Tot nu toe heeft u in dit vak gekeken naar verbindingen uit contracten. Dat is het terrein van het
contractenrecht, waarin het gaat om verbindingen die mensen vrijwillig zijn aangegaan. Denk aan de
verbintenis van de verkoper van een zaak om de zaak te leveren, en de verbintenis van de koper om
de koopprijs te betalen. In deze kennisclip kijken we naar een andere bron van verbintenissen,
verbintenissen uit de wet. Dat zijn verbintenissen die mensen door het recht opgelegd krijgen,
zonder dat ze daarvoor zelf hebben gekozen. Denk aan de situatie dat iemand opzettelijk andermans
zaak beschadigt. Dan rust op die persoon, de dader, een verbintenis tot schadevergoeding. Dat is een
verbintenis uit de wet, namelijk een verbintenis uit onrechtmatige daad. Zulke verbindenissen
vormen het voorwerp van het aansprakelijkheidsrecht. We noemen dit ook wel het
buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, om te verduidelijken dat deze verbintenissen niet uit
een contract voortvloeien.
Bronnen van verbintenissen:
1. Verbintenissen uit contract (vrijwillig) contractenrecht
2. Verbintenissen uit wet (onvrijwillig) aansprakelijkheidsrecht (buitencontractuele
aansprakelijkheidsrecht)
Verbintenissen uit de wet (verbintenissen waar de partijen niet voor hebben gekozen), waarbij we
met name stilstaan in dit vak, zijn:
1. Aansprakelijkheid uit OD (art. 6:162 BW)
2. Kwalitatieve aansprakelijkheden (art. 6:169 e.v. BW)
3. Overige verbintenissen uit de wet:
Verbintenissen uit zaakwaarneming (art. 6:198 e.v. BW)
Verbintenissen uit onverschuldigde betaling (art. 6:203 e.v. BW)
Verbintenissen uit ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
Er is nog een belangrijke verbintenis uit de wet, die u al eerder in dit vak heeft leren kennen. En dat is
ook een verbintenis tot schadevergoeding, maar dan niet een buitencontractuele verbintenis. Ik
bedoel natuurlijk de verbintenis tot schadevergoeding wegens wanprestatie. Die is geregeld in artikel
6:74 BW. Dit is dus een verbintenis uit de wet, maar omdat die berust op niet nakoming van een
contract, rekenen we deze verbintenis meestal tot het terrein van het contractenrecht.
Art. 6:74 BW
Verbintenis uit de wet
Berust op niet-nakoming van contract
Dus contractenrecht
,Het onderscheid tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is niet alleen maar
theoretisch van belang. Er gelden namelijk verschillende regels voor beide vormen van
aansprakelijkheid.
Onderscheid:
1. Contractuele aansprakelijkheid wegens wanprestatie (art. 6:74 e.v. BW)
- De toerekenbaarheid in beginsel gegeven is, tenzij de schuldenaar bewijst dat er sprake
is van overmacht, in de zin van artikel 6:75 BW.
- Hier geldt wel het verzuimvereiste van art. 6:74 lid 2 BW
2. Buitencontractuele aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad (art. 6:162 e.v. BW) of
kwalitatieve aansprakelijkheid (art. 6:169 e.v. BW)
- Bij aansprakelijkheid tot onrechtmatige daad moeten benadeelden daarentegen de
toerekenbaarheid bewijzen, zie artikel 6:162 lid 3 BW.
- Hier geldt geen verzuimvereiste
BELANGRIJK: Grondslag in de contract of in de wet? Dan weet je zeker dat je niet de verkeerde
regels gaat toepassen. Zo zien we vaak misgaan dat studenten de buitencontractuele
aansprakelijkheid voor ondergeschikte, die is geregeld in artikel 6:70 BW, oplossen aan de hand van
artikel 6:76 BW. Maar dat is de contractuele regeling van aansprakelijkheid voor hulppersonen. En
die regelingen verschillen. Want een hulppersoon in de zin van 6:76 is niet hetzelfde als een
ondergeschikte in de zin van artikel 6:70.
Samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad
Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de huurder van een auto deze auto opzettelijk vernielt. Dat is
wanprestatie, maar ook een onrechtmatige daad. Wat moet u dan doen?
De hoofdregel: Als er een contractuele grondslag is, deze contractuele grondslag voorgaat. Voor
contractuele aansprakelijkheid is namelijk een bijzondere regeling, een lex specialis, getroffen in
artikel 6:74 BW. Als dit anders was geweest, dan zouden bijvoorbeeld de verzuimregeling en
bijzondere verjaringstermijnen voor contractuele aansprakelijkheid gemakkelijk omzeild kunnen
worden.
Uitzondering: Als de gedraging ook los van het contract onrechtmatig is, zoals in de casus van de
vernieuwde huurauto, dan mag de benadeelde kiezen tussen een beroep op wanprestatie of
onrechtmatige daad.
Controlevraag:
De verkoper van een auto levert niet, omdat hij een betere deal heeft gesloten. Is hij dergelijke
verkoper aansprakelijk wegens wanprestatie, onrechtmatige daad of beide?
Alleen op grond van wanprestatie, want dat is hier de lex specialis, die voor gaat op de
aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Uitzondering uit de huurcasus doet zich in dit voorbeeld
niet voor, want het niet leveren van een auto levert geen fout op als je het contract weg denkt.
, Belangrijke kernbegrippen:
Wanprestatie: een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (uit
de wet of uit een contract)
Fout: een toerekenbare onrechtmatige daad (6:169 e.v. BW)
De dader/leadens/gedaagde: schadeveroorzaker
Slachter/geleadeerde/eiser: slachtoffer
Doelen van het aansprakelijkheidsrecht:
1. Compensatie/herstel (art. 6:74/6:162 BW: schadevergoeding)
2. Handhaving/preventie (art. 3:296 BW: verbod/bevel)
Beginsel van het aansprakelijkheidsrecht
1. Ieder draagt zijn eigen schade, tenzij er een grond is voor afwenteling (bijv sociale zekerheid,
verzekering of aansprakelijkheid)
2. Volledige schadevergoeding (‘herstel in de oude toestand’), als er een grondslag voor
aansprakelijkheid bestaan. Daarvoor moet dan wel aan alle vereisten voor aansprakelijkheid
zijn voldaan. Daarom zeggen ze ook wel dat het aansprakelijkheidsrecht hoge drempels kent,
maar ook een hoge opbrengst.
Wettelijke stelsel van aansprakelijkheidsrecht:
Het vaststellen van aansprakelijkheid vindt altijd plaats in twee fasen.
Eerst: vestiging van aansprakelijkheid: is er een grondslag voor aansprakelijkheid (bijv.
art. 6:74, 6:162 of 6:173 BW)?
Dan: omvang van aansprakelijkheid: in hoeverre komt de geleden schade voor
vergoeding in aanmerking (art. 6:95 e.v. BW)?
Controlevraag (1):
Kunt u het onderscheid al maken? Stel dat u op het tentamen een vraag krijgt over de toerekening
van een onrechtmatige daad. Zitten we dan in de vestigingsfase of in de omvangsfase?
Vestiging van aansprakelijkheid. Het gaat hier inmiddels om de voorvraag of er überhaupt een
grondslag voor aansprakelijkheid, een toerekenbare onrechtmatige raad, bestaat.
Controlevraag (2):
Stel nu dat u een vraag krijgt over een verkeersongeval, waarbij zowel de dader, een automobilist, als
het slachtoffer, een fietser, een fout hebben gemaakt. De vraag luidt of de aansprakelijkheid van de
automobilist wegens eigen schuld van de fietser kan worden verminderd. Vestigingsfase of omvang?
Omvang van aansprakelijkheid. De vraag gaat ervan uit dat de automobilist aansprakelijk is. En het
is de vraag of de vergoedingsplicht moet worden verminderd vanwege de mate van eigen schuld van
de fietser. Dat is geregeld in artikel 6:101 BW.
Controlevraag (3):
Stel nu dat u een vraag krijgt over een verkeersongeval waardoor een file ontstaat. Een automobilist
achter in de file mist hierdoor een belangrijk sollicitatiegesprek en hij leidt daardoor
inkomensschade. Is de veroorzaker van het verkeersongeval aansprakelijk voor deze schade?
Dit is een strikvraag, want de vraag gaat over causaliteit. De vraag of de geleden schade door de
normschending is veroorzaakt. Causaliteit speelt zowel in de vestigingsfase als in de omvangsfase een