Het recht moet vooral blijken uit concrete gevallen
- Om het recht te begrijpen, is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de
omstandigheden waaronder het recht tot stand is gekomen. Zo wordt de oorspronkelijke
context van het desbetre ende leerstuk verhelderd.
- Het recht in één bepaalde concrete casus kan slechts goed worden begrepen als er aandacht
wordt geschonken aan de omstandigheden van het geval.
Aristoteles > contextualisme = het recht kan niet als een geïsoleerd systeem functioneren, omdat
context altijd een rol speelt. Elke regel in het recht is ontstaan vanuit politieke en sociale context,
gebaseerd op waarden en belangen. Deze stelling houdt NIET in dat het recht goed zou zijn
zonder regels en beginselen; dergelijke criteria zijn noodzakelijk om willekeur te voorkomen. Het
gaat om een evenwicht tussen rechtsverscheidenheid en rechtseenheid, billijkheid in concreto en
rechtsgelijkheid, intuïtie en methode.
Traditioneel valt de rechtswetenschap uiteen in:
1. Rechtsdogmatiek: studie van het geldende recht, casuïstiek (geheel van een juridische
casus), en de ordening van het recht door tekstanalytische methoden.
2. Interdisciplinariteit: wetenschappelijke discipline als rechtswetenschap wordt met andere
wetenschappen verbonden.
De taal van het recht dient het volgende doel: antwoord geven op maatschappelijke problemen
door de maatschappij te reguleren en beheersen > door een con ict te vertalen in juridische
termen, worden oplossingen mogelijk. Een probleem hiermee is dat de context van invloed op de
betekenis > juridische begrippen kunnen vaak vaag zijn.
• Intentionele vaagheid: onduidelijkheid over de betekenis van een term.
• Extensionele vaagheid: onduidelijkheid over wanneer deze term van toepassing is.
Rechtsvinding = het vaststellen van de betekenis van het geldende recht in het licht van het
geval waarover moet worden geoordeeld > deze betekenis wordt vrijwel volledig bepaald door de
omstandigheden van het geval. Indien de rechter de betekenis van een woord af laat hangen van
de omstandigheden wordt dit casuïstische rechtsvinding genoemd.
Saladin / HBU
• Casus: Saladin heeft op advies van HBU aandelen gekocht, onder invloed van uitspraken als
“het betreft en buitenkansje” en “het is 100% veilig”. In een exoneratieclausule heeft HBU zich
onaansprakelijk gesteld voor het kopen van de aandelen, maar niet voor het advies gegeven
aan Saladin. Saladin beroept zich op wanprestatie, HBU levert als verweer het ondertekend
beding van Saladin aan. Rechtbank en Hof wijzen Saladin’s vordering af.
• Beslissing: er kunnen omstandigheden zijn waaronder men zich niet op uitsluiting van
aansprakelijkheid mag beroepen. Of zich zulke omstandigheden voordeden is geen rechtsvraag,
maar een feitelijke vraag, en kan dus niet behandeld worden in cassatie (focust alleen op
uitvoering van het recht). De beslissing van het hof blijft daarom in stand.
• Bijzonderheden:
• De redelijkheid en billijkheid kunnen een contractbeding buiten werking stellen.
• Baanbrekende beslissingen waarin de HR de deur naar open normen in het vermogensrecht
verder opent.
• Pseudovogelpest arrest: soms mag je je niet beroepen op een exoneratiebeding.
ff fl
,Haviltex
• Casus: Haviltex heeft een snijmachine gekocht van Ermes voor 20.000 gulden, de rest van het
bedrag wordt als percentage van de winst betaald. In het contract is een beding opgenomen
dat stelt dat Haviltex de machine binnen bepaalde termijn mag teruggeven, en dan de reeds
betaalde 20.000 gulden ervoor terugkrijgt. Haviltex doet dit binnen de termijn en vordert de
20.000 gulden van Ermes, die niet reageert en vervolgens teruggave weigert, en het resterende
bedrag van 15.000 gulden als winstpercentage vordert van Haviltex.
• Beslissing: de rechtbank heeft besloten dat Haviltex het recht heeft om zonder opgaaf van
redenen de machine binnen de termijn terug te geven, waarbij Ermes de verkoopprijs moet
teruggeven. Ermes stelt in hoger beroep dat de rechtbank het beding verkeerd heeft uitgelegd;
er zouden relevante gronden moeten zijn voor terugkoop, niet teruggave. In cassatie vraagt HR
zich af of er een leemte is gelaten in het contract en wat beide partijen van elkaar mochten
verwachten.
• RECHTSREGEL = door HR is een algemene regel ingesteld voor uitlegging van
overeenkomsten: Haviltex-norm > uitleg is afhnaklleijk van letterlijke woordenbekenis,
maar ook van wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwchten. Een eventuele
leemte zal vervolgens worden uitgelegd adhv Art. 6:248 lid 1 BW.
Mbt. strafrecht: casuïstische rechtsvinding is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel, omdat dit
beginsel niet met zich meebrengt dat de wettelijke terminologie verwijst naar in abstracto
vaststaande betekenissen.
• Casuïstische rechtsvinding = rechtsvinding op basis van de context van het geval. Meer
gericht op de billijkheid als uitvloeisel van het streven naar rechtvaardigheid.
Einzelfallgerechtigkeit: gerechtigheid in het individuele geval.
• Regelgeleide rechtsvinding = rechtsvinding aan de hand van scherpe, vaststaande regels.
Minder gericht op de context van het geval en meer op de toepassing en ontwikkeling van
algemene regels. Meer gericht op rechtseenheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid.
Normgerechtigkeit: gerechtigheid op basis van de wettelijke norm.
In de loop van de 20e eeuw is een verschuiving zichtbar van Normgerechtigkeit naar
Einzelfallgerechtigkeit.
• IZA-Vrerink arrest: heeft geleid tot 50% regel
• Rechtseenheid = binnen de rechtspraak dient eenheid in de gronden (de regels waarop een
uitspraak is gebaseerd) te worden gerealiseerd.
• Rechtsgelijkheid = binnen de rechtspraak dienen gelijke gevallen gelijk te worden behandeld.
Open texture van het recht = het is vaak wenselijk dat de rechter zijn oordeel vormt aan de hand
van vaststaande regels welke hij consequent toepast, totdat zich een uitzonderlijk geval voordoet
waarin de omstandigheden tot een relativering of beperking van de regel nopen.
➡Het rechtsoordeel is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval, ook wanneer dit
niet rechtstreeks zichtbaar wordt; deze stelling staat echter op geen enkele manier in de weg
aan het streven naar rechtsgelijkheid.
, Wrongful birth
Feiten:
• Arts verwijdert spiraaltje van vrouw, vergeet een nieuwe terug te plaatsen en meldt dit niet!
• Vrouw raakt zwanger, ondanks dat zij en haar man uitdrukkelijk besloten hadden wegens o.a.
nanciële redenen geen kinderen meer te willen.
• Vrouw vordert schadevergoeding op grond van o.a. opvoedingskosten, inkomensderving
vanwege de zwangerschap, en immateriële schade.
Beginnend oordeel:
• Rechtbank: sommige schadeposten worden toegewezen, opvoedingskosten in principe wel, de
rest niet redelijk.
• Hof: opvoedingskosten alleen in bijzondere gevallen vergoedbaar, bv bij ernstige nanciële
problemen. Moet worden nagegaan of dat in dit geval aan de orde is.
Rechtsvraag: kan de arts aansprakelijk worden gesteld voor de kosten van opvoeding en
verzorging van een kind na een medische fout?
Oordeel HR:
• JA, arts heeft een toerekenbare tekortkoming gepleegd > Art. 6:74 BW
• Onverwachte opvoedingskosten is vermogensschade, in beginsel vergoedbaar.
• Argumenten tegen vergoeding zijn: waardigheid van het kind, psychische schade van het kind
door het gevoel wat hij zou krijgen door ‘aangemerkt te worden als schadepost’. Deze
argumenten worden verworpen door de Hoge Raad; het kind zelf wordt hier niet gezien als
schade, de extra nanciële last voor de ouders wel.
• Inkomensderving kan ook vergoedbaar zijn als de keuze van de vrouw om tijdelijk niet te werken
redelijk is.
• Geen bewijs van geestelijk letsel > geen recht op immateriële schadevergoeding.
Belang arrest: illustratie van het driehoeksmodel
• Normatief moment: vallen de opvoedingskosten onder ‘schade’ in de zin van de wet (Art.
6:::98 BW)? > HR zegt: ‘ja, die kosten zijn vermogensschade en behoren dus tot het
systeem van schadevergoeding’.
• Actueel moment: in de praktijk hebben de ouders door de fout van de arts onverwachte
nanciële lasten, maar ook psychische baten > een nieuw kind brengt ook gezinsgeluk en
positieve momenten met zich mee.
• Ideëel moment: keuzevrijheid, rechtvaardigheid en respect voor het kind. Het kind zelf mag
nooit als schade gezien worden, maar alleen de onverwachte extra nanciële lasten. Dit helpt bij
de bescherming van de autonomie van de ouders en bescherming voor de waardigheid van het
kind.
Driehoeksmodel =
1. Normatief: geheel van regels, beslissingen en beginselen (= positieve recht), het recht dat op
een bepaalde tijd en plaats geldt.
• Rechtmatig handelen: naleving van de rechtsnormen.
• Onrechtmatig handelen / wederrechtelijk gedrag: niet-naleving van de rechtsnormen.
2. Ideëel: geheel van ideeën, opvattingen en waarden dat als maatstaf en leidraad fungeert voor
het positieve recht; mensen laten zich namelijk ook leiden door overtuigingen over goed en
kwaad, rechtvaardig en onrechtvaardig.
• Er is dikwijls spanning tussen het geldende recht / lege lata, en het wenselijke recht / lege
ferenda.
3. Actueel: combinatie van het geheel aan maatschappelijke gebruiken dat tot het positieve
recht heeft geleid en het geheel aan maatschappelijke gebruiken dat uit het recht voortvloeit.
Oftewel, hoe werkt het recht daadwerkelijk in de praktijk.
• Discrepantie tussen “law in the books” en “law in action”.
fi fi fi fi
, Objectief recht / subjectief recht
• Objectief recht = verzameling aan geldende rechtsnormen, nauw verbonden met positief recht.
• Subjectief recht = al het recht dat toekomt aan de rechtssubjecten; rechten die men ontleent
aan de regels van het objectieve recht.
Privaatrecht / publiekrecht
• Privaatrecht / civiele recht = rechtsverhoudingen tussen burgers
onderling
• Publiekrecht = bemoeienis van de overheid met het
maatschappelijke leven
Dit onderscheid is gebaseerd op vier criteria:
1. Aard van betrokken partijen: burgers onderling of is er een
overheidsorgaan betrokken?
2. Aard van het te beschermen belang: als een overheidsorgaan
optreedt in het algemeen belang, is dit publiekrechtelijk. Als een overheidsorgaan optreed in
een particulier belang, is dit privaatrechtelijk.
3. Initiatief tot handhaving van het recht: publiekrechtelijke regels worden in het algemeen niet
gehandhaafd door initiatief van de burgers zelf, in tegenstelling tot privaatrechtelijke regels.
4. Middelen tot rechtshandhaving: sommige middelen om het recht te handhaven zijn enkel
voorbehouden aan de overheid (vb strafrechtelijke vervolging).
In de praktijk worden de rechtsgebieden niet zo nauw genomen; er wordt vaak gebruikgemaakt
van functionele rechtsgebieden. Dit zijn rechtsgebieden waarbij regels uit verschillende
rechtsgebieden samen worden toegepast, op basis van een bepaald onderwerp of werkterrein(vb
milieurecht en sociaal recht).
Formeel recht / materieel recht
• Formeel recht = vorm > wijze waarop het recht wordt gehandhaafd (bv strafvordering)
• Materieel recht = inhoudelijke gedragsnormen (bv wat is strafbaar)
Dwingend recht / regelend recht
• Dwingend recht = regels waar niet van afgeweken mag worden. Publiekrecht bestaat vrijwel
alleen maar uit dwingend recht.
• Regelend recht = (= aanvullend recht) alle regels waarvan mag worden afgeweken, mits je zelf
uitdrukkelijk een nieuwe afspraak maakt. Komt vooral voor in het privaatrecht.
Verzameling Nederlandse Wetgeving
Deel A:
• Staatsrecht = rechtsregels rondom de organisatie en inrichting van de Nederlandse staat,
inclusief de instelling van staatsorganisaties en de regulering van hun bevoegdheden.
• Grondwet
• Bestuursrecht = rechtsregels die de relatie tussen overheid en burger de niëren, voortkomend
uit toenemende overheidsinterventie in de 20e eeuw.
• Algemene wet bestuursrecht Awb
• Ambtenarenwet
• Woningwet
• Bestuursprocesrecht = regels die de handhaving van bestuursrechtelijke normen beschrijven,
met name de procedures in zaken tegen de overheid.
• Wet op de Raad van State
• Wet Nationale ombudsman
• Verdragen = publiekrechtelijke verdragen waar Nederland partij bij is. Kunnen aanvullend werken
of nationale wetten vervangen
• Verdrag betre ende de Europese Unie EU
• Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM
• Handvest van de Verenigde Naties VN-Handvest
ff fi