Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Werkgroepen voorbereiding inleiding staats- en bestuursrecht EUR jaar 1 (8 behaald)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's

mijn voorbereiding van de leerdoelen voor de werkgroepen van inleiding staats- en bestuursrecht (EUR). ik had 9/10 keer wel de goede uitwerkingen maar soms mis ik wat etc. zelf een 8 gehaald voor dit vak.

Voorbeeld van de inhoud

WERKGROEP 2 18 NOV

Hoe ziet het tweekamerstelsel in Nederland eruit?

De staten-generaal worden gevormd door de Eerste kamer en Tweede kamer. De Eerste kamer
bevat 75 leden, de Tweede kamer 150 leden. Samen vormen zij de staten-generaal / het
parlement.

Wat is de TK, wat is de functie en hoe worden de leden gekozen?

• Bestaat uit 150 leden.
• Wordt iedere vier jaar verkozen door het volk.
• Functie: wetsvoorstellen indienen en wijzigen (recht van initiatief / recht van amendement).
• Parlementaire onschendbaarheid: art. 71 GW
• Coalitiepartijen / oppositiepartijen

Wat is de EK, wat is de functie en hoe worden de leden gekozen?

• Bestaat uit 75 leden.
• Wordt iedere vier jaar verkozen door de Provinciale Staten.
• Functie: wetsvoorstellen van de tweede kamer controleren, maken een heroverweging door te
kijken naar kwaliteit, rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van de wetgeving.

Wat is de verhouding van de Staten-Generaal tot de regering en het kabinet?
Vertrouwensregel, ministeriële verantwoordelijkheid, inlichtingenplicht, controlemiddelen

In principe maken de staten-generaal samen met de koning en regering de wetten in formele zin.
Soms kan een koninklijk besluit gemaakt worden zonder betrokkenheid van de SG (art. 89 GW).

• Vertrouwensregel: de regering moet het vertrouwen hebben van de SG, vooral van de TK. Als
de TK het vertrouwen in een minister of in het gehele kabinet opzegt (motie van wantrouwen),
moet die aftreden of nieuwe verkiezingen aanvragen via kabinetsontslag. De vertrouwensregel
geldt niet voor de koning, want hij wordt niet politiek afgerekend > de koning is onschendbaar.
• Ministeriële verantwoordelijkheid: wanneer er kritiek is op regeringsbesluiten, is de minister
altijd verantwoordelijk en nooit de koning > de koning is onschendbaar. Koninklijke besluiten
worden daarom altijd ondertekend door zowel koning als minister, dit noemen we de
contraseign.
• Inlichtingenplicht art. 68 GW: ministers en staatssecretarissen zijn verplicht de gevraagde info
te verschalen aan de leden van beide kamers (inlichtingenplicht), tenzij zij zich beroepen op het
belang van de Staat. Het biedt de kamers de mogelijkheid over het aan de orde zijnde
onderwerp vragen te stellen en inlichtingen te verzoeken. Dit zorgt ervoor dat de ministers hun
beslissingen goed voorbereiden en alle betrokken belangen zuiver wegen. Verschillende
onderdelen:
• Individueel vragenrecht: alle leden van beide kamers kunnen zowel schriftelijk als
mondeling vragen stellen aan de regering of minister > art. 140 RVOEK / art. 12.1 RVOTK
• Recht van interpellatie: alle leden van beide kamers hebben de mogelijkheid om met een
minister te debatteren over een onderwerp dat nog niet op de vergaderagenda van de kamer
staat. Hiervoor is toestemming van de kamer nodig. In de TK wordt deze toestemming
verleend indien minimaal 30 leden het verzoek steunen (art. 12.6 lid 2 RVOTK), in de EK
wordt deze toestemming verleend indien de meerderheid van de kamer het verzoek steunt
(art. 139 RVOEK).

Controlemiddelen van de Tweede Kamer:
• Dertigledendebat: art. 17.7 RvO TK
• Mondeling vragenuur: art. 12.3 e.v. RvO TK
• Openbare hoorzitting: art. 7.33 RvO TK
• Motie: art. 8:20 RvO TK
• Recht van enquete: art. 70 GW
• Begrotingsrecht: art. 105 GW

,• Commissies
• Parlementaire controle op de EU: art. 5 lid 3 VEU
• Motie van wantrouwen / motie van afkeuring

WERKGROEP 3 25 NOV

Hoe komt een verdrag tot stand en wanneer is Nederland daaraan gebonden?

Totstandkoming van een verdrag
= juridisch bindende afspraak tussen twee (bilateraal) of meerdere (multilateraal) staten. In NL
worden deze verdragen gesloten door de regering onder goedkeuring van de Staten-Generaal:
1. Overleg op internationaal niveau: gemachtigden van de regering van verschillende landen
gaan een verdrag sluiten.
2. Ondertekening namens de regering.
3. Goedkeuring door de Staten-Generaal: een koninkrijk is pas gebonden aan het verdrag
wanneer de SG hiervoor goedkeuring heeft gegeven (art. 91 GW). In art. 10 Rijkswet g&bv is
echter wel geregeld dat het koninkrijk in geval van grote urgentie, aan een verdrag kan worden
gebonden nog voordat goedkeuring is gevraagd. Als binnen 30 dagen niet word gestemd over
het bedrag, dan is dit stilzwijgend goedgekeurd. Wanneer in een verdrag wordt afgeweken
van de Grondwet, moet de SG echter wel uitdrukkelijk toestemming geven (art. 6 Rijkswet
g&bv).
➡De wet kan door de SG worden aangepast, maar aan de inhoud van het verdrag mag niets
worden gewijzigd zonder instemming van andere verdragspartijen.
4. Bekrachtiging door de regering: bij goedkeuring van de SG kan het verdrag wordt
bekrachtigd/gerati ceerd. Het tijdstip van inwerkingtreding verschilt per verdrag.
5. Bekendmaking in het Tractatenblad (art. 16 e.v. Rijkswet g&bv): bij de bekendmaking krijgt
het verdrag verbindende kracht > pacta sunt servanda.


Wat is overig internationaal recht en hoe kan dit rechtstreekse werking en voorrang hebben
in de Nederlandse rechtsorde? —> Ga ook in op de termen monisme en dualisme.

Wanneer is een internationaal verdrag geldig?
1. Is de bepaling eenieder verbindend? > art. 93 + 94 GW
2. Is de bepaling (dmv een transformatiewet) in het nationale recht opgenomen op de wijze van
art. 91 GW?




Staten mogen zelf bepalen op welke manier zij internationale wetgeving laten doorwerken in de
nationale rechtsorde:
• Monisme: internationale verdragen worden binnen de nationale rechtsorde als directe
rechtsbron erkend. Nationale wetgeving is ondergeschikt aan internationale verdragen.
Verdragsbepalingen worden rechtstreeks gezien als rechten en plichten in de nationale
rechtsorde, zonder deze eerst omzetten in nieuwe nationale wetgeving.
• Dualisme: een internationaal verdrag is een overeenkomst tussen staten en de burger kan hier
niet direct aan gebonden worden. De afspraken uit verdragen moeten worden omgezet in
nationale wetten om werking te hebben; transformatiewetten. De nationale en internationale
rechtsorde zijn in deze opvatting dus gescheiden.

Nederland kent een gematigd monistisch stelsel: de rechtstreekse binding voor burgers kan
alleen ontstaan als sprake is van eenieder verbindende bepaling. Voor verdragsbepalingen die niet




fi

, eenieder verbindend zijn, is wel vereist dat deze eerst worden omgezet in nationale wetgeving.
Art. 93 en 94 GW leggen deze verhouding uit.
➡Wanneer een nationale wettelijke bepaling in strijd is met een eenieder verbindende bepaling
van een verdrag zal de nationale wetgeving moeten wijken. In sommige gevallen zal een rechter
moeten oordelen of een bepaling eenieder verbindend is.

Wat is het recht van de EU en hoe kan dit rechtstreekse werking en voorrang hebben in de
Nederlandse rechtsorde?

• Primair Unierecht: verdragen die tot stand zijn gekomen door de lidstaten van de EU en
waarmee de EU en haar voorgangers zijn opgericht en uitgebreid. Het primaire EU-recht werkt
altijd rechtstreeks door. De VEU en VwEU zijn voorbeelden van primair EU-recht.
• Secundair Unierecht: bestaat uit het recht dat is afgeleid van de verdragen, dus de regels die
de organen en instellingen van de EU zelf creëren, bv verordeningen, richtlijnen, besluiten,
aanbevelingen en adviezen. De doorwerking hiervan is geregeld in art. 288 VwEU.

Soorten secundair Unierecht:
1. Verordening: een EU-wet die rechtstreeks geldt in alle lidstaten, vergelijkbaar met een
nationale wet.
• Kenmerken volgens art. 288 VwEU:
➡Algemene strekking, verbindend in al haar onderdelen, rechtstreeks toepasselijk in elke
lidstaat
• Doorwerking in het nationaal recht:
➡Een verordening behoeft geen omzetting in nationale wetgeving; zij geldt automatisch in
alle lidstaten vanaf inwerkingtreding, net zoals een nationale wet.
➡Nationale regels die met deze verordening in strijd zijn, moeten door de nationale rechter
buiten toepassing worden gelaten > suprematie van het EU-recht.
➡Verordeningen kunnen rechtstreekse werking hebben, omdat ze direct rechten en plichten
kunnen scheppen.
2. Richtlijn: verplicht lidstaten welk resultaat ze moeten bereiken, maar laat hen vrij in de vorm
en middelen.
• Kenmerken volgens art. 288 VwEU:
➡Verbindend voor de lidstaat ten aanzien van het te bereiken resultaat, lidstaten mogen elf
de vorm en middelen kiezen, de meeste richtlijnen moeten worden omgezet in nationale
wetgeving binnen een bepaalde termijn
• Doorwerking in het nationaal recht:
➡ Een richtlijn moet worden vertaald in nationale wetgeving. Zolang deze juist en tijdig is
omgezet, is er geen sprake van een con ict tussen EU- en nationaal recht. Als deze
omzetting niet plaatsvindt, kan een particulier zich tegen de lidstaat erop beroepen.
Volgens richtlijnconforme interpretatie moet de nationale wetgeving zoveel mogelijk in
overeenstemming gebracht worden met de richtlijnen.
3. Besluit: een bindende EU-handeling gericht tot speci eke personen, zoals een lidstaat, een
onderneming of een individu.
• Kenmerken volgens art. 288 VwEU:
➡Verbindend in al zijn onderdelen, alleen voor degenen tot wie het besluit is gericht.
• Doorwerking in het nationaal recht:
➡Besluiten kunnen ook rechtstreeks verbindend zijn voor de adressant. Omzetting is niet
nodig voor zover het besluit directe verplichtingen voor de adressant schept. Besluiten
kunnen rechtstreekse werking hebben wanneer de inhoud voldoende duidelijk en
onvoorwaardelijk is.
4. Advies/aanbeveling: niet-bindende handelingen waarmee de EU instellingen of lidstaten
aanmoedigt of beïnvloedt.
• Kenmerken volgens art. 288 VwEU:
➡Niet verbindend, geen rechtstreekse werking
• Doorwerking in het nationaal recht:
➡Rechters of bestuursorganen kunnen ze gebruiken als interpretatieve of beleidsmatige
aanwijzing, maar burgers kunnen er geen rechten aan ontlenen.





fl fi

Documentinformatie

Geüpload op
19 augustus 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
5
Volgers
0
Items
34
Laatst verkocht
7 maanden geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen