Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 78 pagina's
Samenvatting

Inleiding Strafrecht EUR jaar 1 volledige samenvatting (8,5 behaald)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 78 pagina's

zelf een 8,5 behaald hiermee. alle literatuur zelf samengevat per week (1-8) uit grondtrekken strafrecht boek. ook de meeste rechtswetenschappelijke artikelen zijn hierin samengevat, en alle jurisprudentie die voorgeschreven staat ook per onderwerp samengevat. alle wetsartikelen en begrippen staan erin. super volledige samenvatting, vrienden van mij hebben de hele periode niks gedaan voor het tentamen mijn samenvatting geleerd en het gehaald.

Voorbeeld van de inhoud

WK1) GRONDTREKKEN STRAFRECHT H1

Het bestuurs- en strafrecht hebben een complexe onderlinge verhouding. Sommige bepalingen in
het bestuursrecht hebben betrekking op de strafbaarheid van acties. Soms kunnen daarnaast
bestuurlijke sancties worden opgelegd voor gedragingen die vroeger strafrechtelijk zouden
worden afgedaan.

In het civiele recht kunnen burgers ‘elkaar voor de rechter slepen’. In het strafrecht kan enkel de
OvJ een verdachte van een strafbaar feit voor de strafrechter brengen. Hij kan een verdachte
dagvaarden, waardoor deze voor zijn daden verantwoording moet a eggen aan een rechter.

Een verdachte kan veroordeeld worden, maar soms is een schadevergoeding nog op zijn plaats.
In principe kan het slachto er deze schadevergoeding civielrechtelijk verhalen op de verdachte.
Omdat dit een vrij ingewikkelde procedure is, bestaat binnen het strafrecht de mogelijkheid om als
benadeelde partij schadevergoeding te verzoeken aan de strafrechter. Zo kan de schade op een
relatief eenvoudige manier verhaald worden.

Doelen van stra en
• Vergelding: via leedtoevoeging, kan zorgen voor morele genoegdoening.
• Preventie: dient om te zorgen dat het strafbare feit niet nog een keer begaan wordt.
➡Speciale preventie: de dader zal het strafbare feit niet nog een keer begaan (voorwaardelijke
stra en leunen op dit principe).
➡Generale preventie: anderen worden afgeschrikt door de straf, waardoor zij dit feit minder snel
zullen begaan.

• Materieel strafrecht: welk gedrag is niet toegestaan en welke personen kunnen daarvoor
worden gestraft?
➡Strafbepalingen (diefstal en moord)
➡Algemene leerstukken over uitsluiting van strafbaarheid (noodweer) , en uitbreiding van
strafbaarheid (poging en medeplichtigheid)
• Formeel strafrecht: welke regels moeten er worden gevolgd wanneer een norm van het
materiële strafrecht geschonden is?
➡Regels voor bevoegdheden van politie, duur van voorlopige hechtenis, inhoud dagvaardingen,
instellen hoger beroep
• Sanctierecht: voorwaarden waaronder bepaalde stra en mogen worden opgelegd en ten
uitvoer worden gelegd.

• Commuun strafrecht = strafrecht dat in de wetboeken van strafrecht is opgenomen (volgens
art. 107 GW).
• Bijzonder strafrecht = strafbepalingen in andere wetten buiten het wetboek, bijvoorbeeld de
Wegenverkeerswet en de Opiumwet. Hierin staan strafbepalingen die behoren tot het materiële
strafrecht, maar vaak ook bevoegdheden die behoren tot het formele strafrecht.
Bovengenoemden zijn wetten in formele zin. Er kunnen ook strafverordeningen en -wetten worden
opgesteld door lagere organen, zoals de APV en gemeentes.
➡Art. 91 Sr: de bepalingen van boek 1 van het wetboek strafrecht zijn ook van toepassing op
feiten die stafbaar zijn gesteld in bijzondere strafwetten en lokale strafwetgeving.

Als gevolg van verdragen van Nederland verplicht zijn om bepaald gedrag strafbaar te stellen of
bepaalde bevoegdheden in het leven te roepen. Het gaat hier om internationaal recht dat tussen
staten geldt. Het strafrecht wordt ook in steeds sterkere mate beïnvloed door besluiten van de EU
en uitspraken van het EU Hof van Justitie.

WK1) GRONDTREKKEN STRAFRECHT H2

De strafbepaling in zijn meest volledige vorm bestaat uit:
1. Delictsomschrijving: geeft aan welke ongewenste gedraging de wetgever strafbaar wil
stellen
2. Kwali catie-aanduiding: maakt duidelijk hoe het gedrag juridisch moet worden benoemd
3. Strafbedreiging: bepaalt welke soort straf mag worden opgelegd en het maximum hiervan




ff fi ff ff ff fl

, In veel artikelen ontbreekt de kwali catie-aanduiding of wordt deze geacht besloten te liggen in
de delictsomschrijving. In bijzondere wetten zijn de strafbepalingen vaak anders opgebouwd,
waarbij de delictsomschrijving bv als een verbod wordt opgelegd. Soms wordt de strafbedreiging
losgetrokken van deze omschrijving. Bijzondere wetten kennen dus vaak een gelaagde structuur.

Een strafbaar feit is opgebouwd uit vier componenten: dit noemen we het vierlagenmodel. In de
de nitie van een ‘strafbaar feit’ liggen deze vier componenten besloten, die tevens dienen als
cumulatieve voorwaarden. Hieraan moet voldaan zijn voordat iemand gestraft kan worden.
1. Menselijke gedraging (MG): alleen personen kunnen vervolgd en gestraft worden voor het
plegen van strafbare feiten. Zowel een actief optreden als een nalaten kunnen als strafbare
gedraging worden aangemerkt.
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO): de menselijke gedraging moet binnen de DO vallen,
ofwel het legaliteitsbeginsel, geen straf zonder wet. Vaak moet van een strafbepaling een
vertaalslag gemaakt worden aan de hand van de concrete situatie. Hierbij is sprake van
interpretatie van de wet. Een voorbeeldcasus hiervan is het Electriciteits-arrest.
➡Kwali catie = in iedere individuele strafzaak zal de rechter de bewezen verklaarde feitelijke
gedraging uit de tenlastelegging juridisch moeten benoemen.
3. Wederrechtelijkheid (W): houdt in het algemeen in dat de handeling in strijd is met het recht.
We kijken hier enkel naar het al dan niet gerechtvaardigd zijn van de begane daad, daarmee is
niets gezegd over de verwijtbaarheid. Vaak is de wederrechtelijkheid gegeven met de
aanduiding van de DO.
➡Uitzondering bij rechtvaardigingsgronden.
4. Schuld (verwijtbaarheid V): wanneer men van iemand in redelijkheid kon verwachten dat hij
zich anders gedroeg dan hij heeft gedaan. Als iemand dus redelijkerwijs een andere optie had
dan het overtreden van de wet, dan bestaat er verwijtbaarheid. Er wordt verwacht dat de
verwijtbaarheid verondersteld wordt aanwezig te zijn door het vervullen van de DO; we gaan er
vanuit dat verwijtbaarheid aanwezig is, tenzij er een indicatie bestaat voor het tegendeel.
➡Uitzondering bij schulduitsluitingsgronden.

Art. 1 Sr > legaliteitsbeginsel, waarborgt de rechtszekerheid.
Houdt in dat strafbepalingen altijd in het geschreven recht terug te vinden moeten zijn. De rechter
moet in een vonnis dan ook altijd exact aangeven waar in de wet het gepleegde feit strafbaar is
gesteld. Als een bewezenverklaarde gedraging lijkt aan de DO te voldoen, kan het voorkomen dat
er geen passende DO bestaat om dit gedrag onder te schalen. Er vind dan ontslag plaats van alle
rechtsvervolging. Het legaliteitsbeginsel omvat ook een verbod op terugwerkende kracht.
Terugwerkende kracht kan enkel plaatsvinden in het voordeel van de verdachte.

Vaak is de de nitie van een strafbaar gestelde term in een bepaling een kwestie van interpretatie:
• Wetshistorische interpretatie: totstandskomingsgeschiedenis van de desbetre ende bepaling
• Grammaticale interpretatie: taalkundige betekenis van de woorden in de desbetre ende
bepaling
• Systematische interpretatie: de wet wordt uitgelegd aan de hand van de systematiek van de wet
• Teleologische interpretatie: wat is het doel van de desbetre ende wet

Bestanddelen en elementen
De onderdelen van de delictsomschrijving worden de bestanddelen genoemd. De
wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid worden de elementen genoemd. Bestanddelen vinden we
dus terug in de wettekst; dit zijn de onderdelen waaruit een DO is opgebouwd. Alleen als een
persoon voldoet aan alle bestanddelen van een DO, wordt deze vervuld. Het is belangrijk dat de
OvJ alle bestanddelen opneemt in de tenlastelegging. Als hij een bestanddeel vergeet, dan kan
het tenlastegelegde feit niet worden gekwali ceerd en zal de verdachte moeten worden ontslagen
van rechtsvervolging. Wanneer wel aan alle bestanddelen voldaan is, moet nog worden gekeken
naar de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid, voordat iemand gestraft kan worden. In sommige
delictsomschrijvingen wordt de term ‘wederrechtelijk’ als bestanddeel aangeduid. Als men deze
DO vervult, staat van rechtswege al vast dat het handelen wederrechtelijk is. Bij alle delicten
waarbij wederrechtelijkheid in de DO voorkomt, is dit geen element maar een bestanddeel.




fi fi fi fi fi ff ff ff

, Misdrijven / overtredingen
Onder misdrijven vallen de ernstigere feiten. Het onderscheid is om een aantal redenen van
belang:
• Procesrechtelijke redenen: de indeling naar misdrijven en overtredingen bepaalt grotendeels
welk soort rechter bevoegd is om kennis te nemen van een strafzaak. = absolute competentie
• Materieelrechtelijk punt: poging tot en medeplichtigheid aan een overtreding zijn niet strafbaar,
maar aan een misdrijf wel.
• Dwangmiddelen: toepassing van bepaalde dwangmiddelen mag slechts geschieden bij
verdenking van een misdrijf.

• Formele delicten: een speci ek omschreven activiteit, handeling, waarvan het verrichte
strafbaar is gesteld.
• Materiële delicten: het veroorzaken van een gevolg is strafbaar gesteld. Het is bij materiële
delicten niet van belang welke handeling heeft geleid tot dit gevolg.

• Commissiedelicten: strafbaarheid van een handelen.
• Omissiedelicten: strafbaarheid van een nalaten. Er moet in dit geval duidelijk zijn wie dan wel
had moeten handelen. Bij de meeste omissiedelicten blijkt uit de wettekst wie had moeten
handelen. Als een persoon hieronder valt en dus heeft nagelaten te handelen, is dit strafbaar.
• Oneigenlijk omissiedelict: wanneer het delict in de wettekst wordt omschreven als een
commissiedelict, maar logischerwijs door een nalaten wordt begaan.

Er bestaan DO’s die voorbouwen op andere DO’s: bijzondere strafbepalingen. Vaak heeft de DO in
zo’n bepaling een extra bestanddeel > werkt meestal strafverzwarend.
• Gekwali ceerde delicten: een extra strafverzwarend bestanddeel naast het gronddelict.
➡Voorbeeld art. 300 Sr eenvoudige mishandeling > art. 301 Sr is een gekwali ceerd delict dat
mishandeling met voorbedachten rade omvat.
• Geprivilegieerde delicten: een extra strafverlichtend bestanddeel naast het gronddelict.
➡Voorbeeld art. 287 Sr doodslag > art. 290 Sr is een geprivilegieerd delict dat kinderdoodslag
met vrees voor ontdekking omvat.

Causaliteit
Als de relatie tussen twee gebeurtenissen te beschrijven is als oorzaak en gevolg, zeggen we dat
er sprake is van een causaal of oorzakelijk verband. Causaliteit is o.a. van belang bij materiële
gevolgsdelicten, en ook bij door het gevolg gekwali ceerde delicten. Het oorzakelijk verband
wordt wel of niet aangenomen; er is geen middenweg. Soms kan er een externe factor tussen een
reeks gebeurtenissen sluipen die van invloed is op de causale keten. Ook bv medeveroorzaking
door het slachto er en later opgetreden omstandigheden als medische missers kunnen van
invloed zijn op het causale verband. Er volgen een aantal causaliteitstheorieën uit de rechtspraak:
• Condicio sine qua non: als deze schakel zou ontbreken in de reeks van gebeurtenissen, zou
dan het gevolg zijn uitgebleven? > in dit geval is deze schakel onmisbaar en dus als oorzaak
aan te wijzen. Risico van deze theorie is dat het oeverloos is.
• Causa-proximaleer: de veroorzakende factor die het dichtst bij het gevolg ligt, moet in juridisch
opzicht als oorzaak gelden. Deze theorie geeft problemen bij een langere reeks gebeurtenissen,
en geeft niet de mogelijkheid om verder weg liggende maar wel relevante factoren te betrekken
in de causaliteit.
• Voorzienbaarheidsleer: nadruk op de handeling waarvan kan worden gezegd dat deze een
gevolg heeft dat naar algemene ervaringsregels redelijkerwijs voorzienbaar was, gaat om de
typische gevolgen van een bepaald handelen. Er ontstaan hierbij problemen als de
omstandigheden van een geval zo liggen dat toeval een grote rol heeft gespeeld.

Uiteindelijk is in het arrest Letale longembolie geconcludeerd tot een redelijkheidsbenadering
die tot op heden geldend recht is: HR gebruikte voor het eerst het criterium van de redelijke
toerekening. De rechtspraak laat zien dat de omstandigheden van het speci eke geval hier van
groot gewicht zijn. Hierdoor heeft de rechtspraak een sterk casuïstisch karakter. In latere arresten,
waaronder Aortaperforatie is aan de orde gekomen of medische behandelingsfouten die zijn
opgetreden na het feit, de causale keten kunnen verbreken. HR heeft in dit arrest overwogen dat
het verzuim van de arts een toerekening niet in de weg hoeft te staan. Uit een ander arrest blijkt
dat onder omstandigheden toerekening van de dood mogelijk is, wanneer het slachto er




fi ff fi fi fifi ff

, medische behandeling weigert. Het gaat in alle gevallen om het komen tot een billijk en voor het
rechtsgevoel acceptabel resultaat.

WK1) GRONDTREKKEN STRAFRECHT H3

Het is voor de strafbaarheid van belang of er opzettelijk of culpoos (wel schuld maar geen opzet)
gehandeld is. In sommige gevallen bestaat strafbaarheid alleen als er opzettelijk gehandeld is.
Soms kan bij culpoos handelen nog wel civielrechtelijke aansprakelijkheid aan te pas komen. Als
opzet of schuld in de DO is opgenomen, subjectieve delictsbestanddelen, dan doet het er
noodzakelijkerwijs toe met welke intentie de dader gehandeld heeft. Bij misdrijven tre en we altijd
subjectieve bestanddelen aan, bij overtredingen is dit vaak minder van belang.

Opzet
Opzettelijk handelen is willens en wetens handelen. Dit komt het meest duidelijk naar voren in
situaties waar een dader doelmatig handelt. Opzet kent graduele verschillen van mate waarin het
evident blijkt. Het belang van de gemaakte onderscheiding hiertussen is relatief; als een DO opzet
vereist als bestanddeel, is het niet van belang met welke graad van opzet er is gehandeld. Het
belang van het onderscheid verschaft grotendeels inzicht die nodig zijn om schuld (culpa) te
onderscheiden van opzet.
• Opzet met bedoeling = het doel of streven van de dader is het verrichten van de strafbare
handeling.
• Voorwaardelijk opzet = de dader neemt de aanmerkelijke kans dat het strafbare feit zal
gebeuren door zijn handelen voor lief. Ook wel opzet met mogelijkheidsbewustzijn of kansopzet.
➡Cicero-arrest / Aanmerkelijke kans arrest
➡HIV 1 : HR overweegt dat de bepaling van de aanmerkelijkheid van de kans afhankelijk is van
de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het gaat om een
kans die ‘naar algemene ervaringsregels’ aanmerkelijk is te achten. Het is niet van belang hoe
ernstig de gevolgen van de gedraging zijn.
• Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn = de dader heeft een bepaald doel voor ogen, maar
hij weet dat het noodzakelijk is om een bepaald, niet primair beoogd, gevolg in het leven te
roepen om dat doel te bereiken. Anders dan bij opzet met bedoeling is het streven van de dader
in eerste instantie niet gericht op dit strafbare gevolg van zijn handelen.

In sommige delicten is opzet een bestanddeel; doleuze delicten

. Hierbij kan men zich afvragen op welke bestanddelen het opzet allemaal betrekking heeft. Als
hoofdregel geldt dat alle delictsbestanddelen die volgen na het woord ‘opzettelijk’ hierdoor
worden bestreken. Voor de aan ‘opzettelijk’ voorafgaande bestanddelen geldt dat deze niet
bestreken worden door het opzet.
• Geobjectiveerde delictsbestanddelen: deze volgen tekstueel pas na het opzetbestanddeel, maar
het opzet van de dader hoeft hier toch niet op gericht te zijn. De objectivering blijkt niet uit de
wettekst zelf, en zal dus net als bij ingeblikt opzet moeten worden achterhaald dmv het
raadplegen van jurisprudentie, wetsgeschiedenis of literatuur.
Het is bij opzetdelicten belangrijk te bepalen waar de opzet van de dader precies op was gericht.
Onder omstandigheden kan het handelen van A wel hetzelfde gevolg hebben als het handelen
van B, maar kan A een geheel ander feit plegen dan B. De opzet kan er voor zorgen dat er een
minder ingrijpend delict wordt vastgesteld, maar deze delicten bevatten vaak nog gekwali ceerde
delicten die gelden als een bepaald gevolg zoals de dood bij opzet tot mishandeling, in werking
treedt. Het is mogelijk dat een dader opzettelijk handelt, terwijl dit hem niet verwijtbaar is. Dit kan
bijvoorbeeld zo zijn bij ontoerekeningsvatbaarheid of zelfverdediging.

Culpa
Als het woord ‘schuld’ in de DO voorkomt, dan betekent dit niet verwijtbaarheid, maar culpa. Op
sommige plekken in de wet is onvoorzichtigheid strafbaar gesteld; als onvoorzichtigheid van de
dader leidt tot een strafbaar gevolg, kan sprake zijn van een culpoos delict; een strafbaar feit
plegen door gebrek aan beleid, onvoldoende zorg, gebrek aan nadenken waar dat nodig was. Om
in een individueel geval culpa te kunnen vaststellen, moet vastgesteld worden dat het feitelijke
gedrag onder de concrete omstandigheden strijdig is met de eisen van zorgvuldigheid. Culpa kan
desondanks pas aangenomen worden, als de onvoorzichtigheid de dader te verwijten valt.





ff fi

Gekoppeld boek
 image
M.J. Kronenberg, B. de Wilde Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht
Uitgever: Augustus 2007 ISBN: 9789013043877 Druk: 3

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
-
Geüpload op
19 augustus 2026
Aantal pagina's
78
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€27,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
9
Volgers
0
Items
34
Laatst verkocht
23 uur geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen