) 46
    1. Verenigde Staten – CCPR = BUPO 46
    2. Qatar 46
    3. voorwerp en doel van het verdrag. (Artikel 19(3) VCLT) 46
  86. 86 RESERVATIE DIE INCOMPATIBEL IS MET VOORWERP EN DOEL VERDRAG 46
  87. 87 Aanvaarding reservaties 46
    1. Artikel 20(5) VCLT 46
  88. 88 Verwerping reservaties 46
    1. 3 uitzonderlijke gevallen 47
  89. 89 Interpretatie van verdragen 47
    1. wat wilden de partijen bereiken? 47
  90. 90 Artikel 31 VCLT 47
  91. 91 Gewone betekenis 48
  92. 92 Context 48
  93. 93 ICJ, Namibia Advisory Opinion (1971) (bv. art 27(3) UN CHArter 48
    1. Rechtbank 48
    2. Juridisch principe 48
  94. 94 EHRM, Hassan v UK 48
    1. Rechtbank 49
    2. Juridisch principe 49
  95. 95 Levend instrument (living instrument) 49
    1. EHRM. 49
    2. meegaan met moderne omstandigheden. 49
  96. 96 Originalism vs moderne interpretatie 49
  97. 97 Voorwerp en doel 50
    1. oprichtingsverdragen. 50
  98. 98 C7 ICJ, Legality of the Use by a State of Nuclear Weapons in Armed Conflict (1996) 50
    1. Rechtbank 50
    2. Juridisch principe 50
    3. para. 25–26. 50
  99. 99 C2 ICJ, Reparations for Injuries Suffered in the Service of the UN (1949) 50
    1. Rechtbank 50
    2. Juridisch principe 50
  100. 100 Artikel 32 VCLT 51
  101. 101 Artikel 33 VCLT 51
  102. 102 Amendementen 51
    1. Artikel 39 VCLT 51
  103. 103 Amendementen multilaterale verdragen 51
    1. Artikel 40(2) VCLT 51
  104. 104 Amendementen tussen sommige partijen 51
    1. Artikel 41 VCLT 51
  105. 105 Kaderverdragen 51
    1. D11 VN-Kaderverdrag Klimaatverandering. 52
  106. 106 Nieuwe verdragen 52
  107. 107 Beëindiging, terugtrekking en opschorting 52
  108. 108 Artikel 54 VCLT 52
  109. 109 Rusland en EVRM 52
    1. artikel 58 EVRM. 52
  110. 110 Artikel 56 VCLT 52
  111. 111 Materiële breuk = opschortinf of beeindiging 53
    1. Artikel 60(3) VCLT 53
  112. 112 Onmogelijkheid = beeindiging en terugtrekking 53
    1. Artikel 61 VCLT 53
  113. 113 Fundamentele verandering van omstandigheden = idem 53
    1. Artikel 62 VCLT 53
  114. 114 ICJ, Gabčikovo-Nagymaros Project (Hungary v Slovakia) (1997) para 104 53
    1. Rechtbank 54
    2. Partijen 54
    3. Juridisch principe 54
    4. fundamentele verandering van omstandigheden 54
    5. para. 104. 54
  115. 115 HOOFDSTUK 4 – ACTOREN IN HET INTERNATIONAAL RECHT 54
    1. Inleiding 54
    2. wie rechten en verplichtingen kan hebben in internationaal recht. 54
    3. wanneer wordt een entiteit een staat? 55
  116. 116 Statelijke en niet-statelijke actoren 55
    1. Statelijke actoren 55
    2. Niet-statelijke actoren 55
  117. 117 Staten en erkenning 56
    1. Twee visies op erkenning 56
    2. B1 Artikel 3 Montevideo Conventie (1933) 57
  118. 118 Montevideo-criteria 57
    1. Artikel 1 Montevideo Conventie (1933) 57
  119. 119 Illegaliteit van staatsvorming 58
  120. 120 Recht op zelfbeschikking 58
    1. Erga omnes 59
    2. de hele internationale gemeenschap. 59
    3. VERDRAGEN 59
  121. 121 Zelfbeschikking ≠ automatisch afscheiding 59
    1. zelfbeschikking betekent niet automatisch recht op een eigen staat. 59
    2. Interne zelfbeschikking 59
    3. binnen de bestaande staat. 60
    4. Externe zelfbeschikking 60
    5. afscheiding en vorming van een nieuwe staat. 60
  122. 122 Afscheiding 61
    1. Niet toegestaan: 61
    2. Toegestaan maar niet (nog) niet gewenst 61
    3. Toegestaan in het verleden: 61
  123. 123 Verwerving van territorium 61
    1. a) Bezetting van niemandsland (terra nullius) 61
    2. b) Overdracht (cession) 62
    3. c) Prescriptie 62
    4. “voortdurende en vreedzame uitoefening van soevereiniteit.” 62
    5. Belangrijk: 62
    6. d) Accretie 62
    7. e) Verovering (conquest) 63
    8. verovering geen geldige manier meer is om territorium te verkrijgen. 63
  124. 124 Opvolging van staten (state succession) 63
    1. Nieuwe staten en internationaal gewoonterecht 63
    2. geen persistent objection maken 64
    3. Verdragen bij opvolging 64
    4. clean slate-principe. 64
    5. Staten: verdwijning 64
  125. 125 Niet-statelijke actoren 64
    1. Internationale organisaties 64
    2. Individuen 65
    3. Groepen individuen 65
    4. Andere territoriale entiteiten 65
    5. Humanitaire context 66
    6. De natuur 66
    7. schending van B6 artikel 8 EVRM vormen. 66
  126. 126 Geen internationale rechtspersoonlijkheid 66
    1. VN Guiding Principles on Business and Human Rights (2011). 67
  127. 127 HOOFDSTUK 5 – JURISDICTIE 67
    1. Inleiding 67
    2. de bevoegdheid van een staat om macht en invloed uit te oefenen. 67
    3. Artikel 2(1) VN-Handvest 67
    4. Artikel 2(7) VN-Handvest 67
  128. 128 Drie soorten jurisdictie 68
    1. a) Voorschrijvende jurisdictie (prescriptive jurisdiction) 68
    2. b) Adjudicerende jurisdictie (adjudicative jurisdiction) 68
    3. c) Afdwingingsjurisdictie (enforcement jurisdiction) 68
  129. 129 Lotus Case (1927) 68
    1. C1 PCIJ, Lotus (Frankrijk v Turkije) (1927) (p. 82-93) 68
  130. 130 Oefening over elk soort jurisdictie 69
  131. 131  Afdwingingsjurisdictie 69
    1. het strengst beperkt. 69
  132. 132 Eichmann Case (1961) 69
    1. Adolf Eichmann 69
    2. Probleem? 69
  133. 133 Prescriptieve jurisdictie (voorschrijvende jurisdictie) 70
  134. 134 Permissieve principes 70
    1. a) Territorialiteitsprincipe 70
    2. b) Actief persoonlijkheidsprincipe 71
  135. 135 c) Passief persoonlijkheidsprincipe 71
  136. 136 d) Beschermingsprincipe 71
    1. Voorbeeld: secundaire boycots VS 71
    2. Voorbeeld 72
    3. e) Universaliteitsprincipe 72
    4. District Court of Jerusalem, Adolf Eichmann Trial (1961) 72
    5. misdrijven tegen alle naties had gepleegd. 72
    6. Belangrijk 72
    7. ICJ, Arrest Warrant (Congo v België) (2002) 73
  137. 137 Jurisdictie over vliegtuigen 73
    1. Chicago Convention Internationale Civiele Luchtvaart (1944) 73
    2. Tokyo Convention inzake Strafbare Feiten en Bepaalde andere Handelingen aan Boord van een Vliegtuig (1963) 73
    3. Haags Verdrag ter Bestrijding van Wederrechtelijke Inbeslagneming Vliegtuigen (1970) 73
  138. 138 wat bij Overlappende jurisdictie? 73
  139. 139 B18 Artikel 25(1-2) Lanzarote Conventie bevat verschillende vormen van jurisdictie. 73
  140. 140 Welke gronden kan jij onderscheiden? 73
  141. 141 Barcelona Traction Case 74
    1. ICJ, Barcelona Traction (Belgium v Spain) (1970) 74
  142. 142 Geen jurisdictie 74
  143. 143 Afdwingingsjurisdictie 74
    1. Toestemmende regel 75
  144. 144 Uitlevering in internationaal strafrecht (extradition) 75
    1. Drie voorwaarden 75
  145. 145 Non-refoulement – principe ((p. 93-94, 181-182) 75
  146. 146 Inbreuken op verbod afdwingingsjurisdictie 75
    1. Mala captus, bene detentus 75
  147. 147 Andere voorbeelden van verboden afdwingingsjurisdictie 76
    1. ICJ, Jadhav (India v Pakistan) (2019) 76
    2. Litvinenko (2006) 76
    3. Skripal (2018) 76
    4. Khashoggi (2018) 76
    5. Prostasevich – Ryanair Flight 4978 (2021) 76
  148. 148 Adjudicerende jurisdictie 76
  149. 149 HOOFDSTUK 6 – STAATSAANSPRAKELIJKHEID (STATE RESPONSIBILITY) 77
  150. 150 Waar gaat dit hoofdstuk over? 77
    1. B16 ARSIWA – Articles on Responsibility of States for Internationally Wrongful Acts (2001). 77
  151. 151 Regels van eerste en tweede orde 77
    1. Regels van eerste orde 77
    2. Regels van tweede orde 77
  152. 152 Basisprincipes b16 ARSIWA 78
    1. Artikel 1 ARSIWA 78
    2. Artikel 3 ARSIWA 78
  153. 153 Artikel 2 ARSIWA 78
    1. a) aan de staat kan worden toegerekend volgens het internationaal recht; en 78
    2. b) er een schending/inbreuk is van een internationale verplichting van de staat. 78
  154. 154 Voorbeelden van nalaten 78
  155. 155 Tehran Hostages Case 79
    1. C3 ICJ, US Diplomatic and Consular Staff in Tehran (US v Iran) (1980) 79
    2. privéhandelingen. 79
  156. 156 Belangrijk principe 79
    1. door nalaten én door erkenning van de daden. 79
  157. 157 3. Toerekenbaarheid (attribution) 79
    1. dat aan de staat kan worden toegerekend. 79
    2. Hoofdstuk 2 ARSIWA. 80
  158. 158 Artikel 4 ARSIWA – Staatsorganen 80
    1. handelingen van de staat. 80
  159. 159 Voorbeeld: LaGrand Case 80
    1. ICJ, LaGrand (Provisional Measures) (1999) 80
  160. 160 Geen voorbeeld artikel 4(2) 80
    1. C12 ICJ, Application of Genocide Convention (Bosnia v Serbia) para 377-415 80
  161. 161 Artikel 5 ARSIWA 81
  162. 162 Artikel 6 ARSIWA 81
  163. 163 Artikel 7 ARSIWA – Ultra vires 81
  164. 164 Voorbeelden artikel 7 82
    1. Inter-American Court, Velásquez Rodriguez (1988) 82
    2. Khashoggi Case 82
  165. 165 Artikel 8 ARSIWA 82
  166. 166 Belangrijke arresten ‘Controle’  Lees: ‘effectieve controle’ 82
    1. C4 ICJ, Nicaragua (1986), para 115 82
    2. C12 ICJ, Bosnia Genocide Case, para 377-415 82
  167. 167 Voorbeelden die NIET automatisch toerekenbaar zijn 82
  168. 168 Artikel 10 ARSIWA – Opstandige bewegingen 82
  169. 169 Artikel 11 ARSIWA 83
  170. 170 Voorbeeld artikel 11 83
    1. C3 Tehran Hostages Case para 74 83
  171. 171 Hulp en ondersteuning – Artikel 16 ARSIWA 83
  172. 172 Voorbeeld 84
    1. C12 ICJ Application of Genocide Convention (Bosnia and Herzegovina v Serbia and Montenegro), para 416-424 84
  173. 173 Palestina Advisory Opinion (2024) oefening 84
    1. C19 ICJ, Legal Consequences arising from the Policies and Practices of Israel in the Occupied Palestinian Territory 84
  174. 174 Omstandigheden die onrechtmatigheid uitsluiten 84
  175. 175 B16 ARTIKEL 26 ARSIWA 85
  176. 176 Overzicht 85
    1. Artikel 20 – Consent/instemming 85
  177. 177 Artikel 21 – Zelfverdediging 85
  178. 178 Artikel 23 (1) – Force majeure 85
    1. C5 Arbitrage, Rainbow Warrior (Nieuw Zeeland tegen Frankrijk), para 77 85
  179. 179 Artikel 24 – Distress 86
    1. C5 Arbitrage, Rainbow warrior (Nieuw Zeeland v Frankrijk), para 78 86
  180. 180 Artikel 25 (1-2)– Noodzaak (necessity) 86
  181. 181 verdere Voorwaarden necessity 86
  182. 182 Voorbeelden necessity 86
    1. geen voorbeelden artikel 25 arsiwa 86
  183. 183 Tegenmaatregelen (countermeasures) 87
    1. A7 ICJ, Gabčikovo-Nagymaros (Hongarije v Slovakije) (1997), praa 87 Tegenmaatregel van Slovakije voor niet naleven verdrag disproportioneel 87
  184. 184 VERPLICHTINGEN DIE NIET WORDEN BEÏNVLOED DOOR TEGENMAATREGELEN 88
  185. 185 WAT ZIJN FUNDAMENTELE MENSENRECHTEN? 88
    1. ICJ, Gabčikovo-Nagymaros (1997) ?? 88
  186. 186 Wie mag een schending/inbreuk inroepen? 88
    1. Artikel 42 ARSIWA – Benadeelde staat 88
    2. Artikel 48 ARSIWA – Niet-benadeelde staten 89
  187. 187 Voorbeelden erga omnes 89
    1. verbod op Foltering 89
    2. verbod op Genocide 89
    3. recht op Zelfbeschikking 89
  188. 188 Belangrijk - ARTIKEL 48(2) ARSIWA ‘NIET-BENADEELDE STAAT’ 89
  189. 189 Open vraag artikel 54 ARSIWA 90
  190. 190 Gevolgen van onrechtmatigheid 90
    1. Artikel 29 90
    2. Artikel 30 90
    3. C19 ICJ Adv. Op. Legal Consequences of the Separation of the Chagos Archipelago from Mauritius (2019), para 178 / 182 90
  191. 191 Artikel 31 – Herstel 90
  192. 192 C5 Arbitrage, Rainbo,w warrior (Nieuw Zeeland v Frankrijk), para. 110 91
  193. 193 Jadhav Case 91
  194. 194 Artikelen 40–41 ARSIWA – Jus cogens 91
  195. 195 Voorbeelden 91
    1. ICJ Adv. Op. Legal Consequences of the Separation of the Chagos Archipelago from Mauritius (2019), para 178 / 182 91
    2. Rusland – Oekraïne 91
  196. 196 Diplomatieke bescherming 92
  197. 197 Belangrijke arresten 92
    1. ICJ, Lagrand (Provisional Measures) (1999) 92
    2. ICJ, Jadhav (India v Pakistan) (2019) 92
    3. consulaire rechten onder de Vienna Convention on Consular Relations. 92
  198. 198 Hoofdstuk 7: Geschillenbeslechtiging 92
    1. 4 basisregels 92
    2. Overzicht van de kanalen 93
  199. 199 2. Zonder rechtbank of tribunaal 93
    1. Negotiation: tussen partijen 93
    2. Derde partij: overzicht 93
    3. Good offices 93
    4. Mediation/mediatie 94
    5. Conciliation (bemiddeling) p. 242 94
    6. (derde partij) 94
    7. Onderzoekscommissie / fact-finding 94
  200. 200 VN-organen 94
    1. VN-Veiligheidsraad 94
    2. VN-Algemene Vergadering (p. 243) 95
    3. VN-Secretariaat “good offices” 96
  201. 201 3. Arbitragetribunalen 96
    1. Belangrijke arresten / voorbeelden 96
    2. Instemming met arbitrage 97
    3. ARBITRAGE: INVLOED PARTIJEN 97
  202. 202 4. Internationaal Gerechtshof (ICJ) 97
    1. ICJ 97
    2. CONTENTIEUZE CASES: OVERZICHT 97
    3. Samenstelling 97
    4. volgorde ICJ 98
    5. Belangrijk: consent (?) 100
    6. Belangrijke arresten 100
    7. Provisional measures/maatregelen (icj) 100
    8. Effecten van uitspraken 101
    9. RELATIE TUSSEN ICJ EN VN VEILIGHEIDSRAAD 102
  203. 203 Advisory opinions / adviserende opinies 102
    1. Belangrijke advisory opinions 102
    2. Artikel 65(1) ICJ Statuut 102
    3. C7 ICJ, Adv. Op. Legality of the use by a state of nuclear weapons in armed conflict (1996) para 25-26 103
  204. 204 5. Gespecialiseerde tribunalen en rechtbanken 103
    1. Mensenrechten 103
    2. Economisch recht 104
    3. Zeerecht 104
    4. Strafrecht 104
  205. 205 Hoofdstuk 8 – Mensenrechten 105
    1. 1. Introductie (p. 166-167) 105
  206. 206 2. Afdwinging van mensenrechten 105
    1. VN-handvest 105
    2. VN handvest: Mensenrechtenverdragen 106
  207. 207 3. Bronnen van mensenrechten 107
    1. VERKLARINGEN (p. 172, 180) 107
    2. Regionale verdragen p. 168- 170, 174) 108
  208. 208 4. Categorieën van mensenrechten 108
    1. Burgerlijke en politieke rechten 108
    2. Belangrijke waarden 109
  209. 209 Economische, sociale en culturele rechten 109
    1. positieve rechten 110
  210. 210 Collectieve rechten 110
  211. 211 Positieve verplichtingen 110
  212. 212 Horizontale verplichtingen 110
  213. 213 5. Regionale systemen 111
    1. Raad van Europa 111
    2. EHRM – Europees Hof voor de Rechten van de Mens (p. 175-176) 111
  214. 214 EHRM als “living instrument”/ “levend instrument” 112
    1. “living instrument” 112
    2. KlimaSeniorinnen v Switzerland 112
  215. 215 Margin of appreciation/ MARGE VAN APPRECIATIE 112
    1. margin of appreciation 113
    2. ‘Non-refoulement’ principe: 113
    3. B6 Art 3 EVRM (volgens EHRM) 113
  216. 216 Raad van Europa vs EU 113
    1. Bosphorus v Ireland 114
  217. 217 Andere regionale systemen 114
    1. organisatie van amerikaanse staten/ Amerikaans systeem 114
    2. organisatie van afrikaanse eenheid/ Afrikaans systeem 114
    3. liga van Arabisch systeem 114
  218. 218 6. Publieke noodtoestand 114
    1. degrogatie van mensenrechtenverdrag 114
    2. non-derogable rights 115
  219. 219 6. Territoriaal toepassingsgebied 115
    1. Jurisdictie 115
    2. Effective control 116
  220. 220 8. Vluchtelingen 116
    1. Algemene regel 116
  221. 221 Vluchtelingenconventie 116
    1. VLUCHTELINGEN CONVENTIE EN PROTOCOL 117
  222. 222 Non-refoulement (extra) 117
  223. 223 Mensenrechtenrecht geeft bredere bescherming (extra) 117
  224. 224 Hoofdstuk 9 – Internationaal Milieurecht 118
  225. 225 1. Wat is milieu(recht)? 118
    1. Definitie milieu 118
  226. 226 definitie Duurzame ontwikkeling (3 elementen 118
    1. sustainable development 118
    2. C8 – Gabčíkovo-Nagymaros Project (Hongarije v Slovakije) 1997 119
    3. Belangrijke paragraaf para. 140 119
  227. 227 2. Conferenties 119
    1. Stockholm Conference (1972) 119
    2. Rio Conference / Earth Summit (1992) 119
    3. Johannesburg conferentie ’02 120
    4. Rio II (2012) 120
  228. 228 3. Bronnen van milieurecht 120
    1. Soft law 120
    2. Verdragen 120
    3. Internationaal gewoonterecht 120
    4. Rechtspraak 120
  229. 229 4. Belangrijke principes 121
  230. 230 Preventieprincipes 121
    1. No harm principle 121
  231. 231 Algemeen preventieprincipe 122
    1. C13 – Pulp Mills on the River Uruguay (Argentina v Uruguay) (2010) 122
    2. Belangrijke paragraaf 101 122
    3. Due diligence 122
  232. 232 Milieu-effectenbeoordeling (EIA) bronnen 122
    1. Environmental Impact Assessment 123
  233. 233 Voorzorgsprincipe bronnen 123
    1. precautionary principle = voorzorg 123
  234. 234 Balanceringsprincipes 123
    1. Polluter pays principle 124
  235. 235 CBDR  PRINCIPE VAN GEMEENSCHAPPELIJKE MAAR GEDIFFERENTIEERDE VERANTWOORDELIJKHEDEN (CBDR) 124
    1. Bronnen 124
    2. Common But Differentiated Responsibilities 124
    3. principe van Intergenerationele gelijkheid 125
    4. principe van Participatie 125
  236. 236 5. SUBSTANTIEVE REGULERING: ATMOSFEER EN MARITIEM MILIEU 125
    1. Luchtvervuiling limiteren 125
    2. Ozonlaag beschermen 125
    3. Mariene milieu beschermen 126
  237. 237 Klimaatverandering bestrijden 126
    1. UNFCCC / Klimaatverdrag (1992) 126
  238. 238 Kyoto Protocol (1997) 127
    1. AAUs 127
  239. 239 Doha akkoord (2013) 127
  240. 240 B23 Parijsakkoord (COP 21, 2015) 127
    1. B23 Paris Agreement 128
    2. NDCs (Nationally Determined Contributions) 128
    3. Belangrijk 128
  241. 241 Klimaatzaken 128
    1. Urgenda Foundation v The Netherlands 128
  242. 242 6. Mariene milieu 128
    1. UNCLOS (1982) 129
  243. 243 7. SUBSTANTIEVE REGULERING: CONSERVEREN + biodiversitiet 129
    1. Antarctica 129
    2. Werelderfgoed 130
    3. CITES (1973) Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier-en plantensoorten 130
    4. VECHTEN TEGEN WOESTIJNVORMING (1994) 130
    5. Biodiversiteitsverdrag (1992) 131
  244. 244 8. Schadelijke stoffen 131
    1. Nucleaire energie 131
    2. Chemische stoffen 132
  245. 245 9. Afdwinging en compensatie 133
    1. geen internationaal milieurechthof. 133
  246. 246 Compensatie 133
    1. C17 - ICJ ‘Certain Activities Carried Out by Nicaragua in the Border Area (Costa Rica v Nicaragua) (2018) 133
  247. 247 Staatsaansprakelijkheid 133
    1. Nederlandse Hoge Raad, Urgenda v Nederland (2019) (p.202-203, 211) 134
  248. 248 Hoofdstuk 10 – Internationaal Economisch Recht 134
  249. 249 1. Introductie 135
    1. C4 – Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua para. 258 135
  250. 250 2. Bretton Woods conferentie(1944) 135
    1. IMF 135
    2. Wereldbank 135
    3. GATT (1948) 135
  251. 251 WTO (1994) 136
  252. 252 Waarom belangrijk? 136
  253. 253 Andere organisaties 136
  254. 254 WEG NAAR BRETTON WOODS 136
    1. ONDERSCHEID 136
    2. BASIS VAN BRETTON WOODS 136
  255. 255 Kritiek op Bretton Woods 137
    1. TWAIL kritiek 137
  256. 256 Andere kritiek 137
    1. Andersglobalisme 137
  257. 257 Geopolitieke kritiek 137
  258. 258 3. Internationaal Handelsrecht 137
  259. 259 WTO structuur 137
    1. URUGUAY RONDE (1986-1993) 138
  260. 260 WTO in crisis 138
  261. 261 2 basisprincipes WTO 138
    1. 1. MFN 138
    2. 2. National Treatment (NT) 139
  262. 262 Uitzonderingen WTO 139
    1. B15 GATT art. XX 139
    2. B15 GATT art. XXI 139
  263. 263 GATS ’94 (diensten) 140
    1. GATS ’94 140
    2. Oordeel 140
  264. 264 TRIPS ‘94 140
    1. intellectuele eigendomsrechten 140
  265. 265 TRIPS controverse 140
  266. 266 WTO Dispute Settlement Body (DSB) 141
    1. WTO DSB. 141
  267. 267 Regionale economische samenwerking 141
  268. 268 Europese Unie 141
    1. Cassis de Dijon 141
  269. 269 Andere regionale systemen 141
  270. 270 4. Internationaal Monetair Recht 142
  271. 271 IMF 142
  272. 272 IMF leningen/ fudning 142
    1. Stemrecht IMF 142
    2. FUNCTIES IMf 142
  273. 273 Conditionality () 143
    1. bindende voorwaarden. 143
  274. 274 Kritiek IMF () 143
  275. 275 BRICS alternatief 144
    1. BRICS Contingent Reserve Arrangement 144
  276. 276 Wereldbank 144
    1. leningen 144
  277. 277 Andere instellingen die leningen geven 144
  278. 278 Monetair systeem EU 145
    1. EMU (1979 - 92) 145
  279. 279 5. Internationaal Investeringsrecht 145
  280. 280 Buitenlandse investeringen 145
    1. Barcelona Traction Case 146
  281. 281 Onteigening 146
    1. Onteigening = Expropriation 146
    2. Nationalisatie = Nationalization 146
    3. De facto of indirecte onteigening = Creeping expropriation 146
  282. 282 Bronnen 146
    1. Internationaal gewoonterecht 146
  283. 283 Voorwaarden legale onteigening () 146
  284. 284 BITs (BILATERALE INVESTERINGSVERDRAGEN) 146
    1. Bilateral Investment Treaties 147
    2. REGIONALE INVESTERINGSVERDRAGEN 147
    3. Afdwinging p. 235-237 147
    4. ICSID 147
  285. 285 Hoofdstuk 11 – Zeerecht (Law of the Sea) 148
  286. 286 1. Introductie 148
  287. 287 Belangrijkste bron 148
    1. B9 – UNCLOS (1982) 148
  288. 288 Historische basis 148
    1. Hugo Grotius 149
    2. Bronnen 149
  289. 289 2. De zee opgedeeld 149
    1. hoe verder van de kust, 149
  290. 290 Overlappende zones ? 149
    1. Territorial sea & contiguous zone 149
    2. EEZ & continentaal plat 150
  291. 291 3. Interne en territoriale wateren 150
  292. 292 Baselines 150
    1. Basislijn 150
    2. Rechte basislijnen 150
  293. 293 JURISDICTIE ININTERNE EN TERRITORIALE WATEREN: OVERZICHT 151
    1. Territoriale zee 151
  294. 294 Jurisdictie over buitenlandse schepen 151
    1. Interne wateren 151
    2. Territoriale zee 151
  295. 295 SCHEPEN VAN BUITENLANDSE VLAGGENSTAAT HEBBEN RECHT OP “Onschuldige passage” 152
    1. innocent passage 152
    2. art. 17 UNCLOS 152
    3. Voorwaarden 152
  296. 296 Archipelagos 152
    1. art. 52–53 UNCLOS 152
  297. 297 4. Aansluitende zone 153
    1. contiguous zone 153
    2. art. 33 UNCLOS 153
  298. 298 4. Exclusieve Economische Zone (EEZ) 153
    1. Wat mogen andere staten nog in EEZ? 154
  299. 299 Rechten kuststaat in EEZ 154
    1. art. 56 UNCLOS 154
  300. 300 5. Continentaal plat & “the area” 154
    1. continentaal plaat 154
    2. art. 76 UNCLOS 154
  301. 301 Belangrijk verschil met EEZ () 155
    1. Continentaal plat: () 155
  302. 302 Rechten kuststaat () 155
  303. 303 Commission on the Limits of the Continental Shelf () 155
    1. CLCS 156
  304. 304 Arctic claims () 156
  305. 305 South China Sea () 156
    1. South China Sea Arbitration() 156
  306. 306 7. The Area 156
  307. 307 International Seabed Authority (ISA) 156
  308. 308 8. Hoge zeeën 157
    1. art. 86 (87) UNCLOS 157
    2. Vlaggenstaat 157
  309. 309 Recht op visite van oorlogsschepen bij vermoeden 157
    1. art. 110 UNCLOS 157
  310. 310 Hot pursuit 157
    1. art. 111 UNCLOS 157
  311. 311 9. Internationale zeestraten 158
    1. art. 37 UNCLOS 158
    2. Klimaatverandering 158
  312. 312 Transit passage () 159
    1. recht op transit. 159
    2. art. 38 UNCLOS 159
  313. 313 10. Piraterij 159
    1. art. 101 UNCLOS 159
    2. Universele jurisdictie 159
  314. 314 11. Bescherming marien leven 159
  315. 315 Visserij 160
    1. Kuststaat In EEZ 160
  316. 316 Walvisvangst() 160
    1. International Convention for the Regulation of Whaling 160
    2. International Whaling Commission. 160
  317. 317 Belangrijke case () 160
    1. Whaling in the Antarctic 160
  318. 318 12. Geschillenbeslechting 161
  319. 319 HOOFDSTUK 11: VREDE EN VEILIGHEID 161
    1. VN-Handvest (1945) 161
    2. BASISREGEL: VERBOD OP GEWELD 162
    3. 1. VAN LOUTER PROCEDURELE REGELS… (p.6, 259) 162
    4. 2. OOK NAAR SUBSTANTIEVE REGELS 162
  320. 320 Verbod op geweld 162
    1. (B2) – Artikel 2(4) VN-Handvest 162
    2. A4 – Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua 163
  321. 321 Geweld = gewapend geweld 163
    1. Tallinn Manual 2.0 163
  322. 322 Overzicht: 7 bergrippen 163
  323. 323 A. Uitzondering op art. 2(4) handvest: instemming 164
    1. Instemming van gastland 164
  324. 324 instemming van staat (betwist) 164
  325. 325 B. Onder drempel van geweld ARTIKEL 2(4) HANDVEST: INBREUKEN OP SOEVEREINITEIT ANDERE STAAT 164
    1. Inbreuken op soevereiniteit andere staat 164
  326. 326 Tegenmaatregelen (college staatsaansprakelijkheid) 165
    1. Artikel 51 ARSIWA 165
  327. 327 C. ONDER DE DREMPEL VAN GEWELD IN ARTIKEL 2(4) HANDVEST: 165
  328. 328 INBREUKEN Verbod op non-interventie 165
  329. 329 Belangrijk arrest 166
    1. A4 – Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v VS), para 19 166
  330. 330 3. GEEN GEWELD IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2(4) HANDVEST: 166
  331. 331 VN VEILIGHEIDSRAAD RESOLUTIES 166
  332. 332 VN Veiligheidsraad 166
    1. 15 leden 166
    2. Hierarchie  driehoek college bronnen 167
  333. 333 Titel VII VN-Handvest 167
    1. Artikel 39 VN Handvest – interpretatie 167
    2. Artikel 40 VN Handvest – voorlopige maatregelen 168
    3. Artikel 41 VN Handvest – geen ‘armed forces’ 168
  334. 334 Smart sanctions 168
    1. Artikel 42 VN Handvest – ‘armed forces’ 169
    2. Algemene vergadering – college geschillenbeslechtiging 169
    3. ‘Checks & balances?’ 170
    4. D2 VN HANDVEST – college bronnen p 36 170
  335. 335 7 bergrippen 171
  336. 336 Hiërarchie 171
    1. Artikel 103 VN-Handvest 171
  337. 337 Kadi-zaken 171
  338. 338 4. GEEN GEWELD IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2(4) HANDVEST: ZELFVERDEDIGINGArtikel 51 VN-Handvest 171
    1. Zelfverdediging – college staatsaansprakelijkheid 171
    2. Zelfverdediging : onderscheid 172
  339. 339 Individuele vs collectieve zelfverdediging () 172
    1. Individueel 172
    2. Collectief 172
    3. A4 – Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua 173
  340. 340 ZELFVERDEDIGING TEGEN PRIVATE ACTOREN IN DERDE STATEN? 173
    1. unable or unwilling test 173
  341. 341 6 voorwaarden zelfverdediging 173
    1. Artikel 51 VN HANDVEST 173
    2. [1] ‘Maatregelen moeten onmiddellijk aan de Veiligheidsraad gerapporteerd worden’ 174
    3. [2] ‘In geval van een gewapende aanval’Voorbeelden: 174
    4. C3 – United States Diplomatic and Consular Staff in Tehran 174
  342. 342 Geen gewapende aanval 174
    1. A4 – Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua 175
  343. 343 [3] “Plaatsvindt” 175
    1. zeer controversieel. 175
  344. 344 [4] Tot Veiligheidsraad optreedt 176
  345. 345 [5] Noodzakelijkheid 176
  346. 346 [6] Proportionaliteit 176
  347. 347 5. ONDANKS DEBATTEN, NOG STEEDS GEWELD IN ZIN ARTIKEL 2(4) VN HANDVEST: UNILATERALE HUMANITAIRE INTERVENTIEUnilaterale humanitaire interventie 177
    1. OMSTREDEN WANNEER 177
    2. UNILATERALE HUMANITAIRE INTERVENTIE? 177
    3. Kosovo 177
  348. 348 6. ONDANKS DEBATTEN, NOG STEEDS GEWELD IN ZIN ARTIKEL 2(4) VN HANDVEST: REDDING BURGERS IN HET BUITENLAND 177
    1. eigen burgers in buitenland te redden. 178
    2. Omstreden wanneer 178
    3. REDDING VAN BURGERS IN HET BUITENLAND 178
  349. 349 7. Rusland en Oekraïne 178
    1. Sancties 178
  350. 350 ICJ zaak 179
    1. Allegations of Genocide under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide 179
  351. 351 VN-reactie 179
    1. Uniting for Peace Resolution – college geschillenbeslechting 179

Gekoppeld boek
 image
Anders Henriksen International Law
Uitgever: Onbekend ISBN: 9780192870087 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
21 augustus 2026
Aantal pagina's
179
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€11,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
11 maanden geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen