Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Studiemateriaal Internationaal Recht | Hoofdstuk 1 | Open Universiteit | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's

Dit studiemateriaal behandelt Hoofdstuk 1 van Internationaal Recht uit de pre-master Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit, met focus op begrip en aard van het internationaal publiekrecht. Het document verklaart fundamentele concepten zoals rechtsbronnen (verdragen, gewoonterecht, soft law), de geschiedenis van het internationaal recht vanaf de Vrede van Westfalen tot het beginsel van zelfbeschikking, en de organisatie van de internationale rechtsorde. Dit materiaal is ideaal voor examenvoorbereiding en begripsvorming, met heldere uiteenzettingen van complexe juridische principes zoals de dualistische en monistische leer.

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 1 | Begrip en aard van het internationaal publiekrecht

Verdragenrecht is de belangrijkste rechtsbron van het internationaal recht.

Het internationaal recht is een omvangrijk rechtsgebied, omdat het wereldwijd van toepassing is en
door de veelheid aan onderwerpen.

Formele bron: een bron die bindende wetgeving creëert/definieert (vb: nationale wetgeving die is
vastgesteld door de Stagen-Generaal en die een koninklijke instemming heeft gekregen).

Materiele bron: een bron die geen creëert, maar ernaar streeft de inhoud en reikwijdte ervan te
definiëren (vb: gerechtelijke beslissingen/wetenschappelijke geschriften).

Soft law (zachte wetgeving): niet bindend, maar kunnen soms worden beschouwd als overtuigend
(vb: resoluties van de Algemene Vergadering van de VN).

Geschiedenis
Internationaal publiekrecht:
Vrijheid en gelijkheid van staten kunnen alleen worden gewaarborgd door een systeem van
rechtsregels dat voor allen op gelijke voet van toepassing is. Had ten tijde van de opkomst als functie
de bevordering van het vreedzaam samenleven van staten.

Vrede van Westfalen (1648):
Er kwam een eind aan de 30-jarige en 80-jarige oorlog. Staten kwamen overeen het beginsel van
territoriale integriteit te respecteren en werden formeel onafhankelijk. Sindsdien kon er een
onderscheid worden gemaakt tussen het publiek gezag en de private belangen.

Capitulaties: overeenkomsten die de belangen van onderdanen in die gebieden beschermden, bijv:
op het gebied van handel, rechtspraak en vrijheid om het christelijke geloof te belijden.

Beginsel van zelfbeschikking (1945):
Gaf alle volkeren het recht om over hun eigen lot te beschikken

Omschrijving
Internationaal publiekrecht:
Regelt de uitoefening van het publiek gezag in de internationale gemeenschap. Het kent
bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen (zoals staten en internationale
organisaties) en biedt een juridisch kader waarbinnen zij deze bevoegdheden uitoefenen.

Het internationale dan wel nationale karakter van een rechtsregel wordt bepaald door de rechtsbron
waaruit deze voortvloeit.

Rechtsbronnen: feiten, gebeurtenissen of procedures die een rechtsorde als rechtscheppend erkent.
Nationale rechtsorde: wet en contracten.

Internationale rechtsorde:
1) Gewoonterecht: recht dat ontstaat uit de praktijk dat staten in combinatie met een
rechtsovertuiging.
2) Verdragen
3) Besluiten van internationale organisaties
4) Algemene rechtsbeginselen

,Dualistische leer: de internationale en nationale rechtsordes zijn geheel gescheiden rechtssystemen.
In dit stelsel kan pas aanspraak gemaakt worden op internationaal recht wanneer het is omgezet
door de volksvertegenwoordiger.
Monistische leer: er bestaat één rechtsorde, waar zowel internationaal als nationaal recht deel van
uitmaakt.

Formele scheiding
Een regel van nationaal recht is geen juridische betekenis in de internationale rechtsorde. Regels van
nationaal recht kunnen wel bouwstenen zijn in het proces van internationale rechtsvorming, maar
geen rechtsgevolgen in de internationale rechtsorde.

De scheiding tussen internationale en nationale rechtsorde betekent dat internationaal recht niet zelf
kan bepalen welke rechtsgevolgen het heeft in de nationale rechtsorde. De rechtsgevolgen van
internationaal recht in de nationale rechtsorde worden uitsluitend bepaald door nationaal recht.

1) Internationaal recht heeft betrekking op de rechtspositie van natuurlijke personen, vooral
in de vorm van mensenrechten.
2) Internationaal recht heeft steeds meer betrekking op onderwerpen die ook door nationaal
recht worden gereguleerd.
3) Internationaal en nationaal recht zijn sterk verweven met elkaar.

Criteria onderscheid tussen juridische regels en politieke/morele regels:
1) Bron van een regel (Positivisme: internationale rechtsorde kent alleen rechtsbronnen uit
verdragen, gewoonterecht, besluiten van internationale organisaties en algemene
rechtsbeginselen).

2) Schending van een norm verbonden met een sanctie. De verbinding tussen een
overtreding van een rechtsnorm en een door het recht geregelde sanctie is een kenmerk van
‘recht’.

In de internationale rechtsorde ligt handhaving in handen van staten zelf. Zij kunnen via diplomatiek
protest en sancties andere staten ertoe brengen het recht na te leven.

Organisatie
De nationale rechtsorde is gecentraliseerd; publiek gezag wordt uitgeoefend door de overheid
namens en ten behoeve van de gemeenschap.

De internationale rechtsorde is decentraal; publiek gezag wordt niet uitgeoefend door boven de
partijen staande instituties, maar vooral door staten zelf.

Drie organisatievormen:
1) Co-existentie; vreedzaam naast elkaar bestaan van onafhankelijke staten.
2) Samenwerking; actieve samenwerking tussen staten die verder gaat dan afbakening van
soevereiniteit (vb: samenwerking op gebied van terrorisme, grensoverschrijdend
milieuvervuiling)
3) Integratie; bij of krachtens verdrag aan volkenrechtelijke organisaties kunnen
bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak worden opgedragen (art. 92 Gw).

De combinatie van deze organisatievormen maakt dat de institutionele vormgeving van
internationale rechtsorde complex is.

,Onderdelen
Algemeen deel
Het algemeen deel bevat vooral formele beginselen, zoals wanneer personen als rechtssubjecten
worden erkend, hoe rechtsregels tot stand komen, hoe zij worden toegepast en wat de gevolgen zijn
bij schending. Verder omvat het algemeen deel een aantal fundamentele beginselen, zoals het
beginsel van goede trouw, het beginsel dat verdragen moeten worden nageleefd en het beginsel dat
schending van een rechtsplicht leidt tot aansprakelijkheid.
Deze combinatie biedt het kader waarbinnen staten en andere actoren afspraken kunnen maken op
specifieke gebieden waar zij gemeenschappelijke belangen hebben en politiek tot overeenstemming
kunnen komen.

Bijzondere delen
Bijzondere delen zijn rechtsgebieden die bestaan uit regels die wisselende groepen staten en actoren
hebben opgesteld om gemeenschappelijke belangen te realiseren.
Voorbeelden: internationaal strafrecht, belastingenrecht, milieurecht, handelsrecht,
oorlogsrecht, enz.

De Europese rechtsorde wordt aangeduid als supranationale rechtsorde, omdat het soms meer lijkt
op nationaal dan internationaal recht.
 Belangrijkste structuurkenmerken van Europees recht zijn ook aanwezig in de internationale
rechtsorde (doorwerking, aansprakelijkheid en gedeeld gezag tussen bestuurslagen).
 De EU is een belangrijke actor in de internationale rechtsorde.
 De beginselen van doorwerking van Europees recht in de nationale rechtsorde bepalen ook
de ontvangst van internationaal recht in de nationale rechtsorde.

, HOOFDSTUK 2 | Rechtssubjecten
Rechtssubject: persoon of identiteit die deel kan nemen aan het rechtsverkeer. Tot ver in de 20e
eeuw was het idee dat alleen staten internationale rechtssubjecten zouden zijn, niet individuen. Is
thans achterhaald: ook individuen en internationale organisaties zijn rechtssubjecten, hebben dus
internationale rechten en kunnen deze op grond van internationaal recht afdwingen.

Rechtssubjectiviteit:
Status die het mogelijk maakt dat personen deelnemen aan het rechtsverkeer. Tot de
rechtssubjecten in de internationale rechtsorde behoren, naast staten, ook internationale
organisaties, facto-regimes en individuen.

Personen kunnen worden aangeduid als internationaal rechtssubject indien ze de juridische
bekwaamheid hebben om binnen de internationale rechtsorde deel te nemen aan het rechtsverkeer.
Een persoon die rechtssubjectiviteit bezit kan:
 Internationale rechtshandelingen verrichten, zoals het sluiten van verdragen;
 Internationale rechten bezitten;
 Rechten op internationaal niveau afdwingen, bijvoorbeeld in een procedure voor een
internationaal tribunaal;
 Internationale verplichtingen hebben;
 Op internationaal niveau aansprakelijk worden gesteld voor schending van op hem rustende
verplichtingen.

Volledige rechtssubjectiviteit: bekwaam om op elke manier aan het rechtsverkeer deel te nemen of
daarin te worden betrokken (komt alleen aan de staat toe).
Beperkte rechtssubjectiviteit: heeft niet alle bekwaamheden (bijv. individuen).

De internationale rechtsorde bepaalt wie rechtssubjecten zijn, niet het nationale recht. Dit moet uit
de praktijk worden afgeleid. Soms is er belang bij het niet-toekennen van rechtssubjectiviteit, omdat
de versterking van hun status ongewenst is.

Staten zijn de belangrijkste subjecten in het internationaal publiekrecht. Een staat oefent
onafhankelijk van andere staten, publiek gezag uit over een grondgebied en de daar levende
bevolking.

Internationale organisatie = intergouvernementele organisatie.

Zij bezitten internationale rechtspersoonlijkheid en nemen als zelfstandige entiteiten deel aan het
internationale rechtsverkeer. Zij bezitten eigen bevoegdheden, rechten en verplichtingen. Anders
dan state hebben organisaties geen algemene rechten en plichten en geen algemene bevoegdheid
om rechtshandelingen in de internationale rechtsorde te verrichten. Zij hebben uitsluitend die
bevoegdheden, rechten en plichten die staten uitdrukkelijk dan wel impliciet hebben toegekend
(specialiteitsbeginsel).

Facto-regimes: groepen die feitelijk effectief gezag uitoefenen over een deel van het grondgebied
van een bestaande staat en de daar levende bevolking (niet-statelijke entiteit). Alleen door erkenning
van een zekere mate van rechtssubjectiviteit kunnen deze regimes door internationaal recht worden
gereguleerd en kan die bevolking internationaal juridische bescherming genieten.

Internationaal recht kent aan de facto-regimes een recht op zelfbeschikking toe; het recht om zelf
over hun politieke lot te beslissen, eventueel in de vorm van onafhankelijkheid.

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789054545446 Druk: 2

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
19 augustus 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
tessvanoostrom
5,0
(1)
Verkocht
5
Volgers
5
Items
23
Laatst verkocht
3 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen