1, 2, 3, 4 en 13
Ik zit op de juridische hogeschool (JHS) eerstejaars student. Dit was mijn
samenvatting van: Inleiding in het Nederlandse recht van mr. J.W.P.
Verheugt 22e druk (2025). ISBN: 9789082849516
Ik heb deze samenvatting in het leerjaar 2025/2026 geschreven dus heel
recent. Ik heb aantekeningen van de les, aanvullende informatie, plaatjes
en voorbeelden toegevoegd. Ik heb geprobeerd om het zo overzichtelijk te
houden en makkelijk te schrijven. De samenvatting bevat 53 pagina’s.
1
,Hoofdstuk 1
Paragraaf 1
Mens en Samenleving
Mensen leven in contact met anderen en gaan relaties aan.
Het grootste samenlevingsverband = de hele mensheid.
Het kleinste samenlevingsverband = de relatie tussen twee
mensen.
Omdat er conflicten kunnen ontstaan, zijn er mechanismen nodig om deze
te voorkomen of op te lossen.
et recht is één van die mechanismen.
Het recht heeft als doel:
1. De belangen van de gemeenschap beschermen
2. De belangen van individuen beschermen
De overheid speelt hierbij een belangrijke rol.
Iedere mens maakt deel uit van een samenleving. Daarom moeten
mensen:
Soms zichzelf aanpassen
Rekening houden met anderen
Het menselijk gedrag wordt gestuurd door de wet en wetsregels.
Veel regels zorgen ervoor bepaalde situaties eerlijk worden opgelost
Recht = een verzameling van rechtsregels die betrekking hebben op het
handelen van mensen als leden van de maatschappij.
Welke regels een samenleving Minimaal nodig heeft volgens de reader
- Eigendom beschermen
- Geweld verbieden
- Overeenkomst sluiten
- Sanctioneren= straf opleggen
Zonder regels zou het chaos worden, omdat iedereen zijn eigen normen
zou volgen.
Alleen geldend recht (positief recht)
Dit is het recht dat nu officieel geldt in een land.
Bijvoorbeeld: in artikel 4 van de Grondwet staat dat iedere
Nederlander mag stemmen.
2
, Dat is een regel die nu echt geldt → dus positief recht.
Positief recht is hetzelfde als objectief recht
Positief recht hoeft niet altijd overeen te komen met wat moreel
goed of rechtvaardig is. Het kan dus puur praktisch zijn: “dit zijn de
regels die gelden.”
Positief recht zegt: wat er in de wet staat en officieel geldt, dat is
het recht – ongeacht of iedereen het eerlijk vindt.
Onafhankelijk van moraal of religie
Positief recht kijkt niet direct naar wat “goed” of “rechtvaardig” is
volgens je gevoel, religie of filosofie.
Het gaat puur om wat de overheid (parlement, regering, rechters)
als geldende regel heeft vastgesteld.
Handhaving door de overheid
Positief recht wordt gehandhaafd door politie, justitie en rechters.
Dus als je je er niet aan houdt, kun je een boete of straf krijgen.
Natuurecht
Dit gaat niet over regels die toevallig nu gelden, maar over regels
die men ziet als altijd en overal geldig, omdat ze uit de natuur
of uit de rede (het verstand) voortkomen.
Bijvoorbeeld: het idee dat ieder mens recht heeft op vrijheid of
gelijkheid.
Deze rechten zijn meer universeel en worden vaak gebruikt als
toetssteen om te beoordelen of het positieve recht (de geldende
regels) eerlijk is.
Soms botst dit met positief recht: bijvoorbeeld als er wetten bestaan
die discrimineren, terwijl natuurrecht zegt dat iedereen gelijk is.
Objectief recht
- Dit zijn de algemene regels en wetten die gelden voor iedereen.
Het zijn dus de geschreven regels in bv. de Grondwet, het Burgerlijk
Wetboek of het Strafrecht.
Subjectief recht
- Recht van een individu dit volgt eigenlijk van het objectief recht.
3
, Er zijn 2 Functies in het recht:
1. Het ordenen en uniformen van menselijk gedrag
Voorbeeld: niet door rood rijden dit zorgt voor minder
verkeersongelukken. Iedereen moet rechts rijden, stoplichten
volgen. Zo weet iedereen wat te doen en worden ongelukken
voorkomen.
2. Handhaven rechtsregels (anders negatieve gevolgen)
Voorbeeld: als je iets doet dat volgens de wet niet mag dan kan je
voor de rechter gesleurd worden en zijn er gevolgen. Of
bijvoorbeeld iets gedwongen betalen als je iemands auto kapot
maakt.
Strafrecht: wie steelt, fraudeert of geweld pleegt, kan
gevangenisstraf of een boete krijgen.
Verschil tussen subjectief en objectieve recht
Objectieve recht ofwel hetzelfde als positief recht: Alle geldende
rechtsregels die voor iedereen gelden. Is gemaakt door de overheid.
Voorbeeld: Als jij schuld hebt, dan moet je die aflossen
Subjectief recht = jouw persoonlijke recht dat uit het objectieve recht
voortkomt.
Vraag je bij het subjectief recht af: ‘’Wat betekend die wet voor mij nu?’’
Voorbeeld: Jij koopt een fiets, jij hebt het subjectieve recht om de fiets te
krijgen
4