2.2
Er zijn twee stukken waarmee je een civiele procedure kan starten
1. Dagvaardingsprocedure waarbij de uitspraak een vonnis is.
2. Verzoekschriftprocedure waarbij de uitspraak een
beschikking is
Absolute competentie= Welke soort rechter bevoegd is om een zaak
te behandelen.
Dit bepaalt welke kamer/soort rechter binnen de rechtbank
jouw zaak mag behandelen.
Het verdeelt de zaken dus in rechtsgebieden:
Burgelijke zaken: conflicten tussen burger en burger, burger en
bedrijf, bedrijf en bedrijf. Een civiele rechter behandeld deze zaak
dan.
Strafzaken: overtredingen en misdrijven behandeld een
strafrechter.
Bestuurszaken: conflicten tussen burger en overheid behandeld
door een bestuursrechter.
Kantonrechter: kleinere zaken (arbeid, huur, geld < 25.000 euro)
Functie van indeling: zorgt dat de juiste rechter de juiste zaak behandelt.
Relatieve competentie= gaat over de plek waar de zitting gaat
plaatsvinden.
De hoofdregel in civiele zaken is: → De woonplaats van de gedaagde
bepaalt welke rechtbank bevoegd is.
Voorbeelden relatieve bevoegdheid
Jij woont in Utrecht (eiser)
De tegenpartij woont in Rotterdam (gedaagde)
De rechtbank Rotterdam is relatief bevoegd → daar vindt de zitting
plaats. Dus waar de gedaagde woont daar vindt de zitting plaats.
In principe behandelt de rechtbank een zaak in eerste aanleg, behalve als
de wet zegt dat een andere rechter het moet doen.
Maar… soms wijst de wet:
Een extra rechter aan (medebevoegdheid)
of
Een andere rechter in plaats van de rechtbank
(uitsluitende bevoegdheid).
Die twee uitzonderingen leg ik hieronder duidelijk uit.
Medebevoegdheid (meer dan één rechter mag de zaak doen)
- De wet wijst naast de gewone bevoegde rechter nóg een rechter
aan die óók bevoegd is.
Belangrijk: De eiser mag dan kiezen tussen twee bevoegde rechters.
Voorbeeld: vervoerszaken
De rechtbank en de kantonrechter kunnen beiden bevoegd zijn, afhankelijk
van de wet (bijv. bij vervoersovereenkomsten of andere bijzondere
regels).
Ezelsbrug: Medebevoegdheid = meerdere deuren staan open.
Uitsluitende bevoegdheid (alleen die ene rechter is bevoegd)
1
, - De wet bepaalt dat niet de rechtbank, maar een specifieke
rechter de zaak móét behandelen.
- Er is dus maar één bevoegde rechter.
Voorbeeld medebevoegdheid
Hoge Raad → cassatiezaken (uitsluitend)
Cassatie mag alleen bij de Hoge Raad (art. 118 Grondwet).
Ezelsbrug: Uitsluitende bevoegdheid = één deur, alle andere zijn
dicht.
Deze uitzonderingen staan art. 100-110 Rv
Absolute competentie (type gerecht → welke rechter?)
Absolute competentie gaat over welk soort rechter bevoegd is:
Wat als je de verkeerde kiest?
- De rechter verklaart zich onbevoegd
én
- Verwijst de zaak naar het juiste gerecht (art. 71 Rv)
Een voorbeeld
Jij start een arbeidszaak van €1.500 bij de civiele kamer.
Fout → arbeidszaken horen altijd bij de kantonrechter.
- De civiele kamer verklaart zich absoluut onbevoegd
- Verwijst de zaak naar de kantonrechter.
Absolute competentie (afdelingscompetentie → welke kamer
binnen dezelfde rechtbank?)
Afdelingscompetentie gaat over welke kamer binnen dezelfde
rechtbank bevoegd is:
Civiele kamer
Kantonkamer
Familie & jeugd
Handelsteam
Wat als je de verkeerde kamer kiest?
- De zaak wordt intern doorverwezen binnen dezelfde rechtbank.
- De rechter blijft dus wél bevoegd — alleen de verkeerde afdeling
Voorbeeld
Je dient een huurzaak in bij de civiele kamer.
Maar: huurzaak = kantonrechter.
De civiele kamer zegt: “Dit moet naar de kantonkamer.”
- Verwijzing binnen de rechtbank, geen grote gevolgen.
Relatieve competentie (welke plaats/arrondissement?)
Relatieve competentie gaat over waar de zaak behandeld moet worden:
Doorgaans: woonplaats van de gedaagde
Bij bestuursrecht vaak: vestigingsplaats bestuursorgaan
Bij strafrecht: plaats van het delict
Wat als je de verkeerde plaats kiest?
- De rechter verwijst de zaak naar de juiste rechtbank in het juiste
arrondissement
- Hij blijft dus wél bij dezelfde soort rechter, maar op een andere
locatie.
Voorbeeld
De gedaagde woont in Den Haag, maar jij start de zaak in Utrecht.
2
, De rechtbank Utrecht zegt:
“U had naar rechtbank Den Haag moeten gaan.” De zaak
wordt verwezen naar Den Haag.
1. Objectieve cumulatie
Wat is het?
Objectieve cumulatie betekent dat iemand meerdere
vorderingen tegen dezelfde gedaagde samen in één
dagvaarding (rechtszaak) kan opnemen.
Belangrijk punt:
Er hoeft geen verband te zijn tussen die vorderingen. Het kan
dus gaan om twee volledig verschillende onderwerpen.
Voorbeeld:
Iemand wil van dezelfde persoon €1.000 voor geleverde
goederen én €500 voor een andere schuld. Die kan hij samen in
één dagvaarding opnemen.
Wat doet de rechter?
Als het gaat om twee geldvorderingen (waardevorderingen),
dan moet je de bedragen bij elkaar optellen om te bepalen welke
kamer van de rechtbank bevoegd is.
o Art. 94 lid 1 Rv zegt dat dit de absolute
competentie bepaalt (bijvoorbeeld of de kantonrechter of
de rechtbank van eerste aanleg de zaak behandelt).
2. Combinatie van waarde vordering + aardvordering
Wat is een aardvordering?
Dat is een vordering die naar de aard van de zaak onder de
bevoegdheid van een bepaalde rechter valt, zoals een
huurgeschil bij de kantonrechter.
Regel:
Als iemand een waardevordering combineert met
een aardvordering, geldt de optelregel van geldbedragen
niet.
Wat betekent dit?
De kantonrechter kan zowel de waardevordering als de
aardvordering behandelen, maar er moet wel sprake zijn
van samenhang tussen de vorderingen.
Voorbeeld:
Iemand huurt een winkelpand (aardvordering) en eist daarnaast
nog €500 aan achterstallige huur (waardevordering). De
kantonrechter kan beide zaken samen behandelen omdat ze
samenhangen.
Vier gevallen van art. 93 Rv
De kantonrechter is bevoegd bij:
1. Vorderingen tot en met €25.000
→ vormt de meest bekende regel.
2. Huurzaken
→ alle zaken over huur & verhuur (woning of bedrijfsruimte).
3. Arbeidsovereenkomsten
→ ontslag, loon, ziekmelding, CAO, vakantiedagen etc.
4. Consumentenkoop en consumentenkrediet
3