WERKGROEP 2 21 NOV
Wanneer kan een persoon die een delictsomschrijving nog niet heeft vervuld, al strafbaar
zijn?
Poging
Omschrijving strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving, wederrechtelijk en verwijtbaar is.
> gedragingen kunnen desondanks strafbaar zijn zonder te voldoen aan deze omschrijving. Al in
een eerder stadium kan strafbaarheid bestaan. Onder omstandigheden kan degene die probeert
een delictsomschrijving te vervullen, zonder dat dat hem lukt, reeds strafbaar zijn. De misdadige
wil die blijkt uit de beginhandelingen van een strafbaar feit worden strafbaar gesteld door de
poging in art. 45 Sr.
Voorbereiding
Onder omstandigheden kunnen handelingen strafbaar zijn die zelfs nog aan de poging
voorafgaan. Dit is zo wanneer deze handelingen nog geen strafbare pogingen opleveren, maar
wel duidelijk de intentie van de potentiële dader aan het licht brengen. De voorbereiding is
strafbaar gesteld in art. 46 Sr.
Het strafbare feit kan in volgorde zo worden weergegeven:
1. Plan
2. Voorbereiding art. 46 Sr
3. Poging art. 45 Sr
4. Voltooiing strafbaar feit speci eke artikelen
Wanneer is er sprake van poging?
Art. 45 lid 1 Sr : poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door
een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
• Enkel poging tot misdrijf is strafbaar, poging tot overtreding niet!
• Er moet een begin van uitvoering zijn, waardoor het voornemen van de dader zich heeft
geopenbaard.
Art. 45 lid 2 Sr : het maximum van de hoofdstra en op het misdrijf gesteld wordt bij poging met
een derde verminderd.
Art. 46b Sr : het is belangrijk dat een dader die zijn poging vrijwillig opgeeft, NIET strafbaar is op
grond van poging! > vrijwillige terugtred.
Er worden doorgaans twee theorieën onderscheiden mbt het begin van uitvoering:
• Subjectieve opvatting: begin van uitvoering van het voornemen. Er is weinig twijfel over het
streven van de gedraging, maar naar geldend recht zal dit geen begin van uitvoering opleveren.
• Objectieve opvatting: begin van uitvoering van het misdrijf, het misdrijf moet dichter genaderd
worden.
Cito-criterium
Geldend criterium voor begin van uitvoering heeft HR geformuleerd in het Cito-arrest; zijn de
gedragingen van de verdachten aan te merken als voorbereidingshandelingen of
uitvoeringshandelingen. In dit arrest leverden de handelingen van de verdachten volgens HR wel
een begin van uitvoering. HR stelde het volgende criterium: of een gedraging naar uiterlijke
verschijningsvorm beschouwd moet worden als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.
De gedraging moet volgens HR geïnterpreteerd worden tegen de achtergrond van het voornemen.
Toepassing van dit criterium leidde in Grenswisselkantoor tot de conclusie dat handelingen van
de verdachte juist geen begin van uitvoering opleverden.
Zichtbaarheid
Het criterium voor begin van uitvoering heeft een sterke visuele connotatie; de ‘uiterlijke
verschijningsvorm’ van de gedragingen zou schijn kunnen wekken dat het gaat om wat een
objectieve buitenstaander zou hebben waargenomen. Uit Videodozen blijkt echter dat uiterlijke
zichtbaarheid ter plekke niet vereist is: welke gedragingen mogen worden meegenomen in het
fi ff
,Cito-criterium? Het gaat niet alleen om fysieke gedragingen van de dader, maar ook om alle
relevante feiten en omstandigheden waaronder die zijn verricht. Of die ter plaatse zichtbaar waren
of naderhand zijn gebleken, doet er niet toe. Het gaat er bij het criterium van ‘uiterlijke
verschijningsvorm’ dus niet zozeer om wat er ter plekke zichtbaar is, maar om hetgeen achteraf
objectief vaststelbaar is; het gaat niet om het zien maar om het weten. De objectieve aanwijzingen
moeten een redelijk oordelende rechter tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van een
begin van uitvoering.
Ondeugdelijke poging = wanneer iemand streeft naar het plegen van een strafbaar feit, maar hij
doet dat op zodanige wijze dat er nooit een reëel gevaar voor slagen aanwezig is.
• Absoluut ondeugdelijke poging: het gebruikte middel of het object maakt het slagen van de
poging in alle gevallen onmogelijk.
• Relatief ondeugdelijke poging: het middel of object is dan in principe, onder normale
omstandigheden, geschikt om te komen tot voltooiing, maar door min of meer toevallige
omstandigheden blijft die voltooiing uit.
> een absoluut ondeugdelijke poging is NIET strafbaar, een relatief ondeugdelijke poging is een
WEL strafbare poging!
Er bestaan ook misdrijven waarbij de poging niet strafbaar is gesteld. Het betreft hier echter zeer
zeldzame uitzonderingen. Daarnaast bestaan er misdrijven waarbij de poging niet goed voor te
stellen is door de aard van het delict, bv bij culpoze misdrijven. Bij sommige strafbare feiten is het
nauwelijks denkbaar dat er uitvoeringshandelingen zijn die niet rechtstreeks leiden tot het
strafbare gevolg.
➡Bij een poging is altijd sprake van een streven en dus sprake van opzet!
Wanneer is er sprake van voorbereiding?
Volgens art. 46 lid 2 Sr is de straf voor een voorbereiding de helft van de hoofdstraf op het
misdrijf. Volgens de beschrijving van art. 46 lid 1 Sr blijkt dat pas sprake is van strafbare
voorbereiding wanneer de zaken die in het artikel worden genoemd, bestemd zijn tot het begaan
van het misdrijf. Soms is het lastig vast te stellen wanneer dit precies het geval is.
• Het subjectieve bestemming, dus opzet van de dader, is toereikend voor strafbaarheid; aan de
intentie van de dader wordt een doorslaggevende betekenis gegeven, ook wanneer sprake is
van het bezit van neutrale voorwerpen.
Verschil poging / voorbereiding
Volgens het pogingscriterium moeten de gedragingen gericht zijn op voltooiing. Dat kan men zo
interpreteren dat de dader in de pogingsfase niet meer zo ver af is van de daadwerkelijke
realisering van het strafbare feit > men moet zich afvragen of er concrete gevaarzetting bestaat.
➡Jetzt-geht-es-los-criterium : nu gaat het beginnen!
Vrijwillige terugtred
Als de dader zijn poging vrijwillig afbreekt, is hij niet strafbaar. Deze regeling is preventief van
aard; biedt een extra stimulans om de poging niet door te zetten. Dit is geregeld in art. 46b Sr.
Terugtred is kort gezegd vrijwillig te noemen, indien het besluit om niet verder te gaan met de
uitvoering wordt genomen op grond van een nieuwe afweging van dezelfde (externe)
omstandigheden. Hierbij dient aangetekend te worden dat zich nieuwe omstandigheden kunnen
voordoen die de dader beïnvloeden in zijn keuze om verder te gaan zonder aan het aannemen van
vrijwillige terugtred te voldoen. De eigen wil blijft de voornaamste factor om in de beslissing terug
te treden. Het gaat dus niet om nieuwe omstandigheden die de dader min of meer dwingen om
de poging te staken, het moet echt vanuit eigen wil komen.
,Uitzendbureau Cito (criterium voor grens voorbereiding/begin van uitvoering)
• Tentijde van dit arrest waren voorbereidingshandelingen nog niet strafbaar gesteld >
tegenwoordig art. 46 Sr.
• Twee mannen beraamden een overval op Citp; bellen aan, dragen helmen en sjaals. Een van de
mannen draagt een geladen vuurwapen bij, de ander een lege weekendtas. Een van de mannen
belde aan > de overval slaagde niet omdat het personeel de deur weigerde te openen.
Overvallers worden ter plekke aangehouden.
• Verweer: enkel het misdrijf voorbereid, en nog niet begonnen aan de uitvoer.
• HR: er was hier sprake van een begin van uitvoering. Formuleert nieuw criterium: indien
de gedragingen naar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn
gericht op de voltooiing van het misdrijf is er sprake van begin van uitvoering.
Grenswisselkantoor (aanvulling cito)
• Uitspraak leidde tot totstandkoming art. 46 Sr, waarin voorbereidingshandelingen op een
misdrijf met een gevangenisstraf van 8+ jaar strafbaar werden gesteld.
• Overval gepland op gwk, rijden met gestolen auto, valse kentekenplaten, jachtgeweer,
imitatievuurwapen, handboeien en tape naar betre ende gwk. Dragen dubbele kleding en
pruiken. Wachten met draaiende motor op de parkeerplaats voor de ingang. Werknemer ziet de
auto staan en opent de deur niet, belt de politie en beide mannen worden aangehouden.
• Tenlastelegging: poging tot afpersing. Verdachten worden vrijgesproken.
• HR: geen begin van uitvoering, omdat verdachten de auto nog niet hebben verlaten en
ook nog geen andere gedraging hebben verricht die moet worden beschouwd gericht te
zijn op de voltooing van dat voorgenomen misdrijf.
Cito en Grenswisselkantoor vormen samen de standaardarresten voor het aangeven van de
grens tussen een voorbereidingshandeling en begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf.
Videodozen (poging / voorbereiding)
• Twee mannen bieden op straat videorecorders te koop aan, leggen contact met een potentiële
koper. Deze vertrouwt het niet en stelt politie op de hoogte; grijpen in voordat de dozen zelfs
waren geopend; deze bevatten zand ipv videorecorders. Hof veroordeelt beide verdachten voor
medeplegen van poging tot oplichting.
• Verdediging voert aan dat, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, geen sprake kan zijn van een
poging. De dozen lagen nog in de auto en waren nog niet aan de koper overgedragen. HR stelt
dat “de bewezen verklaarde gedragingen kunnen worden beschouwd als gedragingen die naar
uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het in de bewezenverklaring genoemde
misdrijf. Daaraan doet niet af dat de dozen zich ten tijde van het gesprek van verdachte en zijn
mededader met de koper nog in de ko erruimte van de door hen gebruikte auto bevonden”. HR
bevestigt het Cito-arrest en stelt dat hier sprake is van een begin van uitvoering.
• Er is sprake van een begin van uitvoering, indien de gedragingen naar haar uiterlijke
verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het
misdrijf.
Wanneer pleeg je samen een strafbaar feit?
Medeplegen
• De medepleger moet nauw hebben samengewerkt met een ander; de bijdrage moet
substantieel zijn om als medepleger vervolgd te kunnen worden. Is deze bijdrage van
ondergeschikte aard, zal sneller sprake zijn van medeplichtigheid. De beslissing hierover hangt
sterk af van de feiten en omstandigheden van de zaak. Uit jurisprudentie blijkt dat de volgende
factoren als indicator voor nauwe samenwerking worden beschouwd:
➡Initiatief bij bedenken of uitvoeren / regie voor of achter de schermen / overduidelijk deel
uitmaken van een samenwerkende dadergroep / leveren van een onmisbare of belangrijke
bijdrage / zekere inwisselbaarheid van de rollen van de daders / min of meer toevallige
rolverdeling
• In algemeenheid valt uit de rechtspraak af te leiden dat als het gewicht van de bijdrage aan het
geheel niet meer het karakter heeft van een min of meer ondergeschikte hulphandeling, er al
snel tot medeplegen wordt geconcludeerd.
ff ff
, • Er moet voldaan zijn aan de eis dubbel opzet. Dit betekent dat het opzet in twee opzichten
aanwezig moet zijn. Ten eerste moet de medepleger opzet hebben op het deelnemen zelf; er
moet een gerichtheid zijn op het leveren van een bijdrage aan het strafbare feit. Daarnaast moet
de medepleger opzet hebben op het plegen van het bepaalde strafbaar feit; dus op het
uitgevoerde delict.
➡Als niet voldaan is aan een of beide vormen van dubbel opzet, is er geen sprake van
medeplegen.
• Bij het bepalen van opzet ten aanzien van het te plegen delict zijn voorwaardelijk-
opzetconstructies toegelaten; ook wanneer de dader bewust de aanmerkelijke kans neemt dat
zijn bijdrage een andere rol gaat spelen dan is voorgenomen, kan opzet worden aangenomen.
Vormen van medeplegen
Hoofdregel: tussen daders moet een bewuste en nauwe samenwerking bestaan.
• Plegen-plegen = deelnemers vervullen beiden voor zich de gehele delictsomschrijving. Over en
weer hebben beide daders elkaar niet nodig om tot strafbaarheid te komen voor het geheel.
Toch heeft het zin om van medeplegen te spreken, omdat het in vereniging plegen van strafbare
feiten onder omstandigheden een verhogend e ect kan hebben op de straf.
• Plegen-medeplegen = B vervult in zijn eentje de gehele delictsomschrijving, A kan alleen als
dader aangemerkt worden wanneer de medepleeg-constructie wordt gehanteerd.
• Medeplegen-medeplegen = geen van de daders pleegt het gehele strafbare feit, de
delictsbestanddelen zijn verspreid over beide deelnemers.
De medepleeg-constructie heeft tot doel degenen die innig samenwerken bij de verwezenlijking
van een strafbaar feit, verantwoordelijk te houden voor dat hele feit. Tot die groep van daders kan
ook de ‘man achter de schermen’ behoren. De fysieke aanwezigheid is niet vereist om een
persoon toch als medepleger te kunnen aanmerken. Dit vloeit voort uit het arrest
Containerdiefstal.
Containerdiefstal (medeplegen zonder fysieke aanwezigheid)
• Diefstal gepleegd in containers, ‘man achter de schermen’ had voorbereidend onderzoek
gedaan, middelen gekocht en plannen gemaakt. Was niet fysiek aanwezig toen de diefstal
plaatsvond.
• Verdachte werd veroordeeld voor diefstal in vereniging, en medepleger voor de
containerdiefstallen. Verdediging voerde aan dat verdachte niet fysiek aanwezig was, dus niet
van medeplegen kon worden gesproken.
• HR: van medeplegen wordt óók gesproken in een geval waarin de verdachte niet fysiek
aanwezig is geweest op de plaats van het delict. Een volledige, bewuste en nauwe
samenwerking is voldoende.
Moord op afstand (medeplegen zonder fysieke aanwezigheid)
• Verdachte zou samen met zijn mededaders opzettelijk en met voorbedachten rade iemand van
het leven hebben beroofd; verdachte heeft de moord beraamd en gezorgd voor middelen om
het slachto er mee te doden, maar was niet aanwezig toen het slachto er werd
doodgeschoten.
• HR: hij was nauw betrokken bij de moord, hij had een even groot aandeel en kan daarom
worden aangemerkt als medepleger. Beroep op enkel medeplichtigheid wordt verworpen.
Wanneer ben je strafbaar als je alleen helpt bij een strafbaar feit?
Medeplichtigheid
• Art. 48 Sr : als medeplichtigen worden gestraft degenen die: opzettelijk behulpzaam zijn bij het
plegen van het misdrijf, of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verscha en tot het
plegen van het misdrijf. Medeplichtigheid is een minder ernstige deelnemingsvorm, en valt dan
ook niet onder het begrip ‘dader’, en er is dan ook een lagere strafbedreiging voor
medeplichtigheid.
• Art. 52 Sr : alleen medeplichtigheid aan een misdrijf is strafbaar, niet aan een overtreding.
• Er bestaan twee soorten medeplichtigheid:
• Medeplichtigheid bij (simultaan): behulpzaamheid tijdens het misdrijf. Het is irrelevant op
welke manier deze behulpzaamheid vorm krijgt.
ff ff ff ff
Wanneer kan een persoon die een delictsomschrijving nog niet heeft vervuld, al strafbaar
zijn?
Poging
Omschrijving strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving, wederrechtelijk en verwijtbaar is.
> gedragingen kunnen desondanks strafbaar zijn zonder te voldoen aan deze omschrijving. Al in
een eerder stadium kan strafbaarheid bestaan. Onder omstandigheden kan degene die probeert
een delictsomschrijving te vervullen, zonder dat dat hem lukt, reeds strafbaar zijn. De misdadige
wil die blijkt uit de beginhandelingen van een strafbaar feit worden strafbaar gesteld door de
poging in art. 45 Sr.
Voorbereiding
Onder omstandigheden kunnen handelingen strafbaar zijn die zelfs nog aan de poging
voorafgaan. Dit is zo wanneer deze handelingen nog geen strafbare pogingen opleveren, maar
wel duidelijk de intentie van de potentiële dader aan het licht brengen. De voorbereiding is
strafbaar gesteld in art. 46 Sr.
Het strafbare feit kan in volgorde zo worden weergegeven:
1. Plan
2. Voorbereiding art. 46 Sr
3. Poging art. 45 Sr
4. Voltooiing strafbaar feit speci eke artikelen
Wanneer is er sprake van poging?
Art. 45 lid 1 Sr : poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door
een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
• Enkel poging tot misdrijf is strafbaar, poging tot overtreding niet!
• Er moet een begin van uitvoering zijn, waardoor het voornemen van de dader zich heeft
geopenbaard.
Art. 45 lid 2 Sr : het maximum van de hoofdstra en op het misdrijf gesteld wordt bij poging met
een derde verminderd.
Art. 46b Sr : het is belangrijk dat een dader die zijn poging vrijwillig opgeeft, NIET strafbaar is op
grond van poging! > vrijwillige terugtred.
Er worden doorgaans twee theorieën onderscheiden mbt het begin van uitvoering:
• Subjectieve opvatting: begin van uitvoering van het voornemen. Er is weinig twijfel over het
streven van de gedraging, maar naar geldend recht zal dit geen begin van uitvoering opleveren.
• Objectieve opvatting: begin van uitvoering van het misdrijf, het misdrijf moet dichter genaderd
worden.
Cito-criterium
Geldend criterium voor begin van uitvoering heeft HR geformuleerd in het Cito-arrest; zijn de
gedragingen van de verdachten aan te merken als voorbereidingshandelingen of
uitvoeringshandelingen. In dit arrest leverden de handelingen van de verdachten volgens HR wel
een begin van uitvoering. HR stelde het volgende criterium: of een gedraging naar uiterlijke
verschijningsvorm beschouwd moet worden als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.
De gedraging moet volgens HR geïnterpreteerd worden tegen de achtergrond van het voornemen.
Toepassing van dit criterium leidde in Grenswisselkantoor tot de conclusie dat handelingen van
de verdachte juist geen begin van uitvoering opleverden.
Zichtbaarheid
Het criterium voor begin van uitvoering heeft een sterke visuele connotatie; de ‘uiterlijke
verschijningsvorm’ van de gedragingen zou schijn kunnen wekken dat het gaat om wat een
objectieve buitenstaander zou hebben waargenomen. Uit Videodozen blijkt echter dat uiterlijke
zichtbaarheid ter plekke niet vereist is: welke gedragingen mogen worden meegenomen in het
fi ff
,Cito-criterium? Het gaat niet alleen om fysieke gedragingen van de dader, maar ook om alle
relevante feiten en omstandigheden waaronder die zijn verricht. Of die ter plaatse zichtbaar waren
of naderhand zijn gebleken, doet er niet toe. Het gaat er bij het criterium van ‘uiterlijke
verschijningsvorm’ dus niet zozeer om wat er ter plekke zichtbaar is, maar om hetgeen achteraf
objectief vaststelbaar is; het gaat niet om het zien maar om het weten. De objectieve aanwijzingen
moeten een redelijk oordelende rechter tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van een
begin van uitvoering.
Ondeugdelijke poging = wanneer iemand streeft naar het plegen van een strafbaar feit, maar hij
doet dat op zodanige wijze dat er nooit een reëel gevaar voor slagen aanwezig is.
• Absoluut ondeugdelijke poging: het gebruikte middel of het object maakt het slagen van de
poging in alle gevallen onmogelijk.
• Relatief ondeugdelijke poging: het middel of object is dan in principe, onder normale
omstandigheden, geschikt om te komen tot voltooiing, maar door min of meer toevallige
omstandigheden blijft die voltooiing uit.
> een absoluut ondeugdelijke poging is NIET strafbaar, een relatief ondeugdelijke poging is een
WEL strafbare poging!
Er bestaan ook misdrijven waarbij de poging niet strafbaar is gesteld. Het betreft hier echter zeer
zeldzame uitzonderingen. Daarnaast bestaan er misdrijven waarbij de poging niet goed voor te
stellen is door de aard van het delict, bv bij culpoze misdrijven. Bij sommige strafbare feiten is het
nauwelijks denkbaar dat er uitvoeringshandelingen zijn die niet rechtstreeks leiden tot het
strafbare gevolg.
➡Bij een poging is altijd sprake van een streven en dus sprake van opzet!
Wanneer is er sprake van voorbereiding?
Volgens art. 46 lid 2 Sr is de straf voor een voorbereiding de helft van de hoofdstraf op het
misdrijf. Volgens de beschrijving van art. 46 lid 1 Sr blijkt dat pas sprake is van strafbare
voorbereiding wanneer de zaken die in het artikel worden genoemd, bestemd zijn tot het begaan
van het misdrijf. Soms is het lastig vast te stellen wanneer dit precies het geval is.
• Het subjectieve bestemming, dus opzet van de dader, is toereikend voor strafbaarheid; aan de
intentie van de dader wordt een doorslaggevende betekenis gegeven, ook wanneer sprake is
van het bezit van neutrale voorwerpen.
Verschil poging / voorbereiding
Volgens het pogingscriterium moeten de gedragingen gericht zijn op voltooiing. Dat kan men zo
interpreteren dat de dader in de pogingsfase niet meer zo ver af is van de daadwerkelijke
realisering van het strafbare feit > men moet zich afvragen of er concrete gevaarzetting bestaat.
➡Jetzt-geht-es-los-criterium : nu gaat het beginnen!
Vrijwillige terugtred
Als de dader zijn poging vrijwillig afbreekt, is hij niet strafbaar. Deze regeling is preventief van
aard; biedt een extra stimulans om de poging niet door te zetten. Dit is geregeld in art. 46b Sr.
Terugtred is kort gezegd vrijwillig te noemen, indien het besluit om niet verder te gaan met de
uitvoering wordt genomen op grond van een nieuwe afweging van dezelfde (externe)
omstandigheden. Hierbij dient aangetekend te worden dat zich nieuwe omstandigheden kunnen
voordoen die de dader beïnvloeden in zijn keuze om verder te gaan zonder aan het aannemen van
vrijwillige terugtred te voldoen. De eigen wil blijft de voornaamste factor om in de beslissing terug
te treden. Het gaat dus niet om nieuwe omstandigheden die de dader min of meer dwingen om
de poging te staken, het moet echt vanuit eigen wil komen.
,Uitzendbureau Cito (criterium voor grens voorbereiding/begin van uitvoering)
• Tentijde van dit arrest waren voorbereidingshandelingen nog niet strafbaar gesteld >
tegenwoordig art. 46 Sr.
• Twee mannen beraamden een overval op Citp; bellen aan, dragen helmen en sjaals. Een van de
mannen draagt een geladen vuurwapen bij, de ander een lege weekendtas. Een van de mannen
belde aan > de overval slaagde niet omdat het personeel de deur weigerde te openen.
Overvallers worden ter plekke aangehouden.
• Verweer: enkel het misdrijf voorbereid, en nog niet begonnen aan de uitvoer.
• HR: er was hier sprake van een begin van uitvoering. Formuleert nieuw criterium: indien
de gedragingen naar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn
gericht op de voltooiing van het misdrijf is er sprake van begin van uitvoering.
Grenswisselkantoor (aanvulling cito)
• Uitspraak leidde tot totstandkoming art. 46 Sr, waarin voorbereidingshandelingen op een
misdrijf met een gevangenisstraf van 8+ jaar strafbaar werden gesteld.
• Overval gepland op gwk, rijden met gestolen auto, valse kentekenplaten, jachtgeweer,
imitatievuurwapen, handboeien en tape naar betre ende gwk. Dragen dubbele kleding en
pruiken. Wachten met draaiende motor op de parkeerplaats voor de ingang. Werknemer ziet de
auto staan en opent de deur niet, belt de politie en beide mannen worden aangehouden.
• Tenlastelegging: poging tot afpersing. Verdachten worden vrijgesproken.
• HR: geen begin van uitvoering, omdat verdachten de auto nog niet hebben verlaten en
ook nog geen andere gedraging hebben verricht die moet worden beschouwd gericht te
zijn op de voltooing van dat voorgenomen misdrijf.
Cito en Grenswisselkantoor vormen samen de standaardarresten voor het aangeven van de
grens tussen een voorbereidingshandeling en begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf.
Videodozen (poging / voorbereiding)
• Twee mannen bieden op straat videorecorders te koop aan, leggen contact met een potentiële
koper. Deze vertrouwt het niet en stelt politie op de hoogte; grijpen in voordat de dozen zelfs
waren geopend; deze bevatten zand ipv videorecorders. Hof veroordeelt beide verdachten voor
medeplegen van poging tot oplichting.
• Verdediging voert aan dat, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, geen sprake kan zijn van een
poging. De dozen lagen nog in de auto en waren nog niet aan de koper overgedragen. HR stelt
dat “de bewezen verklaarde gedragingen kunnen worden beschouwd als gedragingen die naar
uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het in de bewezenverklaring genoemde
misdrijf. Daaraan doet niet af dat de dozen zich ten tijde van het gesprek van verdachte en zijn
mededader met de koper nog in de ko erruimte van de door hen gebruikte auto bevonden”. HR
bevestigt het Cito-arrest en stelt dat hier sprake is van een begin van uitvoering.
• Er is sprake van een begin van uitvoering, indien de gedragingen naar haar uiterlijke
verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het
misdrijf.
Wanneer pleeg je samen een strafbaar feit?
Medeplegen
• De medepleger moet nauw hebben samengewerkt met een ander; de bijdrage moet
substantieel zijn om als medepleger vervolgd te kunnen worden. Is deze bijdrage van
ondergeschikte aard, zal sneller sprake zijn van medeplichtigheid. De beslissing hierover hangt
sterk af van de feiten en omstandigheden van de zaak. Uit jurisprudentie blijkt dat de volgende
factoren als indicator voor nauwe samenwerking worden beschouwd:
➡Initiatief bij bedenken of uitvoeren / regie voor of achter de schermen / overduidelijk deel
uitmaken van een samenwerkende dadergroep / leveren van een onmisbare of belangrijke
bijdrage / zekere inwisselbaarheid van de rollen van de daders / min of meer toevallige
rolverdeling
• In algemeenheid valt uit de rechtspraak af te leiden dat als het gewicht van de bijdrage aan het
geheel niet meer het karakter heeft van een min of meer ondergeschikte hulphandeling, er al
snel tot medeplegen wordt geconcludeerd.
ff ff
, • Er moet voldaan zijn aan de eis dubbel opzet. Dit betekent dat het opzet in twee opzichten
aanwezig moet zijn. Ten eerste moet de medepleger opzet hebben op het deelnemen zelf; er
moet een gerichtheid zijn op het leveren van een bijdrage aan het strafbare feit. Daarnaast moet
de medepleger opzet hebben op het plegen van het bepaalde strafbaar feit; dus op het
uitgevoerde delict.
➡Als niet voldaan is aan een of beide vormen van dubbel opzet, is er geen sprake van
medeplegen.
• Bij het bepalen van opzet ten aanzien van het te plegen delict zijn voorwaardelijk-
opzetconstructies toegelaten; ook wanneer de dader bewust de aanmerkelijke kans neemt dat
zijn bijdrage een andere rol gaat spelen dan is voorgenomen, kan opzet worden aangenomen.
Vormen van medeplegen
Hoofdregel: tussen daders moet een bewuste en nauwe samenwerking bestaan.
• Plegen-plegen = deelnemers vervullen beiden voor zich de gehele delictsomschrijving. Over en
weer hebben beide daders elkaar niet nodig om tot strafbaarheid te komen voor het geheel.
Toch heeft het zin om van medeplegen te spreken, omdat het in vereniging plegen van strafbare
feiten onder omstandigheden een verhogend e ect kan hebben op de straf.
• Plegen-medeplegen = B vervult in zijn eentje de gehele delictsomschrijving, A kan alleen als
dader aangemerkt worden wanneer de medepleeg-constructie wordt gehanteerd.
• Medeplegen-medeplegen = geen van de daders pleegt het gehele strafbare feit, de
delictsbestanddelen zijn verspreid over beide deelnemers.
De medepleeg-constructie heeft tot doel degenen die innig samenwerken bij de verwezenlijking
van een strafbaar feit, verantwoordelijk te houden voor dat hele feit. Tot die groep van daders kan
ook de ‘man achter de schermen’ behoren. De fysieke aanwezigheid is niet vereist om een
persoon toch als medepleger te kunnen aanmerken. Dit vloeit voort uit het arrest
Containerdiefstal.
Containerdiefstal (medeplegen zonder fysieke aanwezigheid)
• Diefstal gepleegd in containers, ‘man achter de schermen’ had voorbereidend onderzoek
gedaan, middelen gekocht en plannen gemaakt. Was niet fysiek aanwezig toen de diefstal
plaatsvond.
• Verdachte werd veroordeeld voor diefstal in vereniging, en medepleger voor de
containerdiefstallen. Verdediging voerde aan dat verdachte niet fysiek aanwezig was, dus niet
van medeplegen kon worden gesproken.
• HR: van medeplegen wordt óók gesproken in een geval waarin de verdachte niet fysiek
aanwezig is geweest op de plaats van het delict. Een volledige, bewuste en nauwe
samenwerking is voldoende.
Moord op afstand (medeplegen zonder fysieke aanwezigheid)
• Verdachte zou samen met zijn mededaders opzettelijk en met voorbedachten rade iemand van
het leven hebben beroofd; verdachte heeft de moord beraamd en gezorgd voor middelen om
het slachto er mee te doden, maar was niet aanwezig toen het slachto er werd
doodgeschoten.
• HR: hij was nauw betrokken bij de moord, hij had een even groot aandeel en kan daarom
worden aangemerkt als medepleger. Beroep op enkel medeplichtigheid wordt verworpen.
Wanneer ben je strafbaar als je alleen helpt bij een strafbaar feit?
Medeplichtigheid
• Art. 48 Sr : als medeplichtigen worden gestraft degenen die: opzettelijk behulpzaam zijn bij het
plegen van het misdrijf, of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verscha en tot het
plegen van het misdrijf. Medeplichtigheid is een minder ernstige deelnemingsvorm, en valt dan
ook niet onder het begrip ‘dader’, en er is dan ook een lagere strafbedreiging voor
medeplichtigheid.
• Art. 52 Sr : alleen medeplichtigheid aan een misdrijf is strafbaar, niet aan een overtreding.
• Er bestaan twee soorten medeplichtigheid:
• Medeplichtigheid bij (simultaan): behulpzaamheid tijdens het misdrijf. Het is irrelevant op
welke manier deze behulpzaamheid vorm krijgt.
ff ff ff ff